vrijdag 8 februari 2013

METZ - Amsterdam : Paradiso : maandag 04 februari 2013

Eén van de ontdekkingen van vorig jaar is het uit Toronto, Canada afkomstige alternatieve noiserock trio METZ (met hoofdletters dus). Ze zijn al sinds 2007 actief maar het heeft vijf jaar geduurd voordat hun debuutalbum in oktober jongstleden het licht zag. Die plaat was ook meteen mijn eerste, overdonderende kennismaking met METZ. In een half uur tijd slaat de band de luisteraar om de oren met brute, explosieve en furieuze rock die zijn wortels heeft in verwante voorgangers als Big Black en The Jesus Lizard. Het is zo’n plaat die je meteen stevig bij de schouders vastpakt, flink doorelkaar schudt en tegelijkertijd hard in je oren schreeuwt. “METZ” laat een onontkoombare impact achter en het biedt alle gelegenheid om even stoom af te blazen, frustraties weg te luisteren – wel met de volumeknop naar boven geschroefd – of je energie de vrije loop te laten. Daarnaast roept het album een welhaast onvermijdelijke gedachte op: deze band wil ik live zien! Mijn wens ging in vervulling toen de band deze week in het kader van een uitgebreide Europese tournee een tweetal optredens in Nederland gaf, in respectievelijk Amsterdam en Nijmegen. Aanvankelijk zou ik naar laatstgenoemde gaan maar het werd uiteindelijk Paradiso in de hoofdstad.   

Ik ben amper binnen of het eerste wat de meneer van de security tegen me zegt is: “Daar liggen de oordoppen.” Ofschoon ik al voorzien ben van mijn vaste plugjes, gris ik toch een gratis setje uit de plastic bak. De bovenzaal van Paradiso is goed gevuld maar niet uitverkocht. In een hoek van de zaal staat een tafeltje met merchandise dat na afloop van het concert gretig aftrek zal vinden. METZ staat gepland om 20.00 u en bijna stipt op tijd – zo kan het dus ook! – begint de band met spelen. Met uitzondering van “Nausea” – op plaat meer een minuut durend tussendoortje dan een heuse song – wordt het hele album de zaal in geknald met single “Dirty shirt” als bonus. De drie bandleden van METZ – bassist Chris Slorach, drummer Hayden Menzies en zanger / gitarist Alex Edkins – spelen met de energie en intensiteit die bij hun muziek hoort, maar het is vooral Alex die als een bezetene tekeergaat. Hij schreeuwt zijn longen leeg in de microfoon, geeft zijn gitaar ervanlangs en straalt een en al verbetenheid uit. Tussen de nummers door is het gewoon een aardige jongeman met bril en een broek met twee grote scheuren, elk ter hoogte van de knie. Hij gaat tot twee keer toe op de drumkit staan, en ofschoon je het gevoel hebt dat Alex op die momenten tot een onbesuisde actie gaat komen, weet hij zich in te houden. Maar dat heeft de band verder ook niet nodig, want van het optreden spat al meer dan genoeg agressie en passie af om de blik gefascineerd op het podium gericht te houden. 

Ondanks dat er alle aanleiding toe is, blijft een pandemonium voor het podium uit. De publieksreactie gaat niet verder dan heftig hoofdschudden, maar de opwinding in de zaal is niettemin voelbaar. Wie niet al voorafgaande was bekeerd tot METZ, gaat tijdens het concert alsnog onherroepelijk voor de bijl. Daar staan uit hun voegen barstende uitvoeringen van nummers als “Dirty shirt”, “Wasted” en “Headache” wel voor garant. Het laatste nummer, feitelijk de toegift, want de band heeft dan al de gitaren afgedaan en de drumkit verlaten echter zonder daarna het podium te verlaten, wordt om onduidelijke redenen afgewerkt in het donker. Geen goed idee, want na een minuut of wat wordt “Rats” abrupt afgebroken en vraagt Chris of hij alsjeblieft wat licht mag hebben. Wanneer aan dat verzoek is voldaan, staat de band feitelijk nog steeds in het duister, maar wat geeft het: ze gaan er weer net zo hard tegenaan. Daarna is het gedaan, het podium baadt weer in het licht en de band bedankt het publiek alvorens de kleedkamer op te zoeken. Er is een net een half uur verstreken maar dit was een schoolvoorbeeld van ‘kort maar krachtig’. Hier past slechts één conclusie: METZ was VET(Z)!!!

Setlist: Knife in the water * Negative space * Get off * Dirty shirt * Wasted * Sad pricks * Headache * The mule * Wet blanket * Rats

Meer foto’s hier!

Grauzone - Amsterdam : Melkweg : vrijdag 01 februari 2013

Het weer is grijs en druilerig, dus de allereerste editie van het Grauzone festival had vandaag geen betere naam kunnen hebben. Maar dat is gewoon toeval en geen opzet, want de naam zal de beoogde doelgroep eerder doen denken aan de gelijknamige Zwitserse band uit begin jaren tachtig die vooral bekend werd dankzij hun ene hitje “Eisbär”. Dat was tijdens de hoogtijdagen van new wave, en het is dan ook die muzikale periode die het festival in het grijze zonnetje wil zetten. Overigens niet alleen de new wave van weleer, vanavond vertegenwoordigd door onder andere Echo & The Bunnymen, Chameleons Vox (voorheen The Chameleons) en A Certain Ratio maar ook hedendaagse bands die de sound van toen in meer of mindere mate in hun muziek hebben verwerkt. Behalve muziek is er ook aandacht voor cinema en kunst maar het gros van het massaal naar de Melkweg gekomen publiek is hier overduidelijk voor de bands van nu en vooral toen. De gemiddelde leeftijd is veertig plus en de overheersende kleur is zwart (en grijs, gelet op de haren: Grauzone!), precies zoals ik had verwacht. (Ex)-punks, (ex)-gothics en (ex)-new wavers bepalen het beeld, en een speciale vermelding verdient de lange jongeman die me onmiddellijk doet denken aan Tedje & De Flikkers. Chapeau, of beter gezegd: zwartleren pet! 

Het spits wordt afgebeten door Ulterior, een kwartet uit Londen dat sinds 2006 aan de weg timmert. Tot dusverre heb ik redelijk trouw hun releases aangeschaft. Aanvankelijk vooral beïnvloed door en klinkend als Suicide in botsing met The Jesus And Mary Chain, zoals te horen op de singlesverzamelaar “Kempers heads” (2009) en daarna meer opgeschoven in de richting van The Sisters Of Mercy en Black Rebel Motorcycle Club. Hun tweede album “The bleach room” is nog maar een maand oud maar daar ken ik nog niets van. In 2011 zag ik de band voor het eerst op het Summer Darkness festival in Utrecht waar ze zich niet uit het veld lieten slaan door het vroege tijdstip (4 uur ’s middags) en een handvol aanwezigen. Sterker nog: ze hingen vol overtuiging de stoere, coole rockers uit, en met name zanger Paul McGregor – een oud profvoetballer! – ging daarbij clichématige poses niet uit de weg. Terwijl de rest van de band niet veranderd lijkt, heeft Paul een metamorfose ondergaan: van rocker met lang gelokt haar in zwart leren jack in 2011 naar een soort van militante hooligan met opgeschoren kapsel en zonnebril anno 2013. Toch net iets stoerder dan voorheen en het past bij de intense noise post-punk die vanavond in de combi Suicide-Mary Chain-Sisters precies op zijn plek valt. Waar ze op eerste album “Wild in wildlife” en in Utrecht destijds soms de neiging hadden tot over-the-top, pompeuze tendensen, lijken ze nu de juiste vorm te hebben gevonden, een uitgebalanceerde mix van kracht, opwinding, gevaar en duisternis zoals dat bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in “Sex war sex cars sex”. Jammer dat ze als eerste band in de oude zaal staan, nog voordat de drukte op gang is gekomen, want dit had meer publiek verdiend. 

De eerste ‘oudjes’ van het festival staan in de nieuwe, grote zaal van de Melkweg en zij luisteren naar de naam A Certain Ratio. Het Manchester kwintet, waarin nog drie originele leden, reken ik op basis van hun output tussen ’79-’81 tot een van mijn favoriete post-punk bands. Hun ooit door iemand als “Joy Division gone funky” omschreven sound, vereeuwigd in klassieker (dat zijn mijn woorden) “Flight”, roep ik nog regelmatig op via iPod en YouTube. Vroeger, in de oorspronkelijke Grauzone, via plaat en audiocassette uiteraard… Mijn dank gaat uit naar de band omdat “Flight” wordt gespeeld, weliswaar in zijn huidige vorm meer gestroomlijnd en minder spannend dan dertig jaar geleden, maar toch. Uit dezelfde periode komt ook “Forced laugh” voorbij, en daarin klinkt het dissonante trompetje van Martin Moscrop als vanouds. Dat (achtergrond)zangeres Denise Johnson hier de vocalen voor haar rekening neemt, is dan wel weer even wennen. Omdat de band na ’81 niet is blijven stilstaan en de experimentele randjes er daarna wel vanaf waren, krijgen we ook ‘post post-punk’ ACR te horen zoals bijvoorbeeld de funkpop van “Good together” (1989). Maar ja, toen was ik ze allang kwijt. Het optreden is bij vlagen sfeervol, maar er zijn ook momenten waarbij de aandacht verslapt, omdat we dan niet langer in post-punk sferen verkeren en niet heel erg het verschil makende funkjazzpopsoul krijgen voorgeschoteld. Misschien een ideetje voor de heren ACR om aan te haken bij de trend om albums van weleer integraal te spelen – en dan liefst “The graveyard & the ballroom” met originele zanger Simon Topping en gitarist Peter Terrell als het even kan. Ach ja, wishful thinking…!

Via een nauwe trap waar het af en toe geen doorkomen aan is – en wat ik dan absoluut niet begrijp is waarom sommige mensen uitgerekend bij zo’n drukte op de trap blijven staan of erger nog: gaan zitten – kom ik terecht bij een filmzaaltje waar een vertoning plaatsvindt van de film “Autoluminescent”. De documentaire over het leven en de bands van de in 2009 overleden Rowland S. Howard verscheen al in 2011, maar beleeft vanavond pas zijn Europese première. Aangezien de film diverse optredens overlapt, kijk ik het niet van begin tot einde, en bovendien staat de DVD-release op mijn bestellijstje. Ik val wel precies met mijn neus in de boter want mijn entree in het zaaltje valt samen met de voor mij meest interessante periode van Howard die in de documentaire aan bod komt: als gitarist van The Birthday Party. Live-opnames uit die tijd spatten van het doek af, zelfs al zijn het vaak maar korte fragmenten. Alleen al voor die beelden raad ik “Autoluminescent” van harte aan. 

Terug naar de kleine zaal waar het Britse trio Zounds een poging mag doen om oude tijden te doen herleven. Mijn tijden zijn dat in ieder geval niet want ik heb nooit iets gehad met deze band. Ze mogen dan als anarcho-punkband hebben schoolgemaakt inclusief connecties met (het veel interessantere) Crass, maar ik vind het meer pubrock dan punk. Zanger / gitarist Steve Lake kondigt de band aan met “Hello, i’m Julian Cope and we’re The Teardrop Explodes”, en na elk nummer wens ik des te meer dat hij geen grap had gemaakt. Steve lijkt me iemand die nog steeds in zijn idealen gelooft en maatschappijkritisch is – zo wordt “Dirty squatters” opgedragen aan de benadeelden van een nieuwe Britse anti-kraak wet – maar een meer kritische blik naar het eigen, niet bepaald boven de middelmaat uitstekende songmateriaal was me eerlijk gezegd liever geweest.

Het optreden van Chameleons Vox gaat met twintig minuten vertraging van start – waarom eigenlijk? – terwijl op het aangekondigde tijdstip alles al in gereedheid staat. Hoe dan ook, Chameleons Vox mag zich verheugen op een gevulde zaal met verwachtingsvol publiek. Ofschoon de ondergewaardeerde band nooit hits heeft gehad, roept elk gespeeld nummer een blijk van herkenning op. Van singles heeft de band het niet moeten hebben, wel van de albums, en daar kan rijkelijk uit worden geput omdat de atmosferische nummers, gekarakteriseerd door het heldere, in post-punk echo gedrenkte gitaargeluid en de krachtige, luide stem van Mark Burgess, nauwelijks in kwaliteit voor elkaar onder doen. Er valt geen nieuw materiaal te promoten en de setlist concentreert zich derhalve op de platen “Script of the bridge”, “What does anything mean. Basically” en “Strange times”, de overzichtelijke periode ’83-’86 bestrijkend. De band gaat niet voor de snelle hap, want er wordt regelmatig de tijd genomen met lang uitgesponnen liedjes zoals “Soul in isolation”, “Second skin”, “Caution” en “A person isn’t safe anywhere these days”. “Monkeyland” levert een meezingmoment op (“It’s just a trick of the light!”) en al met al toont Chameleons Vox zich een prima keuze voor dit festival. 

Grauzone zit er voor mij bijna op, ondanks dat het nog tot in de late uurtjes doorgaat met DJ’s die vanaf 01.00 u de oudere jongeren in beweging gaan proberen te krijgen. Echo & The Bunnymen laat ik ditmaal aan me voorbijgaan want bijna precies een jaar geleden nog gezien in Paradiso toen ze vrijwel integraal “Crocodiles” en “Heaven up here” achterelkaar speelden. En beter dan dat gaat het vanavond niet worden, denk ik zo. Het Deense Iceage had ik graag meegepikt maar dan zou ik eerst dik twee uur moeten wachten en bovendien staan ze voor volgende maand (in Eindhoven) op mijn programma. De rest van de line-up kan me niet boeien en de enige band ik die voor mijn vertrek nog de revue laat passeren is het Duitse Fehlfarben. Het begin jaren tachtig tot de Neue Deutsche Welle gerekende sextet staat vooral bekend om hun vrolijke, disco-achtige hitje “Ein Jahr (es geht voran)” dat echter niet exemplarisch is voor hun sound. Verder dan hun debuutalbum “Monarchie und Alltag” (1980) ben ik eigenlijk nooit gekomen, en zelfs die heb ik maar weinig gedraaid. Dat ik het niet helemaal kan uitkijken, vind ik dan ook geen probleem. Het optreden heeft zijn pieken en dalen. Sommige songs zoals “Im Sommer” (van “Glücksmaschinen” uit 2010) kunnen me matig boeien, terwijl de pit én de dansbaarheid van “Politdisko” meteen de aandacht trekt en dat tot het einde toe probleemloos weet vol te houden. Ik verlaat daarna Grauzone met een tevreden gevoel, en dat sentiment zal gezien de grote publieke opkomst vast ook bij de organisatoren leven. Een vervolg lijkt me dan ook voor de hand liggend.

Meer foto’s hier!

zondag 3 februari 2013

Januari 2013

CD’s


PEOPLE’S TEMPLE – More for the masses
Tot een week of drie geleden had ik nog nooit van ze gehoord maar een enthousiaste Britse tipgever zette me op het spoor van dit (tweede) album van deze band uit Perry, Michigan die bestaat uit tweemaal twee broers. De loftuitingen zijn terecht want de naar de sekte van Jim Jones vernoemde band maakt garagerock met een snufje psychedelica die even authentiek als geïnspireerd overkomt. “More for the masses” zet de klok resoluut terug naar pakweg de jaren ‘66/’67 en als je niet beter zou weten dan had de plaat een vergeten sixties pareltje kunnen zijn, verschenen in hetzelfde tijdsgewricht toen bands als The Seeds, Jefferson Airplane, Love en The 13th Floor Elevators hun opwachting maakten. En vlak daarbij ook de invloed van The Rolling Stones niet uit. De sound van PT, en zeker ook de gedeelde zang, klinkt vertrouwd maar het talent voor het schrijven van goede, urgente en opwindende liedjes, zoals single “Looter’s game”, titeltrack “More for the masses”, het licht melancholische “Nevermore” en buitenbeentje (want shoegaze-achtige) “Restless” maakt dat ze niet simpelweg als ‘retro’ mogen worden afgedaan. Bovendien verdient “More for the masses” (uit 2012, dus de jaarlijst van 2013 gaat ‘ie niet halen) het om door de massa te worden opgepikt.  

EVERYTHING EVERYTHING – Arc
“Een niet te missen plaat voor liefhebbers van vernuftig in elkaar gestoken, vaak polyritmisch aangelegde songs zoals dat in progrock gemeengoed is, maar die toch de toegankelijkheid hebben van (de betere) popliedjes”, zo oordeelde ik in 2010 lovend over “Man alive”, het debuutalbum van deze uit diverse windstreken van Engeland afkomstige band. Ook strooide ik met termen als ‘verrassend’, ‘ingenieus’ en ‘verfrissend’. Het doet me deugd te kunnen melden dat deze kwalificaties nog niets aan waarde hebben ingeboet en dat de titel van EE’s tweede langspeler, in de betekenis van triomfboog, zodoende de lading dekt. De sound van de band is niet wezenlijk veranderd, hooguit wat rechtlijniger en minder complex, en ook in ‘kale’ liedjes zoals “Undrowned”, “Armourland” en “The peaks” blijft EE fier overeind. Ofschoon het ‘nieuwe’ er in zekere zin van af is, weet de band toch weer met hun progressieve pop fris en verrassend voor de dag te komen. Schaf vooral de uitgebreide editie aan met zes extra nummers want die vallen dankzij o.a. het energieke “No plan” en “Justice” beslist niet in de categorie ‘restant’. 

MAC DEMARCO – 2
Ik weet niet of “2” refereert aan het feit dat dit zijn tweede release is onder zijn naam – eerder verscheen een EP en bracht hij platen uit als Makeout Videotape – maar dat is verder irrelevant. Wel belangrijk om te weten is dat deze 22-jarige Canadees een aangenaam album heeft vervaardigd dat zich onder meer kenmerkt door een opmerkelijk zwabberend gitaargeluid, alsof de klaterende snaren lichtelijk dronken zijn. Tot de bands die me te binnenschieten tijdens het beluisteren van “2” horen Spectrals, Real Estate en (verder terug in de tijd) Jonathan Richman, maar zoals het goede artiesten betaamt klinkt Mac vooral als zichzelf. Vanaf de relaxte hangmatopener “Cooking up something good” neemt Mac de luisteraar mee in een onthaastende ‘flow’ waarin het prettig vertoeven is en die gaandeweg nergens wordt onderbroken. “Baby i’m dreaming”, zingt Mac in het toepasselijk dromerige “Dreaming”. Ik soes, ontspannen languit gelegen, lekker mee.

FROZEN TEENS – Frozen teens
Het schijnt dat elk jaar in de ‘upper Midwest’ van Amerika meerdere mensen overlijden aan de gevolgen van blootstelling aan kou. Dronken tieners verlaten een warme bar, raken op weg naar huis buiten bewustzijn, slapen hun roes uit in de sneeuw en bevriezen. Ziedaar de inspiratiebron voor de naam van het trio uit Minneapolis dat vorig jaar dit (alleen op vinyl verschenen) debuutalbum uitbracht. Een beetje muziekkenner zal bij de combinatie ‘trio’ en ‘Minneapolis’ al snel denken aan het meest bekende drietal dat deze stad voortbracht: Hüsker Dü. En dan hebben we meteen een tweede bron van inspiratie te pakken inzake Frozen Teens. Want net als het vorig jaar wél opgemerkte Milk Music, roept de muziek van FT herinneringen op aan het in alternatieve Amerikaanse gitaarrock gespecialiseerde label SST. Maar ook gedachten aan The Replacements borrelen hier op, garagerock en bij vlagen zelfs de power punk-pop van Green Day. Frozen Teens is dan wel geen band die grenzen verlegt of het genre herdefinieert maar ze hebben wel de kwaliteit in huis om er iets van waarde aan toe te voegen.

Singles


NOVELLA – Mary’s gun
Sophy Hollington, Suki Sou en Hollie Warren, de drie jongedames uit Londen die samen als Novella door het leven gaan, behoren wat mij betreft tot een van de meest interessante Britse nieuwkomers. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan de stijgende lijn die hun weliswaar nog bescheiden output – één EP en twee singles, waaronder deze – in muzikale groei vertoont. Shoegaze is een niet te missen bestanddeel en qua spectrum is er zeker verwantschap met bands als The Horrors, Toy en S.C.U.M. Sterker nog: op hun eerste single “The things you do” zat Melissa Rigby van laatstgenoemde band achter de drums en “Mary’s gun” werd mede opgenomen met hulp van Horrors gitarist Joshua Hayward. “Look it the eye”, dat rustig van start gaat maar heftig eindigt, is te goed om als B-kant door het leven te gaan.  

JAGWAR MA – Come save me
Uitstekende debuutsingle van een Australisch duo – Jono Ma en Gabriel Winterfield – die met recht het etiket ‘beloftevol’ verdienen. “Come save me” begint als een kruising tussen The Beach Boys, The Spencer Davis Group’s “Gimme some lovin” en The Stone Roses, en in de laatste minuut vloeit het op natuurlijke wijze over in een 90s house track. Op de dubachtige B-kant “What love” kunnen we nog even verder dansen.

PEACE – Wraith
Na de al snel uitverkocht geraakte “Delicious EP” is “Wraith” de volgende stap in de goede richting – op picture disc! – die Birmingham viertal Peace zet op weg naar wereldvrede. “Wraith” kleurt in dezelfde richting als Foals en heeft een dansbare Friendly Fires groove. Lekker!

WILLY MOON – Yeah yeah
De 21-jarige Nieuw-Zeelander zag deze single opgepikt worden door Apple die het gebruikte voor een iPod commercial; een lucratieve buitenkans voor een beginnend artiest. Een hiphopbeat, blazers die tot uitbarsting komen en de rock/soul stem van Willy die de luisteraar aanspoort tot “Move to the sound of the beat”. Die jongen komt er wel.

DISCLOSURE – Latch
De Britse gebroeders Lawrence, beide begintwintigers, doen het in eigen land goed – “Latch” bereikte er de top 20 – en ook buiten Groot-Brittanië beginnen ze naam te maken. Het leverde ze vorig jaar uitnodigingen op voor o.a. Lowlands en Pukkelpop maar die werden te elfder ure gecanceld. Op laatstgenoemde hield het publiek er tenminste nog een DJ set van één van de broers aan over. “Latch” is een gelikte exercitie in dubstep met een soulvolle bijdrage van gastzanger Sam Smith, toegesneden op een romantische avond bij kaarslicht.

HAIM – Don’t save me
“Don’t save me” zingen de drie gezusters Haim, en gelijk hebben ze, want dit beloftevolle trio kan het zonder hulp van buitenaf prima redden. De jongedames groeiden op luisterend naar een mengeling van folkrock, Fleetwood Mac en Americana, en dat vertaalt zich op deze radiovriendelijke single die net zo zelfverzekerd overkomt als de meiden zelf, zoals ik tijdens hun eerste Nederlandse optreden in november jl. mocht constateren. Een ideale support act voor het al genoemde en uit de as (en voor de kas) herrezen Fleetwood Mac dat dit jaar weer op de planken gaat staan.  

SAUNA YOUTH – False Jesii Pt. II
Het debuutalbum van Sauna Youth uit Brighton vond ik in mijn eindejaarlijst van 2012 een lovenswaardige zevende plek waard, dus nieuw materiaal is iets om naar uit te kijken. Al vroeg in dit nieuwe kalenderjaar komt de band daar aan tegemoet met een stijlbreuk plegende cover van Pissed Jeans die jammer genoeg niet het niveau van de LP haalt. Waarom niet gekozen voor de betere B-kant – van eigen hand – “Oh Joel” die met zijn Ramones-achtige punk beter aansluit bij datgene waar SY goed in is?

woensdag 16 januari 2013

Girls Names / Holograms - Utrecht : Ekko : donderdag 10 januari 2013

De aftrap van een nieuw concertjaar vindt voor mij plaats in het sympathieke poppodium Ekko in Utrecht. Vaak ben ik er nog niet geweest, een jaar of tien geleden voor het eerst, en daarna pas weer afgelopen december. Mijn eerste concert van 2013 is meteen een ‘double feature’, oftewel twee hoofdacts voor de prijs van één. Beide ‘features’, te weten Girls Names (Belfast) en Holograms (Stockholm), stonden bovendien op mijn lijstje van bands die ik graag eens live wilde meemaken. Die wens komt voort uit de goede debuutalbums die de twee bands hebben gemaakt, als je in het geval van Girls Names een in 2010 verschenen mini-album annex 12” even niet meerekent. Het spits wordt afgebeten door laatstgenoemde dat sinds vorig jaar met de komst van gitarist / toetsenist Philip Quinn van trio is uitgebreid naar kwartet. Over hun in 2011 uitgebrachte debuutalbum “Dead to me” schreef ik in juni van dat jaar op mijn (oude)weblog: “Surfnoisegaragepop dat, met een beetje speling, zo afkomstig had kunnen zijn van die grijsgedraaide maar toch telkens weer voor inspiratie zorgende want invloedrijke compilatiecassette C86, zoals – nu alweer een kwart eeuw geleden! – door NME samengesteld en uitgegeven.” Ik strooide destijds met namen als The Jesus And Mary Chain en Veronica Falls om een muzikaal kader te schetsen maar wat me vanavond duidelijk wordt is dat die omschrijvingen inmiddels zo goed als achterhaald zijn. Opvallend is de invloed van postpunk / new wave die tegenwoordig in het geluid van Girls Names is geslopen, zoals de echo van The Bunnymen in hun krokodillenjaren en de pre-vogelnestperiode van The Cure. Van C86 naar C80 als het ware.  

Zanger / gitarist Cathan Cully laat aankondigingen achterwege. Pas na een aantal nummers laat hij weten dat in februari aanstaande het tweede album verschijnt en dat ze daar dus wat van spelen. “Hopefully you’ll know this one”, zegt Cully, maar nieuwe single “Hypnotic regression” is te vers en duidelijk niet bekend bij het publiek om een reactie van herkenning op te roepen. Geeft niks, want het is een pakkend nummer dat de verlegde muzikale koers van de band weerspiegelt, en moeiteloos de aandacht vasthoudt. De al genoemde Quinn en zijn aanvullende synthesizer- en gitaarpartijen blijken daarbij van grote toegevoegde waarde. Eveneens nieuwsgierig makend naar de tweede plaat is de song “The new life” – tevens de albumtitel – dat zijn naam niet toevallig heeft gekregen. Want ondanks dat er met hun ‘oude’ bestaan niets mis was, heeft Girls Names zichzelf nieuw leven ingeblazen. Dit keer met minder surf, maar wel met meer durf. Nu nog alleen dat laatste ook tot uiting laten komen in de droge, niet van vreugde overlopende manier van performen, en dan liggen die meisjesnamen voordat je het weet op ieders lippen. 

Nadat vorig jaar het spraakmakende hologramoptreden plaatsvond van de in ’96 overleden Tupac Shakur werd er druk gespeculeerd wie mogelijk de volgende in de rij zou zijn. Hopelijk wordt er geen vervolg aan gegeven want ik zie liever mensen van vlees en bloed op de bühne dan een lichtprojectie van een dode artiest of opgeheven groep. Ofschoon de naam van de band anders zou kunnen suggereren, behoren de vier Zweden die samen Holograms vormen tot de categorie van de levende have. Echte mensen dus, met al hun gebreken, zoals vanavond (helaas) blijkt. Hun punk met post-punk inslag – niet in de laatste plaats dankzij de synthesizerklanken van een aftandse Korg – heeft een prima plaat opgeleverd maar live zijn wel wat kanttekeningen te plaatsen. In de studio zijn de onzuivere vocalen van gitarist Anton Spetze en bassist Andreas Lagerström, aangevuld met de achtergrondbijdragen van Andreas’ broer Filip tijdens het productieproces nog redelijk gekanaliseerd. In het echt heeft de elkaar afwisselende dan wel gezamenlijke zang meer het karakter van dronkenmansgebral. Wat ook niet meehelpt is dat de band soms onnodig de vaart uit het optreden haalt of op momenten wat lijkt aan te rommelen. Het langzame, dreigende intro van “Monolith” bijvoorbeeld, waar het album zo sterk mee opent, wordt vanavond van alle spanning ontdaan omdat Anton en Andreas het nodig vinden om tijdens die opbouw elkaar op te zoeken voor een ontspannen keuvelpraatje. En voordat “You are ancient (Sweden’s pride)” eindelijk van start is gegaan, staat Anton eerst het gitaarlijntje van dat nummer een aantal malen te herhalen. Of hij even vergeten is hoe het ook alweer ging of dat het een technische kwestie betreft, weet ik niet, maar het komt hoe dan ook knullig over. Ook jammer is dat de Korg, juist zo’n onderscheidend element in het bandgeluid, enigszins verzuipt in de herrie.                 

Valt er dan niets positiefs te melden? Zeker wel, want zo’n beetje het hele album wordt gespeeld, en nummers als “Memories of sweat”, “Stress” en single “ABC city” zorgen gelukkig voor enige opwinding. Ook leuk is hoe tijdens het laatste nummer van de nood een deugd wordt gemaakt. Er gaat iets mis met de microfoon van Filip en een roadie probeert dat te fiksen, zij het niet op het podium maar er vlak voor. Omdat het of teveel tijd of teveel moeite kost om de microfoon weer bij Filip te doen belanden, of wellicht vanwege een spontane ingeving, mag de roadie de achtergrondvocalen van Filip voor zijn rekening nemen, pal voor het podium dus. Wanneer de toetsenist zijn instrument verlaat om op het drumstel te gaan staan met een stel slagwerkstokken, klimt de roadie de bühne op om daar zijn vocale bijdrage voort te zetten. Het concert eindigt met een prettig chaotisch slotakkoord, en daarna vindt de band het welletjes. Het optreden was niet slecht, verklaar ik mede vanuit een zekere goodwill voor de vier Zweden die naar verluidt geen cent te makken hebben, doch evenmin wat het kunnen of moeten zijn. Ik prefereer mijn punk graag rauw en ongepolijst maar dan dient het wel te staan als een huis, en dat deed het vanavond slechts bij vlagen.

Meer foto’s hier!

woensdag 9 januari 2013

Oplossing kerst- en nieuwjaarpuzzel

Mijn jaarlijkse kerst- en nieuwjaarpuzzel is weer door menigeen met wisselende resultaten opgelost, sommigen zijn er waarschijnlijk niet eens aan begonnen. De een heeft er zich solo op gestort, de ander samen met familie en/of vrienden. De reacties waren in ieder geval weer positief, al heb ik het woord ‘moeilijk’ ook vaak gehoord, en dan vooral in relatie tot de onderdelen waarin een woord werd gezocht waardoor weer twee nieuwe woorden zouden ontstaan. En ik maar denken dat die juist het eenvoudigst waren… Hoe dan ook, hieronder de dikgedrukte oplossingen!

BOER ZOEKT WOORD
Boeren DOCHTER Lief
Boeren HAM Ster
Boeren LEVEN Sloop
Boeren ERF Stuk
Boeren VERSTAND Houding
Boeren LUL Koek
Boeren BRUILOFT Staart
Boeren VOLK Oren

GEPAKT EN GEZAKT
Lance Armstrong > LIVESTRONG
Willem Holleeder > VAN HOUT
Jasper S. > MARIANNE
Badr Hari > SENSATION WHITE
Jelle Klaasen > RAYMOND
Bram Moszkowicz > JINEK
Tanja Nijmeijer > FARC
Jos van Rey > RICARDO

OLÉ? O JEE!
TAPAS
JUNTA
SIESTA
PAELLA
MACHO
EMBARGO
LASSO
GUERILLA


EEN LAATSTE GROET
Larry Hagman > KRISTIN
Robin Gibb > ANDY
Ravi Shankar > THE BEATLES
Hetty Blok > BARRIE STEVENS
Whitney Houston > DOLLY PARTON
Donna Summer > VAN OEKEL’S DISCOHOEK
Neil Armstrong > ALDRIN
Piet Römer > DICK VLEDDER

WOORD-EN-BOEKEN
Boeken PLANK Ton
Boeken BEURS Vloer
Boeken BAL Vast
Boeken WEEK Dier
Boeken KRAAM Vrouw
Boeken STEUN Fraude
Boeken MARKT Dag
Boeken GEK Ladder

GRENSGEVALLEN
Denemarken > KOPENHAGEN
Nederland > AMSTERDAM
Litouwen > VILNIUS
Griekenland > ATHENE
België > BRUSSEL
Luxemburg > LUXEMBURG
Italië > ROME
Spanje > MADRID

"AND THE WINNER IS…”
THE SILENCE OF THE LAMBS
ROCKY
AMADEUS
GLADIATOR
THE DEER HUNTER
THE SOUND OF MUSIC
BEN-HUR
CASABLANCA


WAT IK U TOEBID IS ONS ALLER STREVEN:
HEEL 2013 EEN LEUK, FIT EN VEILIG LEVEN!

maandag 31 december 2012

Jaarlijstjes 2012

Op de laatste dag van 2012 met mijn jaarlijstjes op de proppen komen, dat is toch feitelijk een ideale timing want deze dag leent zich bij uitstek voor terugblikken. Laat ik deze inleiding vooral kort houden, want ik heb er vaak een handje van om erg uit te weiden. De lijstaanvoerders van de diverse categorieën waren dit jaar zgn. ‘no brainers’ oftewel daar hoefde ik niet (lang) over na te denken. Daarna zit het elkaar aardig op de hielen. Hier en daar hadden bepaalde posities best van stuivertje kunnen wisselen, maar over het algemeen klopt het plaatje wel. Het was in ieder geval voor mij een in muzikaal opzicht rijk jaar met meer dan genoeg talentvolle nieuwkomers die hopelijk 2013 verder gaan inkleuren en een aantal oudgedienden die bewezen nog steeds vitaal te zijn. Een gelukkig nieuwjaar allemaal! 

ALBUMS
01 STEALING SHEEP – Into the diamond sun
02 THE INTERNET – Purple naked ladies
03 THE SOFT PACK – Strapped
04 POND – Beard wives denim
05 OPOSSOM – Electric Hawaii
06 TOY – Toy
07 SAUNA YOUTH – Dreamlands
08 TENNIS – Young & old
09 ELECTRICITY IN OUR HOMES – Dear shareholder
10 METZ – Metz
11120 DAYS – II
12 MAXÏMO PARK – The national health
13 STEREO VENUS – Close to the sun
14 OBERHOFER – Time capsules II
15 TY SEGALL – Twins
16 RUFUS WAINWRIGHT – Out of the game
17 HOLOGRAMS – Holograms
18 THE MACCABEES – Given to the wild
19 JAKE BUGG – Jake Bugg
20 HOODED FANG – Tosta mista

MET TERUGWERKENDE KRACHT
01 MY BLOODY VALENTINE – EP’s 1988-1991
02 MY BLOODY VALENTINE – Isn’t anything
03 MY BLOODY VALENTINE – Loveless
04 SPACEMEN 3 - The perfect prescription
05 DREAMSCAPE – La-di-da recordings

SINGLES
01 SAVAGES – Husbands
02 OUTFIT – Another night’s dream reach earth again EP
03 TEMPLES – Shelter song
04 SPLASHH – Vacation
05 FIDLAR – Don’t try
06 TOWNS – Sleepwalking EP
07 THE HISTORY OF APPLE PIE – Do it wrong
08 JAKE BUGG – Lightning bolt
09 PINS – LuvU4Lyf
10 ZULU WINTER – We could be swimming
11 DJANGO DJANGO – Default
12 THE LUCID DREAM – Hits me like I’m stoned
13 THE DALAÏ LAMA RAMA FA FA FA – You make me crazy
14 DEAF CLUB – Moving still
15 RINGO DEATHSTARR – Rip
16 FUTURE UNLIMITED – EP
17 NOVELLA – EP
18 2:54 – You’re early
19 PEACE – Follow baby
20 DEADBEAT ECHOES – Surge of youth

LIVE
01 THE STONE ROSES – Kiewit : Een groot weiland (Pukkelpop) : vrijdag 17 augustus
02 JANELLE MONÁE – Rotterdam : Ahoy (North Sea Jazz) : zondag 14 juli
03 RUFUS WAINWRIGHT – Rotterdam : Ahoy (North Sea Jazz) : zaterdag 13 juli
04 THEE OH SEES – Amsterdam : Paradiso : dinsdag 19 juni
05 SAVAGES – Nijmegen : Valkhofpark (De Affaire): donderdag 19 juli
06 SIMPLE MINDS – Amsterdam : Paradiso : zaterdag 18 februari
07 ATARI TEENAGE RIOT – Heerlen : Nieuwe Nor : zaterdag 22 december
08 HOWLER – Amsterdam : Paradiso : vrijdag 10 februari
09 DEAD CAN DANCE – Utrecht : Vredenburg Leidsche Rijn: dinsdag 25 september
10 TUXEDOMOON – Heerlen : Nieuwe Nor : maandag 29 oktober
11 POND – Amsterdam : Paradiso (Indiestad): maandag 14 mei
12 TOY – Den Haag : Nationaal Toneel (Crossing Border): zaterdag 16 december
13 STEALING SHEEP – Den Haag : Nationaal Toneel (Crossing Border): zaterdag 16 december
14 ECHO & THE BUNNYMEN – Amsterdam : Paradiso : zaterdag 21 januari
15 RATS ON RAFTS – Sittard : Fenix : vrijdag 24 februari
16 SHARON VAN ETTEN – Utrecht : Tivoli De Helling (Le Guess Who): zondag 02 december
17 A PLACE TO BURY STRANGERS – Maastricht : Muziekgieterij : donderdag 03 mei
18 OBERHOFER – Amsterdam : Paradiso (London Calling): vrijdag 18 mei
19 CEREBRAL BALLZY – Eindhoven : Area51 : vrijdag 29 juni
20 SHARON JONES & THE DAP KINGS – Landgraaf : Megaland (Pinkpop): zondag 27 mei

December 2012

CD’s

JAKE BUGG – Jake Bugg
De tiener Jake Bugg uit Nottingham lijkt bijna niet van deze tijd. Zijn debuutplaat, gevuld met veertien nummers die ieder net zo rock zijn als folk, is sterk geïnspireerd door de muziek van eind jaren vijftig en begin jaren zestig maar gedateerd klinken doet het niet. Bewust of niet, maar dat laatste kan ik me amper voorstellen, grijpt Bugg terug op oude bronnen als Bob Dylan, The Everly Brothers, Donovan en Buddy Holly, en wat meer richting het heden: de op klassieke popsongs gestoelde The Las’s. Zowel in uptempo liedjes (o.a. single “Lightning bolt” en “Taste it”) als in ballads (“Broken” en “Note to self”) werpt Jake zich op als een vakmanschrijver van materiaal dat volwassener klinkt dan je op grond van zijn leeftijd zou mogen verwachten. Die zien we vast volgend jaar terug op Pinkpop. 

RINGO DEATHSTARR – Mauve
Hun eerste album “Colour trip” jatte zo schaamteloos van My Bloody Valentine dat Kevin Shields een rechtszaak wegens plagiaat met twee vingers in de neus zou hebben gewonnen. Niettemin was het wel een schoolvoorbeeld van ‘beter goed gejat dan slecht verzonnen’, maar een tweede keer hetzelfde kunstje flikken zou RD tot een overbodige band maken, zeker nu MBV zelf weer actief is. “Mauve” ziet de band op heterdaad betrapt worden dat ze het niet kunnen laten ruimhartig van de MBV koek te snoepen maar deze keer zijn ze wel zo…eh… creatief geweest om ook wat van Sonic Youth achterover te drukken. Doch eerlijk is eerlijk: RD doet zich nu ook moeite om iets eigens te creëren zoals in het dromerige duo “Brightest star” en “Drag”. Ondanks al dat leentjebuur spelen is “Mauve” een plaat die ditmaal de sound van MBV niet op slaafse maar op eerbetoon wijzende en in aandacht vasthoudende nummers weet te repliceren. 

THE SOFT MOON – Zeros
Eenmansband The Soft Moon – het maanmannetje in kwestie heet Luis Vasquez – laat na de vorig jaar verschenen EP “Total decay” van zich horen met het al net zo opbeurend getitelde “Zeros”, zijn tweede langspeler. Veel veranderd is er niet in de wereld van Luis: die zwelgt nog steeds in het (zwarte) gat tussen “Faith” en “Pornography”, de twee vroege jaren tachtig platen van The Cure toen ze op hun minst vrolijk waren. “It ends”, “Die life”, “Lost years” passen qua songtitels in dit zwartgallige plaatje. De spookachtige fluistervocalen in combinatie met de sinistere, onheilspellende muziek zet een sfeer neer van paranoia, somberheid, vertwijfeling en angst. Geen plaat die je in de buurt van suïcidaal gevoelige personen moet laten rondslingeren. Wat niet wegneemt dat Luis in zijn opzet is geslaagd. 

THE VACCINES – Come of age
Bands moeten groeien, volwassen worden voor zover ze dat al niet zijn. De titel van hun tweede album geeft aan dat The Vaccines zich dat goed hebben beseft. Anderhalf jaar na hun debuut komen ze op de proppen met een plaat die daar deels in het verlengde van ligt met liedjes in de stijl van Ramones en The Strokes (“Teenage icon”, “No hope”, “Change of heart pt. 2”) maar die daarnaast breder georiënteerd van opzet is. “Afstershave ocean” zou niet misstaan op een LP van Blur, “All in vain” en “I wish I was a girl” doen denken aan gedegen Amerikaanse mainstream rock en “Lonely world” roept een ‘countryrock’ gevoel op. Die stilistische verbreding had verkeerd kunnen uitpakken maar doet dat niet. “Come of age” spreekt minder direct aan dan “What did you expect from The Vaccines?”, is meer ‘laid back’ en langzamer maar weet – al kost het enkele draaibeurten – uiteindelijk toch de conclusie af te dwingen dat er leven is ná de hype.

TRASH TALK – 119
Alsof de hitte al niet verzengend genoeg was, werkte Trash Talk zich tijdens de laatste Pukkelpop editie behoorlijk in het zweet met een korte, explosieve hardcore punk set. Op zich niet verwonderlijk, want de band heeft een reputatie op te houden. Toen ik ze in juni jl. in de kleine Eindhovense zaal Area51 zag, ging het er net zo heftig aan toe. “119” brengt die herinneringen weer tot leven met bruut, hard, snel – van de veertien songs komen slechts vier boven de twee minuten uit – en van de energie uit zijn voegen barstend punkbommetjes met titels als “Fuck nostalgia”, “Apathy”, “Uncivil disobedience” en “Bad habits”. Verwacht niet dat Trash Talk op “119” vernieuwend te werk gaat, maar beschouw dit als een stel vers opgeladen powerbatterijen in het hardcore genre. 

Singles

TEMPLES – Shelter song
Duo Temples was een van mijn hoogtepunten op het laatste London Calling festival. Als laatste nummer speelden ze “Shelter song”, de meest indrukwekkende song van het concert, en daarom terecht op single uitgebracht. Dit debuut draagt zijn psychedelische sixties invloeden (o.a. The Byrds & The Beatles circa ’67) trots op de borst, net zoals The Coral en Tame Impala dat deden / doen. 

SPLASHH – Vacation
Een liedje met “Vacation” moet wel lekker klinken, net als “Holiday” van Madonna. En dat doet het ook, tenminste als het gaat om het oproepen van een goed gevoel. Deze vakantie doet niet zozeer aan strand, zee en wuivende palmbomen doet denken als wel ‘fuzzy’ grunge vermengd met psychedelische pop. Met voorganger “Need it” diende Splashh zich aan als een talentvolle nieuweling, “Vacation” doet daar een schepje bovenop.  

TOWNS – Sleepwalking EP
Deze maand levert een hoop tof spul op van Britse bands die nog niet zo lang aan de weg timmeren. De singles die Towns tot nu toe uitbracht – zoals aanrader “Gone are the days”, hun eerste – zijn voor ondergetekende tot dusverre nog onvindbaar gebleken maar met deze EP, noem het gerust een mini-LP, heb ik eindelijk prijs. Wat ze met veel andere jonge Engelse talenten delen is een voorliefde voor shoegaze, en dan vooral de blauwdrukmakers van het genre My Bloody Valentine. Dat giet Towns, net als een aantal van de groepen die eind jaren 80, begin jaren 90 in het kielzog van MBV opdoken (Chapterhouse, The Boo Radleys), in lekker compacte popliedjes (“Sleepwalking”, “Dig your heels”) waar de band hopelijk nog veel meer van in petto heeft. Alleen volgende keer wel voor een betere hoesfoto kiezen, beste heren, want een amateuristisch kiekje van een lachende blote jongeman in een badkuip getuigt van weinig goede smaak…

THE HISTORY OF APPLE PIE – Do it wrong
Na hun eerste twee singles bleef het bijna een jaar stil rondom dit jonge kwintet uit London en eindelijk is er weer een teken van leven. De songtitel moet vooral niet letterlijk worden genomen want THOAP slaat ditmaal, volgens het principe ‘drie keer is scheepsrecht’, de spijker op zijn kop. De titel “Do it right” was dus toepasselijker geweest voor dit net onder de drie minuten klokkende liedje die de combinatie indierock, shoegaze en een snufje grunge tot een aanstekelijk geheel maken én die doet uitkijken naar hun in 2013 te verschijnen debuutalbum. 

THE LUCID DREAM – Hits me like I’m stoned
Ze hebben er net een hele korte tournee door Europa opzitten maar helaas deden ze Nederland niet aan. Hopelijk gebeurt dat in de toekomst alsnog, want ik heb tot nu toe trouw de output van het kwartet uit Carlisle aangeschaft. De titel van het psychedelische, bijna zeven minuten durende en in een climax eindigende “Hits me like I’m stoned” geeft weer wat je van dit nummer mag verwachten. En voor wie dat nog niet hint genoeg is noem ik de naam Spacemen 3. Cool as fuck. 

SWIM DEEP – Honey
“Honey” is single nummer twee van deze band die net als o.a. Peace en Troumaca behoort tot de ‘B-town’ scène. Die ‘B’ staat voor Birmingham en dat is eigenlijk een van de weinige overeenkomsten tussen de bands die gemakshalve tot deze ‘stroming’ worden gerekend. Muzikaal gezien verschillen ze van elkaar maar wat ze bindt is dat ze nieuw, jong en veelbelovend zijn. Swim Deep maakt ‘feel good’ indie poprock en het zou me niets verbazen als binnenkort, voor zover al niet gebeurd, een major label met een contract komt wapperen. Want “Honey”, meer dan Swim Deep waarschijnlijk lief is, heeft wat iets weg van het populaire… Keane.