woensdag 16 januari 2013

Girls Names / Holograms - Utrecht : Ekko : donderdag 10 januari 2013

De aftrap van een nieuw concertjaar vindt voor mij plaats in het sympathieke poppodium Ekko in Utrecht. Vaak ben ik er nog niet geweest, een jaar of tien geleden voor het eerst, en daarna pas weer afgelopen december. Mijn eerste concert van 2013 is meteen een ‘double feature’, oftewel twee hoofdacts voor de prijs van één. Beide ‘features’, te weten Girls Names (Belfast) en Holograms (Stockholm), stonden bovendien op mijn lijstje van bands die ik graag eens live wilde meemaken. Die wens komt voort uit de goede debuutalbums die de twee bands hebben gemaakt, als je in het geval van Girls Names een in 2010 verschenen mini-album annex 12” even niet meerekent. Het spits wordt afgebeten door laatstgenoemde dat sinds vorig jaar met de komst van gitarist / toetsenist Philip Quinn van trio is uitgebreid naar kwartet. Over hun in 2011 uitgebrachte debuutalbum “Dead to me” schreef ik in juni van dat jaar op mijn (oude)weblog: “Surfnoisegaragepop dat, met een beetje speling, zo afkomstig had kunnen zijn van die grijsgedraaide maar toch telkens weer voor inspiratie zorgende want invloedrijke compilatiecassette C86, zoals – nu alweer een kwart eeuw geleden! – door NME samengesteld en uitgegeven.” Ik strooide destijds met namen als The Jesus And Mary Chain en Veronica Falls om een muzikaal kader te schetsen maar wat me vanavond duidelijk wordt is dat die omschrijvingen inmiddels zo goed als achterhaald zijn. Opvallend is de invloed van postpunk / new wave die tegenwoordig in het geluid van Girls Names is geslopen, zoals de echo van The Bunnymen in hun krokodillenjaren en de pre-vogelnestperiode van The Cure. Van C86 naar C80 als het ware.  

Zanger / gitarist Cathan Cully laat aankondigingen achterwege. Pas na een aantal nummers laat hij weten dat in februari aanstaande het tweede album verschijnt en dat ze daar dus wat van spelen. “Hopefully you’ll know this one”, zegt Cully, maar nieuwe single “Hypnotic regression” is te vers en duidelijk niet bekend bij het publiek om een reactie van herkenning op te roepen. Geeft niks, want het is een pakkend nummer dat de verlegde muzikale koers van de band weerspiegelt, en moeiteloos de aandacht vasthoudt. De al genoemde Quinn en zijn aanvullende synthesizer- en gitaarpartijen blijken daarbij van grote toegevoegde waarde. Eveneens nieuwsgierig makend naar de tweede plaat is de song “The new life” – tevens de albumtitel – dat zijn naam niet toevallig heeft gekregen. Want ondanks dat er met hun ‘oude’ bestaan niets mis was, heeft Girls Names zichzelf nieuw leven ingeblazen. Dit keer met minder surf, maar wel met meer durf. Nu nog alleen dat laatste ook tot uiting laten komen in de droge, niet van vreugde overlopende manier van performen, en dan liggen die meisjesnamen voordat je het weet op ieders lippen. 

Nadat vorig jaar het spraakmakende hologramoptreden plaatsvond van de in ’96 overleden Tupac Shakur werd er druk gespeculeerd wie mogelijk de volgende in de rij zou zijn. Hopelijk wordt er geen vervolg aan gegeven want ik zie liever mensen van vlees en bloed op de bühne dan een lichtprojectie van een dode artiest of opgeheven groep. Ofschoon de naam van de band anders zou kunnen suggereren, behoren de vier Zweden die samen Holograms vormen tot de categorie van de levende have. Echte mensen dus, met al hun gebreken, zoals vanavond (helaas) blijkt. Hun punk met post-punk inslag – niet in de laatste plaats dankzij de synthesizerklanken van een aftandse Korg – heeft een prima plaat opgeleverd maar live zijn wel wat kanttekeningen te plaatsen. In de studio zijn de onzuivere vocalen van gitarist Anton Spetze en bassist Andreas Lagerström, aangevuld met de achtergrondbijdragen van Andreas’ broer Filip tijdens het productieproces nog redelijk gekanaliseerd. In het echt heeft de elkaar afwisselende dan wel gezamenlijke zang meer het karakter van dronkenmansgebral. Wat ook niet meehelpt is dat de band soms onnodig de vaart uit het optreden haalt of op momenten wat lijkt aan te rommelen. Het langzame, dreigende intro van “Monolith” bijvoorbeeld, waar het album zo sterk mee opent, wordt vanavond van alle spanning ontdaan omdat Anton en Andreas het nodig vinden om tijdens die opbouw elkaar op te zoeken voor een ontspannen keuvelpraatje. En voordat “You are ancient (Sweden’s pride)” eindelijk van start is gegaan, staat Anton eerst het gitaarlijntje van dat nummer een aantal malen te herhalen. Of hij even vergeten is hoe het ook alweer ging of dat het een technische kwestie betreft, weet ik niet, maar het komt hoe dan ook knullig over. Ook jammer is dat de Korg, juist zo’n onderscheidend element in het bandgeluid, enigszins verzuipt in de herrie.                 

Valt er dan niets positiefs te melden? Zeker wel, want zo’n beetje het hele album wordt gespeeld, en nummers als “Memories of sweat”, “Stress” en single “ABC city” zorgen gelukkig voor enige opwinding. Ook leuk is hoe tijdens het laatste nummer van de nood een deugd wordt gemaakt. Er gaat iets mis met de microfoon van Filip en een roadie probeert dat te fiksen, zij het niet op het podium maar er vlak voor. Omdat het of teveel tijd of teveel moeite kost om de microfoon weer bij Filip te doen belanden, of wellicht vanwege een spontane ingeving, mag de roadie de achtergrondvocalen van Filip voor zijn rekening nemen, pal voor het podium dus. Wanneer de toetsenist zijn instrument verlaat om op het drumstel te gaan staan met een stel slagwerkstokken, klimt de roadie de bühne op om daar zijn vocale bijdrage voort te zetten. Het concert eindigt met een prettig chaotisch slotakkoord, en daarna vindt de band het welletjes. Het optreden was niet slecht, verklaar ik mede vanuit een zekere goodwill voor de vier Zweden die naar verluidt geen cent te makken hebben, doch evenmin wat het kunnen of moeten zijn. Ik prefereer mijn punk graag rauw en ongepolijst maar dan dient het wel te staan als een huis, en dat deed het vanavond slechts bij vlagen.

Meer foto’s hier!

woensdag 9 januari 2013

Oplossing kerst- en nieuwjaarpuzzel

Mijn jaarlijkse kerst- en nieuwjaarpuzzel is weer door menigeen met wisselende resultaten opgelost, sommigen zijn er waarschijnlijk niet eens aan begonnen. De een heeft er zich solo op gestort, de ander samen met familie en/of vrienden. De reacties waren in ieder geval weer positief, al heb ik het woord ‘moeilijk’ ook vaak gehoord, en dan vooral in relatie tot de onderdelen waarin een woord werd gezocht waardoor weer twee nieuwe woorden zouden ontstaan. En ik maar denken dat die juist het eenvoudigst waren… Hoe dan ook, hieronder de dikgedrukte oplossingen!

BOER ZOEKT WOORD
Boeren DOCHTER Lief
Boeren HAM Ster
Boeren LEVEN Sloop
Boeren ERF Stuk
Boeren VERSTAND Houding
Boeren LUL Koek
Boeren BRUILOFT Staart
Boeren VOLK Oren

GEPAKT EN GEZAKT
Lance Armstrong > LIVESTRONG
Willem Holleeder > VAN HOUT
Jasper S. > MARIANNE
Badr Hari > SENSATION WHITE
Jelle Klaasen > RAYMOND
Bram Moszkowicz > JINEK
Tanja Nijmeijer > FARC
Jos van Rey > RICARDO

OLÉ? O JEE!
TAPAS
JUNTA
SIESTA
PAELLA
MACHO
EMBARGO
LASSO
GUERILLA


EEN LAATSTE GROET
Larry Hagman > KRISTIN
Robin Gibb > ANDY
Ravi Shankar > THE BEATLES
Hetty Blok > BARRIE STEVENS
Whitney Houston > DOLLY PARTON
Donna Summer > VAN OEKEL’S DISCOHOEK
Neil Armstrong > ALDRIN
Piet Römer > DICK VLEDDER

WOORD-EN-BOEKEN
Boeken PLANK Ton
Boeken BEURS Vloer
Boeken BAL Vast
Boeken WEEK Dier
Boeken KRAAM Vrouw
Boeken STEUN Fraude
Boeken MARKT Dag
Boeken GEK Ladder

GRENSGEVALLEN
Denemarken > KOPENHAGEN
Nederland > AMSTERDAM
Litouwen > VILNIUS
Griekenland > ATHENE
België > BRUSSEL
Luxemburg > LUXEMBURG
Italië > ROME
Spanje > MADRID

"AND THE WINNER IS…”
THE SILENCE OF THE LAMBS
ROCKY
AMADEUS
GLADIATOR
THE DEER HUNTER
THE SOUND OF MUSIC
BEN-HUR
CASABLANCA


WAT IK U TOEBID IS ONS ALLER STREVEN:
HEEL 2013 EEN LEUK, FIT EN VEILIG LEVEN!

maandag 31 december 2012

Jaarlijstjes 2012

Op de laatste dag van 2012 met mijn jaarlijstjes op de proppen komen, dat is toch feitelijk een ideale timing want deze dag leent zich bij uitstek voor terugblikken. Laat ik deze inleiding vooral kort houden, want ik heb er vaak een handje van om erg uit te weiden. De lijstaanvoerders van de diverse categorieën waren dit jaar zgn. ‘no brainers’ oftewel daar hoefde ik niet (lang) over na te denken. Daarna zit het elkaar aardig op de hielen. Hier en daar hadden bepaalde posities best van stuivertje kunnen wisselen, maar over het algemeen klopt het plaatje wel. Het was in ieder geval voor mij een in muzikaal opzicht rijk jaar met meer dan genoeg talentvolle nieuwkomers die hopelijk 2013 verder gaan inkleuren en een aantal oudgedienden die bewezen nog steeds vitaal te zijn. Een gelukkig nieuwjaar allemaal! 

ALBUMS
01 STEALING SHEEP – Into the diamond sun
02 THE INTERNET – Purple naked ladies
03 THE SOFT PACK – Strapped
04 POND – Beard wives denim
05 OPOSSOM – Electric Hawaii
06 TOY – Toy
07 SAUNA YOUTH – Dreamlands
08 TENNIS – Young & old
09 ELECTRICITY IN OUR HOMES – Dear shareholder
10 METZ – Metz
11120 DAYS – II
12 MAXÏMO PARK – The national health
13 STEREO VENUS – Close to the sun
14 OBERHOFER – Time capsules II
15 TY SEGALL – Twins
16 RUFUS WAINWRIGHT – Out of the game
17 HOLOGRAMS – Holograms
18 THE MACCABEES – Given to the wild
19 JAKE BUGG – Jake Bugg
20 HOODED FANG – Tosta mista

MET TERUGWERKENDE KRACHT
01 MY BLOODY VALENTINE – EP’s 1988-1991
02 MY BLOODY VALENTINE – Isn’t anything
03 MY BLOODY VALENTINE – Loveless
04 SPACEMEN 3 - The perfect prescription
05 DREAMSCAPE – La-di-da recordings

SINGLES
01 SAVAGES – Husbands
02 OUTFIT – Another night’s dream reach earth again EP
03 TEMPLES – Shelter song
04 SPLASHH – Vacation
05 FIDLAR – Don’t try
06 TOWNS – Sleepwalking EP
07 THE HISTORY OF APPLE PIE – Do it wrong
08 JAKE BUGG – Lightning bolt
09 PINS – LuvU4Lyf
10 ZULU WINTER – We could be swimming
11 DJANGO DJANGO – Default
12 THE LUCID DREAM – Hits me like I’m stoned
13 THE DALAÏ LAMA RAMA FA FA FA – You make me crazy
14 DEAF CLUB – Moving still
15 RINGO DEATHSTARR – Rip
16 FUTURE UNLIMITED – EP
17 NOVELLA – EP
18 2:54 – You’re early
19 PEACE – Follow baby
20 DEADBEAT ECHOES – Surge of youth

LIVE
01 THE STONE ROSES – Kiewit : Een groot weiland (Pukkelpop) : vrijdag 17 augustus
02 JANELLE MONÁE – Rotterdam : Ahoy (North Sea Jazz) : zondag 14 juli
03 RUFUS WAINWRIGHT – Rotterdam : Ahoy (North Sea Jazz) : zaterdag 13 juli
04 THEE OH SEES – Amsterdam : Paradiso : dinsdag 19 juni
05 SAVAGES – Nijmegen : Valkhofpark (De Affaire): donderdag 19 juli
06 SIMPLE MINDS – Amsterdam : Paradiso : zaterdag 18 februari
07 ATARI TEENAGE RIOT – Heerlen : Nieuwe Nor : zaterdag 22 december
08 HOWLER – Amsterdam : Paradiso : vrijdag 10 februari
09 DEAD CAN DANCE – Utrecht : Vredenburg Leidsche Rijn: dinsdag 25 september
10 TUXEDOMOON – Heerlen : Nieuwe Nor : maandag 29 oktober
11 POND – Amsterdam : Paradiso (Indiestad): maandag 14 mei
12 TOY – Den Haag : Nationaal Toneel (Crossing Border): zaterdag 16 december
13 STEALING SHEEP – Den Haag : Nationaal Toneel (Crossing Border): zaterdag 16 december
14 ECHO & THE BUNNYMEN – Amsterdam : Paradiso : zaterdag 21 januari
15 RATS ON RAFTS – Sittard : Fenix : vrijdag 24 februari
16 SHARON VAN ETTEN – Utrecht : Tivoli De Helling (Le Guess Who): zondag 02 december
17 A PLACE TO BURY STRANGERS – Maastricht : Muziekgieterij : donderdag 03 mei
18 OBERHOFER – Amsterdam : Paradiso (London Calling): vrijdag 18 mei
19 CEREBRAL BALLZY – Eindhoven : Area51 : vrijdag 29 juni
20 SHARON JONES & THE DAP KINGS – Landgraaf : Megaland (Pinkpop): zondag 27 mei

December 2012

CD’s

JAKE BUGG – Jake Bugg
De tiener Jake Bugg uit Nottingham lijkt bijna niet van deze tijd. Zijn debuutplaat, gevuld met veertien nummers die ieder net zo rock zijn als folk, is sterk geïnspireerd door de muziek van eind jaren vijftig en begin jaren zestig maar gedateerd klinken doet het niet. Bewust of niet, maar dat laatste kan ik me amper voorstellen, grijpt Bugg terug op oude bronnen als Bob Dylan, The Everly Brothers, Donovan en Buddy Holly, en wat meer richting het heden: de op klassieke popsongs gestoelde The Las’s. Zowel in uptempo liedjes (o.a. single “Lightning bolt” en “Taste it”) als in ballads (“Broken” en “Note to self”) werpt Jake zich op als een vakmanschrijver van materiaal dat volwassener klinkt dan je op grond van zijn leeftijd zou mogen verwachten. Die zien we vast volgend jaar terug op Pinkpop. 

RINGO DEATHSTARR – Mauve
Hun eerste album “Colour trip” jatte zo schaamteloos van My Bloody Valentine dat Kevin Shields een rechtszaak wegens plagiaat met twee vingers in de neus zou hebben gewonnen. Niettemin was het wel een schoolvoorbeeld van ‘beter goed gejat dan slecht verzonnen’, maar een tweede keer hetzelfde kunstje flikken zou RD tot een overbodige band maken, zeker nu MBV zelf weer actief is. “Mauve” ziet de band op heterdaad betrapt worden dat ze het niet kunnen laten ruimhartig van de MBV koek te snoepen maar deze keer zijn ze wel zo…eh… creatief geweest om ook wat van Sonic Youth achterover te drukken. Doch eerlijk is eerlijk: RD doet zich nu ook moeite om iets eigens te creëren zoals in het dromerige duo “Brightest star” en “Drag”. Ondanks al dat leentjebuur spelen is “Mauve” een plaat die ditmaal de sound van MBV niet op slaafse maar op eerbetoon wijzende en in aandacht vasthoudende nummers weet te repliceren. 

THE SOFT MOON – Zeros
Eenmansband The Soft Moon – het maanmannetje in kwestie heet Luis Vasquez – laat na de vorig jaar verschenen EP “Total decay” van zich horen met het al net zo opbeurend getitelde “Zeros”, zijn tweede langspeler. Veel veranderd is er niet in de wereld van Luis: die zwelgt nog steeds in het (zwarte) gat tussen “Faith” en “Pornography”, de twee vroege jaren tachtig platen van The Cure toen ze op hun minst vrolijk waren. “It ends”, “Die life”, “Lost years” passen qua songtitels in dit zwartgallige plaatje. De spookachtige fluistervocalen in combinatie met de sinistere, onheilspellende muziek zet een sfeer neer van paranoia, somberheid, vertwijfeling en angst. Geen plaat die je in de buurt van suïcidaal gevoelige personen moet laten rondslingeren. Wat niet wegneemt dat Luis in zijn opzet is geslaagd. 

THE VACCINES – Come of age
Bands moeten groeien, volwassen worden voor zover ze dat al niet zijn. De titel van hun tweede album geeft aan dat The Vaccines zich dat goed hebben beseft. Anderhalf jaar na hun debuut komen ze op de proppen met een plaat die daar deels in het verlengde van ligt met liedjes in de stijl van Ramones en The Strokes (“Teenage icon”, “No hope”, “Change of heart pt. 2”) maar die daarnaast breder georiënteerd van opzet is. “Afstershave ocean” zou niet misstaan op een LP van Blur, “All in vain” en “I wish I was a girl” doen denken aan gedegen Amerikaanse mainstream rock en “Lonely world” roept een ‘countryrock’ gevoel op. Die stilistische verbreding had verkeerd kunnen uitpakken maar doet dat niet. “Come of age” spreekt minder direct aan dan “What did you expect from The Vaccines?”, is meer ‘laid back’ en langzamer maar weet – al kost het enkele draaibeurten – uiteindelijk toch de conclusie af te dwingen dat er leven is ná de hype.

TRASH TALK – 119
Alsof de hitte al niet verzengend genoeg was, werkte Trash Talk zich tijdens de laatste Pukkelpop editie behoorlijk in het zweet met een korte, explosieve hardcore punk set. Op zich niet verwonderlijk, want de band heeft een reputatie op te houden. Toen ik ze in juni jl. in de kleine Eindhovense zaal Area51 zag, ging het er net zo heftig aan toe. “119” brengt die herinneringen weer tot leven met bruut, hard, snel – van de veertien songs komen slechts vier boven de twee minuten uit – en van de energie uit zijn voegen barstend punkbommetjes met titels als “Fuck nostalgia”, “Apathy”, “Uncivil disobedience” en “Bad habits”. Verwacht niet dat Trash Talk op “119” vernieuwend te werk gaat, maar beschouw dit als een stel vers opgeladen powerbatterijen in het hardcore genre. 

Singles

TEMPLES – Shelter song
Duo Temples was een van mijn hoogtepunten op het laatste London Calling festival. Als laatste nummer speelden ze “Shelter song”, de meest indrukwekkende song van het concert, en daarom terecht op single uitgebracht. Dit debuut draagt zijn psychedelische sixties invloeden (o.a. The Byrds & The Beatles circa ’67) trots op de borst, net zoals The Coral en Tame Impala dat deden / doen. 

SPLASHH – Vacation
Een liedje met “Vacation” moet wel lekker klinken, net als “Holiday” van Madonna. En dat doet het ook, tenminste als het gaat om het oproepen van een goed gevoel. Deze vakantie doet niet zozeer aan strand, zee en wuivende palmbomen doet denken als wel ‘fuzzy’ grunge vermengd met psychedelische pop. Met voorganger “Need it” diende Splashh zich aan als een talentvolle nieuweling, “Vacation” doet daar een schepje bovenop.  

TOWNS – Sleepwalking EP
Deze maand levert een hoop tof spul op van Britse bands die nog niet zo lang aan de weg timmeren. De singles die Towns tot nu toe uitbracht – zoals aanrader “Gone are the days”, hun eerste – zijn voor ondergetekende tot dusverre nog onvindbaar gebleken maar met deze EP, noem het gerust een mini-LP, heb ik eindelijk prijs. Wat ze met veel andere jonge Engelse talenten delen is een voorliefde voor shoegaze, en dan vooral de blauwdrukmakers van het genre My Bloody Valentine. Dat giet Towns, net als een aantal van de groepen die eind jaren 80, begin jaren 90 in het kielzog van MBV opdoken (Chapterhouse, The Boo Radleys), in lekker compacte popliedjes (“Sleepwalking”, “Dig your heels”) waar de band hopelijk nog veel meer van in petto heeft. Alleen volgende keer wel voor een betere hoesfoto kiezen, beste heren, want een amateuristisch kiekje van een lachende blote jongeman in een badkuip getuigt van weinig goede smaak…

THE HISTORY OF APPLE PIE – Do it wrong
Na hun eerste twee singles bleef het bijna een jaar stil rondom dit jonge kwintet uit London en eindelijk is er weer een teken van leven. De songtitel moet vooral niet letterlijk worden genomen want THOAP slaat ditmaal, volgens het principe ‘drie keer is scheepsrecht’, de spijker op zijn kop. De titel “Do it right” was dus toepasselijker geweest voor dit net onder de drie minuten klokkende liedje die de combinatie indierock, shoegaze en een snufje grunge tot een aanstekelijk geheel maken én die doet uitkijken naar hun in 2013 te verschijnen debuutalbum. 

THE LUCID DREAM – Hits me like I’m stoned
Ze hebben er net een hele korte tournee door Europa opzitten maar helaas deden ze Nederland niet aan. Hopelijk gebeurt dat in de toekomst alsnog, want ik heb tot nu toe trouw de output van het kwartet uit Carlisle aangeschaft. De titel van het psychedelische, bijna zeven minuten durende en in een climax eindigende “Hits me like I’m stoned” geeft weer wat je van dit nummer mag verwachten. En voor wie dat nog niet hint genoeg is noem ik de naam Spacemen 3. Cool as fuck. 

SWIM DEEP – Honey
“Honey” is single nummer twee van deze band die net als o.a. Peace en Troumaca behoort tot de ‘B-town’ scène. Die ‘B’ staat voor Birmingham en dat is eigenlijk een van de weinige overeenkomsten tussen de bands die gemakshalve tot deze ‘stroming’ worden gerekend. Muzikaal gezien verschillen ze van elkaar maar wat ze bindt is dat ze nieuw, jong en veelbelovend zijn. Swim Deep maakt ‘feel good’ indie poprock en het zou me niets verbazen als binnenkort, voor zover al niet gebeurd, een major label met een contract komt wapperen. Want “Honey”, meer dan Swim Deep waarschijnlijk lief is, heeft wat iets weg van het populaire… Keane.

donderdag 27 december 2012

Atari Teenage Riot - Heerlen : Nieuwe Nor : zaterdag 22 december 2012

“Ik heb je nog nooit zo gezien tijdens een concert”, merkt blogparty op na afloop van het concert in de Nieuwe Nor te Heerlen. “Dat klopt”, antwoord ik, “omdat je mij nog nooit bij een concert van Atari Teenage Riot hebt gezien.” Waar blogparty op doelde was mijn uitbundige gespring, gestuiter, gedans en andere uitingen van euforie. Dat effect heeft ATR namelijk op mij. Niet anders dan die eerdere keren toen ik de band live meemaakte, onder andere in de Effenaar en op Pinkpop. De tel ben ik een beetje kwijt, maar dit is het vijfde of zesde ATR optreden dat ik bijwoon sinds medio jaren 90. Nu moet ik er wel bij zeggen dat de triggers om wild te gaan jumpen of me in het gedruis te storten bestaan uit een aantal specifieke ATR songs. Daaronder vallen sowieso alle nummers die te vinden zijn op het debuutalbum “1995” (later ook uitgebracht als “Delete yourself!” en “Burn Berlin burn”). Het is namelijk een van mijn favoriete platen ooit, één van die albums die de koffer ingaat wanneer ik naar een onbewoond eiland zou worden gestuurd en ik maar vijf platen mag meenemen. Dat ATR op hun laatste album “Is this hyperreal?” grotendeels is teruggekeerd naar de sound en de muzikale variatie van dat debuut, vind ik dan ook een goede ontwikkeling.

Het is hun laatste show van het jaar – en trouwens ook mijn laatste concert van 2012 – en de wereld bestaat nog, iets waar Alec Empire even aan refereert. De Maya’s hadden het bij het verkeerde eind, zegt Alec op spottende toon, en de Bijbel moet je evenmin geloven, voegt hij er aan toe. Maar Alec is dan ook iemand die kritisch is en kritisch blijft. Hij maakt zich nog onverminderd druk over misstanden in de maatschappij en verpakt zijn kritiek en ongenoegen in sloganachtige teksten en kreten die oproepen tot dadendrang, revolutie en actie, gezet op digital hardcore: overstuurde drum’n’bass, gabberpunk en opgefokte techno. Alec, gestoken in een cool Black Flags T-shirt – het is een van de nummers op “Is this hyperreal?” die vanavond ook gespeeld wordt – is de enige overgeblevene van de originele line-up. Hanin Elias kwam net te vaak niet opdagen, en Carl Crack stierf aan de gevolgen van een overdosis. Hun plaatsen zijn ingenomen door door noiseterrorist / schreeuwlelijk Nic Endo – die van ’97-’00 ook al van de partij was – en Rowdy Superstar, die ik voor de eerste keer meemaak als bandlid. Geen idee of dat ter tijdelijke of permanente vervanging is van CX Kidtronik, maar voor het optreden vanavond maakt het (me) weinig uit. Met name Alec en Nic zijn relatief het vaakst zowel achter de knoppen als achter de microfoon te vinden, en op beide wijzen vuren ze hun beats en teksten op de zaal af. Die zaal is trouwens, zeker voor een band als ATR, minder goed gevuld dan verwacht en dan de band had verdiend. 

De hoogtepunten van de set, die van mij althans, zijn de ‘triggers’ waar ik het eerder over had. De eerste tonen van de snelle speedmetalriff waarmee “Into the death” van start gaat, doen bij mij het eerste knopje omzetten, “Atari teenage riot” met zijn “Smells like teen spirit” sample stuurt signalen naar mijn voeten die ze op en neer van de grond af laten gaan, en het laatste zetje wordt gegeven door “Hetzjagd auf Nazis!” waar slechts een wildemandans op van toepassing is. “Speed” doet wat de titel belooft (en laat me nog het meest zweten), “Destroy 2000 years of culture” is ATR’s eigen boodschap in relatie tot het (vermeende) wereldeinde en “Revolution action” wordt als laatste molotovcocktail over de barricade geworpen. Althans, dat hoop ik niet want ik sta in de startblokken voor “Midijunkies”, de voor de hand liggende toegift. Maar eh… die komt dus niet. Daar zal ook die kerel met zijn “Midijunkies” T-shirt van hebben gebaald. De lichten floepen aan en de DJ zet een plaatje van The Prodigy op. Jammer, maar het kan de pret niet drukken, temeer omdat ik Alec na afloop (wederom) de hand mag schudden, Nic Endo en Ik Indo met elkaar op de foto gaan, en ik dit als de explosieve aftrap beschouw van mijn twee weken durende vakantie. Start the riot…NOW! 

Meer foto’s hier! En een ander verslag daar!

Adam Ant & The Good, The Mad & The Lovely Posse - Roermond : ECI Cultuurfabriek : zaterdag 08 december 2012

Het zal u misschien niet ontgaan zijn maar Roermond is bezig met een culturele inhaalslag. Op concertgebied welteverstaan. Al mag het binnenhalen van de landelijke Sinterklaasintocht natuurlijk niet onvermeld blijven. Hoe dan ook, dankzij de komst van de ECI Cultuurfabriek mocht de bisschopsstad dit jaar dan eindelijk twee gouwe ouwe van formaat verwelkomen die (begin) jaren tachtig hun grootste successen beleefden. In juli jongstleden liep niet meer zo jong en oud uit voor UB40, en onlangs wist het publiek, ik schat zo’n 200 man sterk maar ik kan me uiteraard vergissen, de nieuwe cultuurtempel te vinden voor een optreden van Adam Ant. Gezien deze ontwikkelingen lijkt een bezoek van Kim Wilde of zelfs Blondie aan Roermond in de nabije toekomst niet uitgesloten. Jos van Rey zou het met trots vervullen, als hij tenminste nog wethouder zou zijn geweest. Afijn, terug naar Adam Ant, die zich weliswaar niet langer laat begeleiden door een stel Ants maar een nieuwe begeleidingsgroep heeft meegenomen genaamd The Good, The Mad & The Lovely Posse. De opstelling doet dan wel weer vertrouwd aan met twee drummers, een bassist en gitarist. Een achtergrondzangeres, of beter gezegd: een voorgrondzangeres namens Georgina, maakt het plaatje compleet. Het is wel duidelijk dat zij het ‘lovely’ gedeelte van de naam vertegenwoordigt. En vooruit, die blonde drumster met dat getoupeerde kapsel scharen we er gemakshalve ook onder, al houdt zij het bij één outfit, terwijl Georgina af en toe in de coulissen verdwijnt om terug te komen met het ene na het andere spannende pakje: van ondeugende dienstmeid tot vaudeville danseres in prikkelend corset. Aangaande ‘the good’ en ‘the mad’: wie van de drie andere begeleiders dat precies zijn, dat zullen we wel nooit te weten komen, maar bij ‘mad’ gaan de gedachten wel het eerst uit naar hun broodheer. Adam, geboren als Stuart Goddard, kwam immers de laatste jaren vooral in het nieuws vanwege zijn mentale instabiliteit. Opname in een psychiatrisch ziekenhuis, een rechterlijke veroordeling wegens bedreiging van een stel cafébezoekers: het zijn niet bepaald zaken die je associeert met een ‘prince charming’. Maar dat is verleden tijd want inmiddels heeft Adam zichzelf weer in de hand, zijn manische depressiviteit is naar verluidt onder controle en zijn muzikale carrière is sinds 2010 bezig met een herstart. 

Met krakend ijs onder onze voeten lopen commando Billy en ik naar de ECI Cultuurfabriek. Een luxe voor mij, want hoe vaak komt het voor dat ik vanaf huis naar een concert(zaal) kan wandelen? In de ontvangsthal moeten we eerst wat geld wisselen bij de kassa om in het bezit te komen van roze en blauwe muntjes, en daarna wacht ons een warm welkom. Eerst is er een vriendelijke begroeting van een vrijwilligster die me blijkt te kennen – en ik haar ook, maar het kwartje valt pas later – en daarna zegt de gekleurde meneer van de security dat hij me ook ergens van kent, maar dat blijkt een misvatting. Bekend of niet, door een derde persoon word ik vriendelijk gevraagd mijn zakken te ledigen wat op zijn minst vreemd overkomt. Zie ik er zo verdacht uit, is er sprake van een terroristische dreiging of staan mensen die een concert van Adam Ant bezoeken te boek als net zo mentaal uit evenwicht als de goede man zelf was? Nadat de beveiliging overtuigd is geraakt van mijn goede bedoelingen mag ik een paar meter doorlopen waar een vierde persoon mij opwacht met een polsbandje dat ik krijg omgedaan. Het komt op zijn zachtst gezegd overtrokken over totdat ik op het bandje de melding ‘18+’ zie staan en me duidelijk word dat het vleiend is bedoeld. Gezien mijn jeugdige uiterlijk die niet in overeenstemming is met mijn leeftijd, zou het barpersoneel van dienst mij wel eens de aankoop van een alcoholische versnapering kunnen weigeren. Door mijn polsbandje te tonen kan dit misverstand zo uit de wereld worden geholpen. Maar goed dus dat de vrijwilligers en medewerkers zijn doordrongen van ECI oftewel Extreme Controle Instructie.  

Onze timing is perfect want amper zijn we de zaal binnen of het optreden gaat van start. De ons onbekende support act hebben we dus weten te mijden, maar naar het schijnt hebben we daardoor wel de band van de eerder genoemde Georgina gemist, een stel sexy meiden, zo begrijpen we. Gelukkig dat we dus in ieder geval niet van Georgina verstoken blijven. Ze is dan wel geen Ant, maar ze geeft het begrip ‘mierenneuken’ wel een nieuwe betekenis. Maar ik dwaal af. Vooraf wist ik niet precies wat ik zou kunnen verwachten van dit concert: tenenkrommend, een aanfluiting, een triomf, beter dan gedacht? Het blijkt het laatste te zijn. Niet alleen omdat zoals verwacht Adam (het gros van) zijn grootste hits de revue laat passeren maar ook omdat hij verder teruggaat in de tijd, voordat hij bekend werd en Malcolm McLaren hem losweekte van de rest van de band – die weer later door Malcolm tot Bow Wow Wow werd gekneed. De tijd dus toen Adam & The Ants nog een non-commerciële postpunkband was. Mijn grootste verrassing is dan ook “Catholic day” dat ik niet meer heb gehoord sinds het cassettebandje waar ik het op had opgenomen – samen met de rest van album “Dirk wears white sox” – zich niet langer meer liet afspelen. Uit de hele oude doos komen ook “Cleopatra” en “Never trust a man (with egg on his face)” voorbij, en Adam is ook niet beroerd om B-kantjes te spelen ten faveure van (godzijdank) niet gespeelde hitjes van het kaliber “Puss’n’boots”. We staan achter het mengpaneel van waaruit ik zicht heb op de lange setlist en daarop zie ik tot mijn verbazing geen “Prince charming” staan. “Oei, dat is wel heel vreemd en gewaagd om die niet te spelen”, verbaas ik me, zeker voor mij die gewend is als een ‘prince charming’ bekend te staan, ahum. Van de welbekende hitjes ben ik nog het meest verguld met “Stand and deliver” en “Antmusic” die ik nog redelijk en op bescheiden wijze kan meezingen. 

De 58-jarige Adam is er hier in het kader van de Blueback Hussar tournee, ter promotie van een nieuw in 2013 te verschijnen album, vandaar dat hij gekleed / verkleed is als een huzaar. Een huzaar met een piratensteek op het hoofd en een Klark Kent bril op de neus welteverstaan. De witte schminkstreep door het gezicht die in zijn toptijd een soort handelsmerk was, is in de kleedkamer achtergelaten. Wanneer hij tegen het einde zijn huzarenjasje uittrekt zien we een hoop tatoeages op zijn armen. Adam zet een energieke performance neer die duidelijk maakt dat hij veel zin heeft in zijn comeback. Hij oogt wat clownesk, maar is fit genoeg om 28 songs lang te entertainen. Net nadat ik weer wat foto’s heb geschoten probeert de Britse geluidsman mijn aandacht te trekken. In de veronderstelling dat ik heb staan filmen, vraagt hij me om de opnames op YouTube te plaatsen. “Because last night was shit”, licht hij toe. Ik vergeet te vragen of dat ‘shit’ op het optreden van gisteravond slaat, de kwaliteit van het beeldmateriaal of beide, maar met een goedkeurend knikje laat ik hem in de waan dat ik zijn verzoek ga inwilligen. Of iemand anders in de zaal dat alsnog gaat doen weet ik op dat moment niet, maar als het gebeurt, dan zullen de filmpjes uitwijzen dat dit optreden allesbehalve ‘shit’ was.

Setlist: Intro (Vince Taylor – Rock’n’roll station) * Press darlings * Dog eat dog * Beat my guest * Kick! * Cartrouble * Ants invasion * Deutscher girls * Stand and deliver * Room at the top * Kings of the wild frontier * Wonderful * Whip in my valise * Vince Taylor * Catholic day * Cool zombie * Desperate but not serious * Cleopatra * Never trust a man (with egg on his face) * Zerox * Vive le rock * Ant music * Goody two shoes * Lady / Fall in * (toegift) Christian D’or * Red scab * Prince charming * Physical (you’re so) 

Meer foto’s hier!

woensdag 26 december 2012

Le Guess Who - Utrecht : Diverse locaties : zondag 02 december 2012

Le Guess Who is een meerdaags muziekfestival dat plaatsvindt op diverse locaties in de binnenstad van Utrecht. Het bestaat sinds 2007 maar voor mij is het de eerste keer dat ik het evenement bezoek. Ik houd het slechts op één dag, de laatste op zondag, omdat dan de voor mij meest interessante bandjes optreden. Het gros daarvan valt binnen het kader van de zgn. ‘Fuzzbox’, wat staat voor een variatie aan garagerockbandjes die beurtelings op de twee podia in de zaal van Tivoli Oudegracht optreden. Die podia bestaan enerzijds uit de vaste bühne en anderzijds een geïmproviseerd ‘podium’ wat eigenlijk niet meer behelst dan twee aan de zijkant van de zaal geplaatste speakersets waartussen de band mag optreden. Achter het drumstel bevindt zich een deur richting backstage. Mijn eerste stop is weliswaar Tivoli Oudegracht maar dat is alleen om mijn ticket om te ruilen voor een papieren polsbandje dat ik zelf mag aanbrengen. Daarna probeer ik met een simpel plattegrondje zaal Ekko te vinden, me een weg banend tussen drukke winkelstraten: het is de laatste zondag voor pakjesavond. De laatste keer dat ik Ekko bezocht zal meer als tien jaar geleden zijn geweest dus het is even zoeken. Ondanks dat de route op papier simpel lijkt, moet ik toch drie keer de weg vragen en opvallend daarbij is dat degenen die me helpen – inwoners van de stad – de mij door Le Guess Who verstrekte plattegrond bestempelen als ‘een rare kaart’. Uiteindelijk bereik ik mijn bestemming en heb ik de route in mijn hoofd geprent. Ik moet hier namelijk vandaag nog minstens één keer komen. 

Eerste band van de dag is Cheatahs, een kwartet uit Londen met een niettemin internationaal karakter: er zitten een Brit, een Duitser, een Amerikaan en een Canadees in. Die laatstgenoemde is Nathan Hewitt, die de band oorspronkelijk begon als een soloproject. In mijn platencollectie schuilt ergens een single uit die tijd (“Warrior”) maar die heeft zelden mijn platenspeler gezien. Dat ligt anders bij de eerste door de groep opgenomen EP (“Coared”) die dit jaar op het Marshall Teller label verscheen. Op genoemde plaat als ook op de recentelijk verschenen opvolger “Sans”, uitgekomen op Wichita die de band heeft getekend, neemt Cheatahs de luisteraar mee terug in de tijd. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig om precies te zijn: de tijd dat bands als Teenage Fanclub en Dinosaur Jr. hoogtij vierden. Cheatahs slaagt erin om die specifieke sound te doen herleven. Deze muzikale replica is zo geslaagd dat je jezelf kunt afvragen wat de band er eigenlijk zelf nog aan toe te voegen heeft. Niet zo heel veel eerlijk gezegd, maar dat mag Cheatahs worden vergeven zolang daar instant memorabele liedjes als “The swan” en “Coared” uitvloeien. Niet alles haalt dat niveau en aan de podiumpresentatie mag wel wat gewerkt worden. Maar goed, het is pas 15.00u en de zaal is nog niet eens halfvol. “It’s early”, zegt Nathan op een gegeven moment, à propos. Niettemin zorgt Cheatahs voor een verdienstelijke festivalstart. 

Ik ben terug in de ‘Fuzzbox’ waar Acid Baby Jesus, een kwintet uit Athene, mag komen bewijzen dat Grieken tot meer in staat zijn dan zichzelf diep in de schulden steken. Een flauwe opmerking natuurlijk, temeer omdat de band werkt voor zijn geld. Oeps, tweede flauwe grap! Het kan door de sinds de Eurocrisis geschetste beeldvorming komen maar deze jongens zien eruit alsof ze al jaren (te) weinig euro’s te verteren hebben. Ze zien er niet hip uit of als een typische ‘garagerock’ band, maar goed, dat is ook geen moetje. Belangrijker is of ze de aandacht kunnen vasthouden, en dat gaat ze meteen goed af met openingssong “Horse”, een dreinende, hypnotiserende song met een walsachtig ritme. Het is eigenlijk ook hun beste nummer, als je het afzet tegen alles wat ze daarna spelen. Niet dat de rest ondermaats is maar bijzonder is het evenmin. Het is aan de inzet van de band te danken dat ze hun songmateriaal de juiste ‘boost’ weet mee te geven om boven zichzelf uit te stijgen. 

Het vergt slechts een kwartslag lichaamsdraai om mijn blik richting het ‘hoofdpodium’ te werpen. Doch zelfs die simpele beweging blijkt de moeite niet waard te zijn voor het optreden van X-Ray Eyeballs, een viertal Amerikanen die nog geen deuk in een pakje boter kunnen slaan. Zo enthousiast als de oriëntaals ogende zanger / gitarist en de drummer met een handdoek om het hoofd tekeer gaan, zo afgezaagd en nietszeggend komt het eruit. Toetsenist / gitarist Liz Lohse en bassist Carly Rabalais zien er wel interessant uit (voor de heren) maar de een kijkt verveeld en bij de ander meen ik een flauwe, verontschuldigende glimlach te bespeuren alsof ze zelf ook weet dat de band een collectieve wanprestatie aan het neerzetten is. O ja, het moet garagerock / garagepunk voorstellen met een beetje new wave, maar het moet vooral snel worden vergeten. Het publiek krijgen ze niet mee en ik maak me snel uit de voeten. 

Het is inmiddels lichtjes gaan regenen en wanneer ik bij Ekko arriveer zie ik daar een groepje mensen staan. Ik ga naar de deur maar wordt er tegengehouden door een Surinaamse meneer van de security. “Het is vol”, zegt hij op gedecideerde toon. “Ik mag niemand meer naar binnenlaten.” Om me heen zie ik beteuterde gezichten. Een jong Vlaams stel komt aan, wil naar binnen en krijgt hetzelfde te horen. “We waren een half uur geleden nog in de zaal, en gingen even naar buiten om ergens iets te gaan eten”, proberen ze nog. De beveiligingsman is niet te vermurwen, ook niet nadat het stel claimt uitgerekend voor Diiv een ticket te hebben gekocht en als ze niet naar binnen mogen, dan zouden ze de volgende dag naar Parijs moeten reizen om de band in kwestie te kunnen zien. “Sorry mensen, ik maak de regels niet!” zegt de Surinamer op verontschuldigende toon. Hij lijkt zich steeds ongemakkelijker over de situatie te gaan voelen, zeker nadat hij voor alle duidelijkheid een A4tje op de deur plakt met de mededeling dat de zaal vol is. Een meisje smeekt naar binnen te willen, ze moet namelijk een stukje schrijven over het optreden. Ook zij krijgt nul op rekest. “Als er iemand naar buiten gaat, mag er iemand naar binnen”, krijgen we te horen, maar niemand lijkt er vertrouwen in te hebben. Ik besluit het gewoon af te wachten, ik sta immers al naast de deuropening en je weet maar nooit. Diiv is ondertussen van start gegaan met hun eerste nummer. Gelukkig kunnen we het concert horen, een schrale troost. Er gaat een bezoeker de deur uit, maar de security krijgt het voor elkaar dat te missen. Hij is even weggegaan voor overleg. In samenspraak met iemand van de organisatie mag hij 25 mensen toegang geven tot het gebouw. Mijn uitgangspositie is goed, en als vijfde, meteen na het Belgische stel die ik laat voorkruipen, mag ik naar binnen. Tja, de organisatie had het al van tevoren aangekondigd: kom op tijd, want vol is vol. Maar niemand die denkt dat het hem of haar zal overkomen, dat blijkt maar weer. De afgeladen zaal zegt ook iets over de populariteit van Diiv want deze drukte lijkt me echt geen toeval of een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Aan de andere kant: er passen slechts 250 mensen in Ekko. Mijn geduld wordt in ieder geval beloond met een wervelend optreden van Diiv. Live klinkt Diiv aanmerkelijk heftiger en opwindender dan op plaat, als een punkband op de shoegaze toer. Het gitaargeluid is als een overspoelende golf, de toch al volgepropte ruimte vullend. Verder dan de deuropening kom ik niet, en ik moet mijn nek strekken om het optreden te kunnen zien en toch krijg ik het gevoel er middenin te zitten. Dat neemt niet weg dat ik Diiv (en het publiek) volgende keer graag een grotere zaal gun. 

Terug naar Tivoli Oudegracht waar ik in het laatste kwart val van het concert van Allah-Las. Leuke naam, zeker voor een stel Amerikanen. Wat minder controversieel dan The Muslims, de garagerockers die sinds een jaar of drie als The Soft Pack door het leven gaan. Laatstgenoemde had ik vandaag liever hier gezien dan Allah-Las want hun vrij traditionele, op (o.a.) vroege Rolling Stones en The Byrds gestoelde muziek kan me geen kippenvel geven. Het is nogal spanningsloos optreden dat alleen aan het einde even dreigt boeiend te worden wanneer de zanger en de drummer stuivertje wisselen. Maar na dat rollenspel is het ook meteen gedaan met het optreden. Geen band waar Allah, zelfs met zo’n naam, aanstoot aan zal kunnen nemen.    

Hoe anders gaat eraan toe tijdens Fidlar. Ik ben blij dat ik uit voorzorg tijdig een ‘veilig heenkomen’ heb gezocht op het balkon, precies tegenover de plek waar de vier garagepunkers uit Californië optreden. Op de een of andere wijze heb ik ze dit jaar gemist op Pukkelpop ofschoon ze wel op mijn ‘to see’ lijstje stonden. Dit is dus mijn herkansing. Ze stonden overigens ook op Lowlands afgelopen zomer. Het zou heel goed kunnen dat aardig wat toeschouwers die vanavond in de zaal zijn Fidlar daar hebben gezien, uit hun dak zijn gegaan en dat graag nog eens over willen doen. En dan niet dunnetjes maar voluit. Er wordt gemosht, gesprongen, geduwd, getrokken en gecrowdsurft dat het een lieve lust is en de soundtrack bestaat uit korte punkliedjes die de geneugten van drugs, drank en skateboarden bezingen. Na elke song bedankt bassist Brandon Schwartzel het publiek door “Thank you” met een hoog stemmetje te zeggen. Het wiel wordt hier niet opnieuw uitgevonden, maar het rolt wel op energieke wijze door de zaal heen als een op hol geslagen raceauto. Het komt soms over als makkelijk scoren en puberaal gedoe, al die teksten over goedkoop bier, geldgebrek, blowen en hoeren dat een bepaald clichébeeld oproept dat desondanks of juist daarom bij het publiek aanslaat. Aan de andere kant pretendeert Fidlar ook niet meer dan dat te zijn, ze willen ‘fun’, dat stralen ze uit en dat is wat het publiek krijgt. Bovendien zijn die teksten gekoppeld aan simpele maar effectieve drie akkoorden punk met een hoge mate van aanstekelijkheid. Fidlar staat voor: Fuck It Dog Life’s A Risk. En zo is het maar net. 

De volgende act die ik wil zien treedt op in Tivoli De Helling waar ik nooit eerder ben geweest. Op basis van mijn plattegrond schat ik in dat het weliswaar te belopen is, maar mijn gevoel voor oriëntatie, vooral in het donker en in een vreemde stad, doen me wel even op mijn hoofd krabben. Zeker omdat die plattegrond zoals eerder vermeld als ‘raar’ werd omschreven door nota bene stadsinwoners. Ik besluit ervoor te gaan – fuck it dog life’s a risk, toch? – maar niet voordat ik Nick Waterhouse en zijn band twee soulnummers de tijd geef om mezelf voor te bereiden op mijn volgende wandeling. De plattegrond geeft me tot op een zeker punt houvast en daarna is het zoeken op gevoel. Wanneer ik door een onverlichte, provisorische fiets- annex voetgangerstunnel loop, bekruipt me een gevoel van onbehagen. Het blijkt echter wel de juiste keuze te zijn geweest, want een minuut of vijf later, na een goed uitgepakt ‘links of rechts?’ beslissingsmoment zie ik een bordje met de tekst ‘De Helling’. 

De Amerikaanse singer/songwriter Sharon Van Etten heeft drie albums op haar naam staan, en eerlijk gezegd ken ik geen van allen, althans niet van A tot Z. De paar liedjes waarmee ik wel bekend ben, zoals bijvoorbeeld gespeeld in een aflevering van “Later… with Jools Holland”, hebben me er echter van overtuigd dat een live optreden van deze 31-jarige New Yorkse wel eens erg de moeite waard zou kunnen zijn. Een juist vermoeden want van de zestig minuten die Sharon en haar (prima musicerende) driekoppige band tot de beschikking staan, wordt er niet één verspild. De zangeres heeft een karaktervolle stem, die een gevoel van melancholie, berusting en troost kan overbrengen, maar ook gefocust en zelfverzekerd van aard is. Als Sharon zingt, is de zaal stil, en zo hoort het ook. Met band of alleen, zichzelf begeleidend op gitaar, weet ze met haar ‘folk meets indie rock’ liedjes de aandacht op haar gericht. Sharon, die trouwens wel iets wegheeft van (vergeten) actrice Karen Allen, is verkouden, zo geeft ze aan, wat soms rare dingen met haar stem doet. Ze geeft een demonstratie die niet van humor is gespeend en die haar gitarist de opmerking ontlokt dat ze klinkt als Yoda. Zo zijn er wel meer kwinkslagen met het publiek, wat de zangeres aan sympathie doet winnen. Maar die had ze al verdiend met stil makende uitvoeringen van “Give out”, “Save yourself” en “Kevin’s”. Zoals gezegd benut Sharon haar tijd goed, en momenten waarop de boel op inkakken staat zijn dan ook niet te bespeuren. Je krijgt eerder de indruk getuige te zijn van iets bijzonders. Ze eindigt met de aanzwellende finale “I’m wrong” en dan is het gedaan. Dit was een vervroegd Sinterklaascadeautje. 

Terug in de ‘Fuzzbox’ maak ik de laatste tien minuten mee van White Fence, de band van Tim Presley (nee, geen familie) die bij mij pas in zicht kwam naar aanleiding van zijn dit jaar verschenen collaboratie met Ty Segall, het album “Hair”. Wat ik vanavond meekrijg is zoals gezegd de staart van het optreden, en die wordt voor het grootste deel in beslag genomen door een zgn. ‘wig out’ of ‘freak out’ zo u wil, waarbij de instrumenten, de twee gitaren met name, op elkaar worden losgelaten ten behoeve van een gruizige, psychedelische geluidsorgie. Dat klinkt best smakelijk maar in mijn hoofd ben ik nog aan het nagenieten van het hoogstaande concert van Sharon Van Etten, en dat maakt White Fence qua timing als een primitief toetje na een exquise hoofdgerecht. Volgende keer beter! 

“Psychotic reaction”, is niet alleen de titel van het garagerocknummer van The Count Five uit 1965, maar ook een passende omschrijving van de publieksreactie op Night Beats, een trio uit Seattle. Vanaf het balkon zie ik een knul op psychotische wijze uit zijn dak gaan. Het is dat zijn lichaam redelijk de ‘steady beat’ van de drummer volgt en hij op een gegeven moment weer bij zinnen komt, anders zou de roep om een dokter in de zaal geen overbodige zijn geweest. Tegelijkertijd vallen zijn wilde, manische bewegingen eigenlijk niet eens zo uit de toon te midden van de kluit enthousiastelingen die zich voor het kleine podium hebben verzameld, want iedereen is door het dolle heen. Zelfs de speakers, die achter de band heen en weer deinen. Het is alsof ze staan te popelen om ook tussen het publiek te kunnen duiken. Night Beats geeft er dan ook reden toe met hun opwindende, psychotisch-psychedelische garagerock die zich een weg tript langs onder meer 13th Floor Elevators en The Seeds. De gitarist beklimt een speaker, maar dat lijkt niet zo’n veilig idee en dus gaat hij maar voor een crowdsurfmoment terwijl hij ondertussen manhaftig probeert verder te spelen. Het past binnen de totale gekte die Night Beats teweeg weet te brengen, en waar elke andere band zo voor zou tekenen. 

De enige logische afsluiter is Ty Segall, want hij is de ongekroonde koning van de garagerock die dit jaar maar liefst drie albums uitbracht. Weliswaar onder de namen Ty Segall Band, Ty Segall en Ty Segall & White Fence, doch dat doet verder niets af aan dat huzarenstukje. Dat het stuk voor stuk goede platen zijn maakt het pas echt tot een bijzondere prestatie. Heel de dag refereren andere (garage)bands aan hem door tijden hun optredens het publiek te vragen of aan te sporen om later op de avond naar hem te gaan kijken. Het zegt iets over de reputatie, het respect en de status die de pas 25-jarige Amerikaan onder collega’s geniet. London Calling wist hem anderhalf jaar geleden al te strikken toen hij nog niet zo bekend was. Ofschoon hij staat geafficheerd als Ty Segall, heeft hij in zijn set plek ingeruimd voor nummers die hij onder de drie eerder genoemde bandnamen heeft uitgebracht. Zo start hij met “Time” en “Scissor people”, die hij samen met White Fence maakte, want ja, Tim Presley is er toch al, dus dat komt wel zo goed uit. Van wat wel eens zijn doorbraakalbum zou kunnen worden (“Twins”) knalt Ty “Thank God for sinners” en het snelle “You’re the doctor” eruit. Helaas moet ik vervolgens ook de nodige snelheid maken want mijn laatste trein heeft geen boodschap aan laatkomers. Dat is wel even balen, maar beter een beetje Ty dan helemaal geen Ty. En het moet bovendien wel heel raar lopen als hij volgend jaar niet weer in Nederland te zien zal zijn, al was het maar omdat geen elk zichzelf respecterend festival niet meer om hem heen kan of mag! Vanavond werd alvast het goede voorbeeld gegeven. Hopelijk geeft Le Guess Who daar volgend jaar een vervolg aan. 

Meer foto’s hier!