zaterdag 4 januari 2014

Oplossing kerst- en nieuwjaarspuzzel 2013


Tja, ook ik ben niet perfect, zoals een oplettende puzzelaar na enige tijd ontdekte. Er zijn namelijk twee foutjes in de puzzel geslopen die ik niet heb opgemerkt. Bij de scheldwoorden staat de omschrijving ‘Hij heeft seks met sikken”, gevolgd door de gebruikelijke X-en. Alleen ben ik daar vergeten één letter prijs te geven, en dat is de letter R, en dat is de laatste letter van het te raden scheldwoord. En bij de een-na-laatste foto van de vorsten staat onder een foto van een koningin + 1 > 38 maar dat moet zijn – 4 > 38. Afijn, mijn nederige excuses hiervoor maar hopelijk heeft dat de lol tijdens het maken van de puzzel niet in de weg gestaan...

URBI & ORBI
geval = casus
geschiedkundige = historicus
deel van een tijdschrift = pagina
geografisch gebied = regio
centraal stadsdeel = centrum
stand van zaken = status
vorm van spanning = stress
zaadvocht = sperma

DE FAUTE ZINNEN DIE JE WIST DAT ZOUDEN KOMEN
Het foute woord in elke zin:
waarmee = dient te zijn: 'met wie'. 'Waarmee' gebruik je alleen bij verwijzing naar zaken en begrippen, niet bij verwijzing naar personen
geeft = Media is meervoud, dus 'de media geven' i.p.v. 'de media geeft'
dat = 'dat' moet zijn 'wat' want na de overtreffende trap gebruik je wat
zijn = 'zijn' dient te worden vervangen door 'haar' want bevolking is een vrouwelijk woord
hen = dient te zijn: 'hun', omdat je het hier gebruikt als meewerkend voorwerp, in combinatie met het voorzetsel áan', dus 'aan hen' zou het wel goed zijn geweest
aggressiviteit = agressiviteit (met één g)
pitoreske = pittoreske (met twee t's dus)
o-benen = O-benen (hoofdletter!)

NO ONE EVER REALLY DIES
Rohlilahla (Nelson Mandela)
The Factory (Lou Reed)
Bruinsma (Friso van Oranje-Nassau van Amsberg)
Babbelonië (Rita Reys)
The iron lady (Margaret Thatcher)
Blue movie (Kees Brusse)
Caracas (Hugo Chávez)
Home Box Office (James Gandolfini)

WAT JE ZEGT BEN JE (NIET) ZELF...(EN MAG JE EIGENLIJK OOK NIET MEER ZEGGEN)
Hij heeft seks met sikken = geitenneuker
Een voedingsmiddel als hoofd = kaaskop
Bedorven losse mouw = rotmof
Gezien vanuit een reet = spleetoog
Die Aziaat is strontzat = poepChinees
Een grapje over koolstof = roetmop
Hij eet gulzig pasta = spaghettivreter
Gekleurde arbeider = bruinwerker

RECESSIE WOORDSESSIE
ontslag PREMIE jager
ontslag BRIEF geheim
ontslag RECHT bank
ontslag NAME lijk
baan RECORD houder
baan GARANTIE bewijs
baan VAK kennis
baan RACE fiets

DE KONING(IN) TE RIJK
Albert - Brussel
Carl Gustav - Stockholm
Juan Carlos - Madrid
Harald - Oslo
Mohammed - Rabat
Elizabeth - Londen
Margaretha - Kopenhagen
Abdoellah - Riyad

VOOR WIE HET HOREN WIL
luister GELD stroom
luister TOETSEN bord
luister VINKEN touw
luister RIJK dom
oor MERKEN dorp
oor ZAKEN leven
ooR ZIEKTE beeld
oor BEL oven

DE TE RADEN ZIN
2014: Liefde blijft & gaat niet verloren
't waakt & koestert als nooit tevoren

dinsdag 31 december 2013

Jaarlijstjes 2013

Albums
01 SPECK MOUNTAIN – Badwater
02 THE LUCID DREAM – Songs of lies and deceit
03 SAVAGES – Silence yourself
04 MY BLOODY VALENTINE – m b v
05 JAGWAR MA – Howlin
06 DISCLOSURE - Settle
07 MILES KANE – Don’t forget who you are
08 THEE OH SEES – Floating coffin
09 FUZZ – Fuzz
10 ANOUK – Sad singalong songs
11 PRIMAL SCREAM – More light
12 THE STROKES – Comedown machine
13 SPLASHH – Comfort
14 YEAH YEAH YEAHS – Mosquito
15 POND – Hobo rocket

Singles
01 PHARRELL WILLIAMS – Happy
02 ANOUK – Birds
03 DAFT PUNK – Get lucky
04 PURSON – Leaning on a bear
05 TELEGRAM – Follow
06 TEMPLES – Colours to life
07 FINDLAY – Off & on
08 TAYMIR – Aaaaah
09 HIGH HAZELS – Hearts are breaking
10 CIRCA WAVES – Get away
11 TOY – Join the dots
12 EMILIANA TORRINI & STEVE MASON – I go out
13 THE VACCINES – Melody calling
14 SKATERS – I wanna dance
15 THE DIRTY RIVERS – The kid

Concerten
01 BLUR – Werchter : Rock Werchter : vrijdag 05 juli 2013
02 SAVAGES – Kiewit-Hasselt : Een groot weiland (Pukkelpop) : donderdag 14 augustus 2013
03 SUEDE – Amsterdam : Paradiso : zaterdag 23 november 2013
04 PORTISHEAD – Tilburg : Beekse Bergen (Best Kept Secret Festival) : zondag 23 juni 2013
05 JOHNNY MARR – Kiewit-Hasselt : Pukkelpop : donderdag 14 augustus 2013
06 JAGWAR MA – Amsterdam : Paradiso (London Calling) : zaterdag 02 november 2013
07 KRAFTWERK – Eindhoven : Evoluon : vrijdag 18 oktober 2013
08 MILES KANE – Landgraaf : Megaland (Pinkpop) : zaterdag 15 juni 2013 09 JELLO BIAFRA & THE GUANTANAMO SCHOOL OF MEDICINE – Roermond : ECI Cultuurfabriek : woensdag 07 augustus 2013
10 YEAH YEAH YEAHS – Amsterdam : Paradiso : woensdag 17 juli 2013
11 BAT FOR LASHES – Kiewit-Hasselt : Een groot weiland (Pukkelpop) : zaterdag 16 augustus
12 BO NINGEN – Tilburg : 013 : maandag 04 november 2013
13 FOALS – Amsterdam : Paradiso : zaterdag 16 maart 2013
14 EVERYTHING EVERYTHING – Tilburg : Beekse Bergen (Best Kept Secret Festival) : zondag 23 juni 2013
15 MY BLOODY VALENTINE – Eindhoven : Effenaar : woensdag 04 september 2013

donderdag 23 mei 2013

Peace - Amsterdam : Paradiso : maandag 08 april 2013

Peace… vrede… willen we dat allemaal niet? “Give peace a chance”, zong John Lennon al in ’69 en het is opmerkelijk dat het nog zolang heeft geduurd voordat een band zich vernoemde naar dit mooie ideaal. En als er toch bands zijn die ze daarmee voor zijn geweest, dan hebben ze geen rol van betekenis gehad. Zo niet deze Peace, vier twintigers uit Birmingham, momenteel de hipste stad in Engeland als het gaat om nieuwe, frisse bandjes. Er is sprake van een heuse scène in ‘B-Town’, zoals de stad tegenwoordig ook wel wordt aangeduid. Dat kan voor een deel worden toegeschreven aan de schrijvende pers – de kenner weet wie in het bijzonder – die graag een handig en makkelijk te identificeren label plakt op een verscheidenheid aan bandjes maar het heeft deels zeker ook te maken met de invloeden die door de opkomende talenten worden gedeeld. Daarbij moet worden gedacht aan psychedelische rock, Madchester, shoegaze en grunge. Die worden niet allemaal tegelijkertijd in de blender gemixt maar er zijn heden ten dage diverse Britse acts actief – niet alleen uit Birmingham afkomstig trouwens – die met combinaties van genoemde stijlen aan de haal zijn gegaan. Peace is daar tot dusverre het meest succesvol in gebleken. Nog niet in Nederland trouwens, al doet de rij, voornamelijk bestaande uit 40- en 50-plussers, die voor de deur van Paradiso staat, eventjes anders vermoeden. Maar die blijken daar te staan ten behoeve van het concert van I Muvrini dat in de grote zaal plaatsvindt. Voor Peace moet ik een verdieping hoger zijn. Ondanks dat het niet is uitverkocht, is het toch redelijk druk in de bovenzaal. 

Het debuutalbum “In love” – heel erg hippie in combinatie met de bandnaam – is heet van de naald want pas twee weken geleden uitgekomen. Het wordt nagenoeg in zijn geheel gespeeld waarbij voor de eerste vier nummers zelfs even de albumvolgorde wordt aangehouden. “Higher than the sun”, niet te verwarren met de gelijknamige Primal Scream track, opent het vredesoffensief op overtuigende wijze. Het is niet de eerste keer dat ik Peace zie, want in november jl. stonden ze op precies hetzelfde podium als onderdeel van het London Calling festival. Het verschil met toen en nu, amper een half jaar later, is merkbaar. Het viertal is duidelijk gegroeid, en het optreden is meer in evenwicht. Niet dat het in november slecht was, verre van, maar in het half uur dat ze toen tot hun beschikking hadden, kon de band niet hun volle potentieel tonen zoals in de uitgesponnen finale “1998”. Peace oogt vanavond bovendien een stuk relaxter en ze zijn goedgemutst. Gitarist Doug trekt zijn derde blikje bier open, zanger / gitarist Harry lijkt in een prettige dronk te zitten, en er lijken bekenden in de zaal te zijn met wie over en weer wat lacherig korte observaties worden uitgewisseld. 

Peace is op dreef, en ik heb echt het gevoel te kijken naar een band waarop niet te vroeg of te veel de schijnwerpers zijn gezet: ze zijn er namelijk echt klaar voor. De meeste respons is voorbehouden aan “Wraith” en “Bloodshake”, beide met een aanstekelijk Foals-achtig gitaarmotiefje, en single “Follow baby” dat zich voortbeweegt op een ‘baggy beat’. Vrede is soms het gevolg van het aangaan van verbintenissen en ook bij Peace valt te horen welke muzikale invloeden in hun sound de handen ineen hebben geslagen; niet bestudeerd maar volgens een organisch proces. Harry vindt het wel amusant wanneer hij en Doug opeens twee dezelfde gitaren om de nek hebben hangen, maar komt niet op de woorden om de betekenis ervan te duiden. Karma misschien? Wanneer “California daze” tot een einde is gekomen, is dat eigenlijk het sein voor de band om het podium te verlaten, terwijl ze nog niet zijn uitgespeeld. Want ja, de toegift. De jongens vinden het weggaan en weer terugkomen omdat het nou eenmaal zo hoort een beetje flauw, en dus roept Harry het publiek op om net te doen alsof ze zojuist weer de bühne op zijn gelopen nadat het publiek zogenaamd om een ‘encore’ had geroepen. Dat hadden de toeschouwers toch wel gedaan, want na een goed optreden wil men nog een ‘piece of Peace’. Die komt in de gedaante van het al genoemde “1998” dat zich op fascinerende wijze naar een climax toewerkt en met zijn dik acht minuten geen seconde verveelt. Het applaus en gejoel na afloop is dik verdiend, maar de band complimenteren door met twee vingers het vredesteken te gebaren zou net zo toepasselijk zijn geweest. 

Setlist: Higher than the sun * Follow baby * Lovesick * Float forever * Toxic * Delicious * Wraith * Bloodshake * California daze * 1998

Meer foto’s hier en een filmpje daar!

woensdag 22 mei 2013

Maart 2013

CD’s

SPECK MOUNTAIN – Badwater

Speck Mountain - Badwater photo a_zps18519415.jpgDit in januari jl. verschenen album is al de derde plaat van het Amerikaanse kwartet Speck Mountain maar ik ben pas sinds kort met ze bekend. Ik weet niet of de groepsnaam refereert aan een echte plek – idem voor wat betreft de albumtitel – maar als dat zo is, dan lijkt het me een heerlijke plek om te vertoeven. De plaat voelt namelijk aan als een warm relaxerend bad of een aangename droom die als een zachte beschermende deken over je heen ligt. Wat deze plaat zulke gevoelens laat oproepen is vooral te danken aan de twee kernleden: de zuchtende soul van zangeres Marie-Claire Balabarian en de prettig dwarrelende, intuïtieve gitaarklanken van Karl Briedrick die je vanaf het lome beginnummer “Caught up” in hun ‘badwater’ laten meedrijven. Speck Mountain herbergt elementen van Mazzy Star, zijdezachte psychedelica, intieme countryrock en glorieuze melancholie. De liedjes zitten allemaal op één lijn, onderlinge verschillen zijn subtiel doch merkbaar en de sfeer die ze oproepen is onbetaalbaar. Prachtplaat!    

POPSTRANGERS – Antipodes
Lekker gevoel vind ik dat, om ineens zo boem paf met een band geconfronteerd te worden die ik niet zag of hoorde aankomen, en bij wijze van eerste kennismaking mij meteen met een volwaardige CD om de oren slaat die niet valt te negeren. Popstrangers is een jong trio uit Auckland, Nieuw-Zeeland dat al een paar jaartjes aan de weg timmert en nu met “Antipodes” de spijker op zijn kop slaat. Opener “Jane” is een opmerkelijke mix van psychedelische pop, shoegaze en new wave, en net als veel andere liedjes op de plaat, “Full fat” met name, speelt het met de verwachtingen van de luisteraar. Spannend en met onverwachte wendingen zonder (te) bedacht over te komen. De naam van de band is niet zomaar gekozen: een beetje ‘strange’ maar wel lekker(e pop). Het is een gevarieerde plaat waarop de band met succes in diverse stijlen grossiert die samen toch een coherent geheel vormen. “Heaven” heeft de air van Tame Impala, “What else could they do” versmelt grunge, noise en pop en “Witches hand” is Amerikaanse indierock. “Antipodes” is een zelfverzekerd debuut van een band waar we hopelijk nog veel (meer) van gaan horen.

GRAMME – Fascination
Het is alweer meer dan tien jaar geleden dat de punk-funk revival van start ging met bands als Radio 4, The Rapture en LCD Soundsystem. Het Britse kwartet Gramme was er al eerder bij met een in 1999 uitgebrachte EP (“Pre-release”) maar in alle eerlijkheid moet ik zeggen zowel band als plaat destijds te hebben gemist. In kleine kring werden ze nog wel opgepikt maar kort daarna verdween Gramme uit beeld om pas in 2011 weer iets van zich te laten horen. Een jaar later brachten ze drie EP’s uit waarvan diverse nummers het begin 2013 verschenen debuutalbum “Fascination” hebben gehaald. Hopelijk verdwijnen ze binnenkort niet weer een decennium even onbekend als onbemind in obscuriteit, want “Fascination” verdient het om te worden gehoord, ook al waren ze eerst te vroeg en nu ‘te laat’. Punk-funk mag dan niet meer echt ‘fashionable’ zijn, het doet niks af aan de dansopwekkende kwaliteit van wat “Fascination” te bieden heeft. Dit is punkfunkdisco van de bovenste plank waar de jaren 80 vanaf druipen: Tom Tom Club, Indeep (“Last night a DJ saved my life”), Chic, de ‘funk noir’ van A Certain Ratio en een indachtig de titel (“Cabvolt 38”) een tegen Cabaret Voltaire schurkende track. “Too high”, “I feel the moment” en de titeltrack vragen om een dansvloer om je heerlijk op uit te leven.

PALMA VIOLETS – 180
‘Best new band in Britain’ (of woorden van gelijke strekking), aldus NME, en debuutalbum “180” moet daar een bewijs van zijn. Ach ja, genoemd weekblad roept wel vaker van dit soort dingen dus ik weet zulke uitspraken inmiddels op hun juiste waarde te schatten. Niet dat ik de vier begintwintigers de kampioenstitel misgun, maar zelfs oud-advocaat Bram Moszkowicz had met deze bewijslast niet overtuigend kunnen aantonen dat de charmant rommelige garagerock inclusief aftands sixties orgeltje van PV – als een vrolijke dronkenlap zwalkend van Black Lips naar aanverwante garagehouders – de band tot de beste van Engeland maakt. Zoals ik elders op dit weblog al vermoedde – en daarin ook mijn voorlopig gelijk kreeg – komen PV het beste tot hun recht op de bühne. “180” laat wel horen dat PV ofschoon niet de beste of de origineelste wel een van de meest leuke Britse bandjes van het moment is. Met “Best of friends” is het namelijk lekker mee blèren, en ook liedjes als “Rattesnake highway”, “Tom the drum” en “Step up for the cool cats” geven je het gevoel op een bierdoorweekt feestje te zijn beland waar de band in een hoek van de huiskamer voor de bijpassende soundtrack zorgdraagt. Vergeet dus die overtrokken beweringen, en zie PV gewoon voor wat ze zijn: een leuk, jong, fris garagerockbandje.  

ULTRAÍSTA – Ultraísta
Producer Nigel Godrich staat ook wel bekend als het zesde lid van Radiohead maar met Ultraísta heeft hij nu zijn eigen band, met inbreng van zangeres Laura Bettinson en collega-producer / drummer Joey Waronker. Het heeft geresulteerd in een evenwichtige plaat vol sfeervolle elektronische pop met daarin elementen verwerkt van zowel Krautrock als triphop. En ja, het heeft, wellicht bijna onvermijdelijk, ook enkele Radiohead- en Thom Yorke solo-achtige trekjes maar die gaan op in het klanktapijt als geheel in plaats van een (te) overheersende kleur aan te nemen. Op een totaal van tien liedjes is niet alles even boeiend maar een dikke voldoende sleept Ultraísta toch zeker in de wacht, mede dankzij de openingssalvo’s “Bad insect” en “Gold dayzz”, het rustgevende “Party line” en de fraaie uitsmijter “Washed out”. Met “Ultraísta” toont Godrich zodoende overtuigend aan dat hij niet alleen talent heeft als producer maar ook als liedjesmaker.

SYD ARTHUR – On and on
De naam van de band wekt de indruk met een soloartiest van doen te hebben, maar Syd Arthur is een kwartet uit Canterbury. Hun nom-de-plume kwam op dezelfde wijze tot stand als Pink Floyd: plak twee voornamen achter elkaar en voilà! In dit geval gaat het om Syd (Barrett) en Arthur, de titel van een Kinks album uit 1969. Maar als Arthur Lee van Love zou zijn bedoeld, had ik er ook de logica van ingezien. Het komt immers allemaal neer op eind jaren zestig, tevens de tijd dat bands als Caravan, The Soft Machine en Gong hun debuutalbums uitbrachten. “On and on” past qua sound en sfeer in de genoemde tijdspanne, een prettig samengaan van folk, psychedelica en progressieve rock die het best tot uiting komt in songs als openingsnummer “First difference”, “Edge of the earth”, het heerlijk wiegende, jazzachtige “Dorothy” en “Night shaped light” waar beelden bij passen van een zonsopgang op een mooie lentedag. De liedjes vallen op door een verfijnd, warm en pastoraal karakter. Zanger Liam Magill heeft een stem met karakter, er wordt gebruikt gemaakt van maatsoorten uit jazz, en violist en mandolinespeler Raven Bush (een neef van Kate) zorgt op smaakvolle manier voor de folk-accenten. Dat Syd Arthur nog maar een tijdlang ‘on and on’ mag gaan.  

THE HOLYDRUG COUPLE – Noctuary
“Wat Tame Impala kan, dat kan ik ook!” moet Ives Sepúlveda hebben gedacht, de helft van het Chileense duo The Holydrug Couple, en degene die zo’n beetje de hele plaat schreef en (thuis) inspeelde terwijl collega Manuel Parra op acht van de tien nummers achter de drumkit mocht plaatsnemen. “Noctuary” is namelijk een album die van begin tot eind de sfeer en sound ademt van de succesvolle neopsychedelische band uit Australië. Het enige dat nog lijkt te ontbreken is de zang van TI frontman Kevin Parker. Ives weet goed de ambiance te vangen van zijn grote voorbeeld zoals in hoogtepunten “Counting sailboats” en het bijna 8 minuten durende “Out of sight”. Prima voor wie houdt van ‘spacey’, nevelige en dromerige psychedelica maar op den duur gaat “Noctuary” teveel op dezelfde manier door en ga je verlangen naar iets snels en smerigs. Ook is Ives (nog) niet bedreven in het schrijven van nummers met een heuse kop-en-staart, liefst meezingbaar (Ives is helaas amper te verstaan) en met singlepotentie. Oftewel: een “Solitude is bliss”, om Tame Impala maar weer aan te halen, zal je hier niet aantreffen. Hopelijk lukt dat THC met een volgende plaat wél.

PISSED JEANS – Honeys
“Honeys” is het vierde album van het sinds 2004 actieve kwartet uit Allentown, Pennsylvania, en het derde op label Sub Pop. Net als labelcollega’s METZ zijn ze schatplichtig aan punk- en noisebands uit de jaren tachtig. Dat uit zich al meteen in openingstrack “Bathroom laughter” waar de invloed van The Jesus Lizard en diens voorloper Scratch Acid zich doet gelden. Het daaropvolgende logge, door dikke stront wadende “Chain worker” roept herinneringen op Swans en in mindere mate Butthole Surfers, terwijl elders de geest rondwaart van Black Flag en/of Rollins Band (“Vain in costume”, “Cathouse”). Het feit dat de stem van zanger / schreeuwer Matt Korvette doet denken aan een kruising tussen David Yow en Henry Rollins draagt alleen maar bij aan het ‘dit doet denken aan’ gevoel. Gelukkig weet ook Pissed Jeans, net als het eerder genoemde METZ, om met de erfenis van al die bands uit vroeger dagen zodanig om te gaan dat ze als waardige opvolgers mogen worden beschouwd.  

HOOKWORMS – Pearl mystic
Ze komen uit Leeds, ze zijn met zijn vijven en hun namen willen ze niet prijsgeven, slechts hun initialen. Wat de luisteraar wel wordt toevertrouwd, want dat is af te horen aan de muziek, is waarmee deze wormen zich voeden. Dat bleek al uit hun twee eerdere releases – een titelloze EP en een split single met Kogumaza – die aan de haal gingen met wat bands uit heden (Wooden Shjips) en verleden (Spacemen 3, Loop) op plaat vastlegden. Zo opent “Pearl mystic” met “Away / towards” dat 9 minuten lang de ‘dronerock’ principes van twee laatstgenoemden verkent. “Form and function” gaat voor de form en functie van Wooden Shjips en ook “Since we had changed” zweeft door het Spacemen 3 territorium met Spiritualized als navigator. De drie met Romeinse cijfers aangeduide stukken (“I”, “II”, “III”) zijn relatief korte, ambient-achtige soundscapes. De met veel echo overladen zang is schril en schreeuwerig, en het minst aantrekkelijke element van Hookworms. “Pearl mystic” heeft zijn momenten maar wil als geheel maar moeilijk beklijven.      

WILD BELLE – Isles
Wild Belle bestaat uit zus Natalie en broer Elliot Bergman die met “Isles” hun debuutalbum afleveren. Zelden wist de naam van een band zo slecht de lading te dekken als hier want de liedjes van dit duo zijn wild noch ‘belle’ (mooi dus). Het is vrijwel overal lome reggae wat de klok slaat, zonder op te vallen of te prikkelen, evenmin wanneer de band kortstondig uit een ander vaatje tapt zoals op de bluespop van “Another girl” of het Calypso-achtige “Twisted”. “Isles” heeft vaak meer weg van een verzameling Doe Maar b-kantjes die hooguit enige waarde heeft als half waarneembare achtergrondmuziek terwijl je aan een Jamaicaans strandbarretje aan een cocktail zit te lurken. Maar om er echt voor te gaan zitten, daar is “Isles” de plaat niet voor. Single “Keep you” kan er nog mee door, de rest ben je alweer vergeten nog voordat het is afgelopen.

Met terugwerkende kracht

WE’VE GOT A…FUZZBOX…AND WE’RE GONNA USE IT!! – Bostin’ Steve Austin (splendiferous edition)

We've Got photo b_zpscc995548.jpgMijn eerste kennismaking met WGAFAWGUI was een item in een Vlaams tv-muziekprogramma gepresenteerd door Bart Peeters, medio jaren tachtig. Het interview met en het playbackoptreden (“She” & “XX Sex”) door de vier kleurrijke meiden uit Birmingham – drie tieners en een 21-jarige – maakten behoorlijk wat indruk op ondergetekende. Een paar weken later was ik het trotse bezit van hun debuut 7” EP waar twee genoemde nummers op te vinden zijn. Die single behoort tot het meest waardevolle bonusmateriaal op de heruitgave van hun debuutalbum. Een aantal remixen had nooit het daglicht mogen zien – constateert ook oud-drummer Tina terecht in de ‘liner notes’ – en een kwartier durende nep radio-uitzending (“Radio Fuzzbox”) met gekke stemmetjes en melige humor zal alleen de hardcore fan aanspreken. Dan is er altijd nog het album zelf, briljant noch klassieker maar wel onderhoudend, lekker kort (een half uur) en grotendeels instant aanstekelijk en muzikaal even primitief als effectief zoals in single “Love is the slug”, “Console me”, “Rules and regulations” en het eerder genoemde tweetal liedjes, waarin de alom aanwezige fuzzbox voor een heerlijk ronkende basis zorgt. Helaas mocht gitarist Jo Dunne deze heruitgave niet meer meemaken want zij overleed vorig jaar op pas 43-jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker. Dat maakt deze plaat tot een passend eerbetoon.

Singles

BLAENAVON – Into the night

Blaenavon photo c_zps8cc09c54.jpgBlaenavon is een jong trio uit Hampshire en “Into the night” is hun eerste worp, zogezegd. Hun eerste single is een veelbelovende kennismaking met de band, en het is altijd een genoegen wanneer dat zowel uit de A- als B-kant (“Denim patches”) blijkt. De zanger zit ergens tussen zijn collega’s van Bombay Bicycle Club en The Maccabees in, de muziek heeft er raakvlakken mee, als ook met Wild Beasts. Hopelijk weten ze dit niveau te behouden, want dan lonkt een mooie toekomst voor ze!

THE FAMILY RAIN – Trust me, I’m a genius
Meer dan twee minuten een kwart hebben de drie gebroeders Tim, Ollie en Will Walter (uit Bath) niet nodig om met hun eerste single een vliegende start te maken. “Trust me, I’m a genius” (goede titel!) biedt sixties / seventies zompige blues-rock met gekartelde rand, enigszins neigend naar The Black Keys, die naar een overtuigende climax toewerkt.  

LORELLE MEETS THE OBSOLETE – Ghost archives
Alternatieve muziek wordt zo goed als overal ter wereld gemaakt maar het blijft toch altijd opmerkelijk wanneer zich een band aandient uit een land waarvan je het niet zo snel verwacht of dat op dit gebied niet vaak van zich doet spreken. Neem bijvoorbeeld LMTO, een duo uit Guadalajara in Mexico, bestaande uit Lorena “Lorelle” Quintanilla and Alberto “The Obsolete” Gonzalez. Waar je clichématig en bevooroordeeld Mexico associeert met mariachi, opereert LMTO vanonder een psychedelische sombrero waar niet vrolijke trompetjes maar een hypnotiserende gitaar / orgel combinatie en de zuchtende zang van Lorelle de toon zetten. Even bedwelmend als mysterieus.

THE VACCINES – Bad mood
Misschien wel een van de smakelijkste nummers – want lekker uptempo, met de spirit van punk en ‘catchy’ als de beste popmuziek – van het tweede Vaccines album. Een plaat die ik eerlijk gezegd niet zo heel vaak heb gedraaid sinds de aanschaf maar “Bad mood” – die me uitgerekend in een tegenovergestelde gemoedstoestand brengt – werkt als een ‘wake up call’ die me weer naar het album doet grijpen.

EMPTY POOLS – Safety school
Hij is al een meer dan een half jaar oud, deze eerste fysieke release van Empty Pools, een kwartet uit Bristol, maar ik ben er zelf pas onlangs op gestuit. Een opvolger schijnt ook al uit te zijn, en aan een debuutalbum wordt momenteel gewerkt. Niet nieuw dus maar wel het vermelden waard want “Safety school” als ook B-kant “Absentees” laten een hechte, zelfverzekerde band horen. Muzikaal volwassen, met intelligent verworven gitaarlijntjes en innemende zang van Leah Pritchard. 

SWIM DEEP – The sea
Birmingham is ‘hot’, mocht het u ontgaan zijn, dankzij bands als Peace en Swim Deep. Eerstgenoemde hebben wat mij betreft de belofte al waargemaakt, Swim Deep is hard op weg. “The sea” is hun derde single die prettig in het gehoor ligt en mij in ieder geval doet denken aan The Charlatans in hun begindagen. En dat deugd, want toen was die band op hun best.   

PURSON – Leaning on a bear
Rosie Cunningham was ooit de kartrekker van dameskwartet Ipso Facto, een band die ze op haar 17e oprichtte en die al twee jaar later, na drie singles en een tournee als support act van The Last Shadow Puppets (2008), tot een einde kwam. We staan samen nog poserend op een foto, maar dit terzijde… Anno 2013 is Rosie terug in een make-over. Was ze in Ipso Facto nog een bleek meisje uit The Horrors familie, nu is ze een warmbloedige ‘gypsy woman’ die aan het hoofd staat van een verder uit louter bestaand gezelschap met een stevige hang naar de jaren 60 en (begin) 70, zoals zowel blijkt uit de visuele presentatie als de niet alleen op een beer maar ook op Curved Air, Jefferson Airplane en Deep Purple leunende muziek. Hoog tijd om weer eens samen met Rosie op de foto te gaan…!  

SEASFIRE – Falling
Net als het hieronder/boven genoemde Empty Pools is ook Seasfire een veelbelovend nieuw viertal afkomstig uit Bristol. “Falling” is hun debuutsingle en in tegenstelling tot de titel is het een nummer dat opstijgt, mooi en verstild. Seasfire hangt het minimalisme aan van James Blake en The XX en daar weet de band een eigen gezicht aan te geven. Met dit ‘seasfire’ (wapenstilstand) verstommen de schoten en schiet het tegelijkertijd in de roos.  

CHARLIE BOYER & THE VOYEURS – Things we be
Dit is de debuutsingle van een nieuwe band uit Londen, maar voor mij is Charlie Boyer geen onbekende. Jarenlang was hij zanger / gitarist van het art-punk / grillige new wave trio Electricity In Our Homes dat bij mijn weten nooit officieel zijn opheffing heeft aangekondigd maar tegelijkertijd niet meer actief lijkt te zijn. Jammer, want ik vond het een goede band. Of dat voor Charlies nieuwe muzikale avontuur – minder tegendraads dan EIOH, meer richting (Britse) ‘kunstacademierock’ circa ‘77/’78 ook gaat gelden, daar durf ik nog niet gelijk enthousiast ‘ja!’ op te zeggen.  

LULS – Swing low
Het Britse LULS (mét hoofdletters!) kon natuurlijk niet weten dat de naamkeuze voor hun band in Nederland enigszins op de lachspieren werkt maar ze zijn niet eerste en vast ook niet de laatste die ermee te maken krijgt. De beste remedie om de luisteraar niet in die lullige naam te laten blijven hangen, is een liedje schrijven dat meteen de aandacht trekt en alle bijzaken doet vergeten. “Swing low” staat in ieder geval fier rechtop, als een rock hymne waarmee LULS probeert de indierock fase alvast te skippen. Swing low mikt hoog derhalve, en ofschoon het mij niet echt raakt, is dit toch meer van het type ‘dikke lul’ dan een ‘zielig plassertje’.

TWO SUNSETS – Venetian skies
Te zeggen dat een band, in dit geval duo Sean Butler en Phil Bridges, uit Wirral afkomstig is, roept meteen een vergelijking op met die andere groep die daar vandaan komt: The Coral. Er zit daar blijkbaar iets in het water dat bands als Two Sunsets, maar ook de uit dezelfde contreien afkomstige groepen By The Sea en The Sundowners doet trekken naar het soort softe psychedelica zoals die eind jaren zestig voor het eerst van zich deed spreken. “Venetian skies” is een dromerig liedje, zwevend op een waas van psychedelische pop met een folk luchtje. Niet opwindend of echt opmerkelijk, wel kalmerend. 

THUMPERS – Dancing’s done
Duo uit Londen dat herrees uit de as van het nooit echt bekend geworden trio Pull Tiger Tail. (Eh… wie? Ik bedoel maar…) Ik heb van die band nog ergens een single liggen maar die heeft blijkbaar geen indruk gemaakt want er staat me verder niets van bij. Wat ik me over een paar jaar ga herinneren van “Dancing’s done”? Dat ik het wel een aardig, vrolijk electro-poprock liedje met stompende drums vond. Maar eerlijk gezegd denk ik het veel sneller dan dat al te gaan vergeten.

maandag 8 april 2013

Palma Violets - Amsterdam : Bitterzoet : donderdag 28 maart 2013

Gelet op de enorme, door NME gecreëerde hype (wie anders?) kan het niet anders zijn dan dat zaal Bitterzoet vanavond is uitverkocht. Iedereen, ondergetekende inbegrepen, is benieuwd of Palma Violets, een nog geen twee jaar oude band uit Londen, alle loftuitingen waard zijn. De voortekenen, althans wat mezelf betreft, waren niet gunstig. Aanvankelijk raakte ik geïntrigeerd door de eerste berichten en artikelen waarin de band werd genoemd, mede vanwege muzikale verwijzingen naar onder meer Echo & The Bunnymen en The Doors. Dat was voordat ik één noot muziek van ze had gehoord. Van de eerste paar YouTube clipjes – live gespeelde nummers opgenomen met een telefooncamera – kon ik niet enthousiast worden. Maar vooruit, die waren niet denderend van kwaliteit dus PV kreeg nog het voordeel van de twijfel. Toen debuutsingle “Best of friends” een feit was, maakte zich een vorm van ongeloof van mij meester: “Is dit het nou?” Ja, dat was het dus. “Op zijn best een gruizig garagerocknummer in de trant van de al tien jaar meelopende Black Lips. De nieuwe kleren van de keizer?” oordeelde ik op dit weblog. Ik ben wel wat gewend met betrekking tot NME hypes, maar toen “Best of friends” werd uitverkoren tot ‘Track of the year’ (van 2012) kon ik het blad even niet meer serieus nemen. Vervolgens kwam het album, dat (uiteraard) ook de goedkeuring van de hypemachine kon wegdragen. Ik was echter nog steeds niet overtuigd. En toch… Zou het misschien kunnen dat Palma Violets een band is die je live een keer moet hebben gezien, om de klik te kunnen maken, vroeg ik me af? Waar anderen op genoemde ervaringen wellicht al waren afgehaakt, kocht ondergetekende een kaartje voor Bitterzoet – niet het Nederlandse podiumdebuut trouwens, die primeur had Eurosonic in januari jl. Ter voorbereiding nog maar eens enkele keren het album gedraaid, en verdomd, het begon zowaar te kriebelen. Te pas en te onpas zat ik “Best of friends” te neuriën. Voor de goede orde: “180” is zeker geen briljant of perfect album maar je proeft wel de opwinding en jeugdige overmoed waarmee het is gemaakt en hoe dat live zou kunnen smaken. En dat smaakt goed!

Gelukkig hoef ik niet lang te wachten op de band want dankzij een combinatie van een vlekkeloos verlopen reis, het ontbreken van een voorprogramma, de gunstige locatie van Bitterzoet – een minuut of vijf lopen vanaf A’dam CS – en de stipte aanvang, nemen de vier Britse begintwintigers hun plek in op het podium nadat ik amper vijf minuten in de zaal ben. Vanaf de aftrap spat de energie en het enthousiasme van de band af. Althans voor driekwart, want toetsenist Pete Mayhew, gezeten achter zijn orgeltje aan de zijkant van het podium, is de rust zelve en speelt zijn partijen met een blik die het midden houdt tussen ernst en gelatenheid. Dat het er soms op lijkt dat het voor Pete allemaal niet zo nodig hoeft, is echter maar schijn want tijdens de toegift, als zijn orgeldienst erop zit, staat hij als een jonge hond op en neer te stuiteren achter een gedeelde microfoon. Collega Alexander ‘Chilli’ Jesson bewaart zijn geestdrift niet voor het slot want daar geeft hij al blijk van zodra hij zijn bas heeft omgegespt. Chilli wil er iets speciaals van maken, laat hij ons weten, en iedereen wordt daarbij betrokken. Mensen op het balkon en achterin de zaal worden opgejut en wanneer Chilli de toeschouwers aanspoort om onze handen in de lucht te doen, geeft menigeen daar gehoor aan, van voor tot achter, en van onder tot boven. Drummer Will Doyle beloont de bijval door op zijn kruk te gaan staan en een triomfantelijke pose aan te nemen waardoor ook meteen zijn kleurige korte broek zichtbaar wordt. 

Begeesterde taferelen zoals hierboven omschreven krijg je alleen voor elkaar als de muziek daar ook aanleiding toe geeft. Palma Violets moeten het niet hebben van technische begaafdheid, originele invalshoeken of briljante liedjes maar ze brengen het met zoveel elan en schwung dat je ze die tekortkomingen al snel vergeeft. Hun garage/indierock songs lenen zich er voor om mee te brullen (vooral het refrein van “Best of friends”, zoals vanavond blijkt), wat op en neer te springen (“Rattlesnake highway”, “Tom the drum”, met name in de frontlinie pal voor de bühne) of de soundtrack te laten zijn van een avondje uit terwijl het bier rijkelijk vloeit. Dan maakt het ook niet zoveel meer uit dat de fundering soms rammelt, (aanstekelijk) uit de bocht vliegt of dat het compositorisch en tekstueel niet altijd tot de hoogvliegers behoort (“All the garden birds”). “I wanna be your friend”, klinkt het in de single, en vanavond willen we maar wat graag maatjes worden met de jonge, gretige honden. Vanwege het gedeelde frontmanschap en de innige band tussen Chilli en zanger / gitarist Sam Fryer is al vaker een vergelijking met (Pete & Carl van) The Libertines gemaakt. Voor een deel gaat die vlieger op en ook bij vlagen aangaande de muziek. Gelukkig heeft Palma Violets geen last van aspiraties met betrekking tot ‘junkie chic’ of de hogere kunsten (dichten en acteren, zoals Pete Carl) maar zijn ze veel meer een viereenheid die het al te gek vindt überhaupt op een podium te staan, met ‘lang leve de lol’ hoog in het vaandel geklad. De beste nieuwe Britse band, alle kretologie van NME ten spijt, zijn Palma Violets dan weer niet – ik noem bijvoorbeeld Savages als meer serieuze kandidaat – maar ze zijn zonder twijfel wel een van de meest leuke en vitale die je momenteel live kunt meemaken.

Setlist (bij benadering bepaald, doch mogelijk geheel correct!) : Johnny bagga donuts * Rattlesnake highway * All the garden birds * Tom the drum * Best of friends * Step up for the cool cats * Last of the summer wine * We found love * 14 * (toegift) Invasion of the tribbles * Brand new song

Meer foto’s hier en een filmpje daar!

woensdag 3 april 2013

The Internet / Kilo Kish / C2C - Amsterdam : Paradiso : dinsdag 19 maart 2013

Het is nog vroeg in de avond, rond kwart voor zeven, en de eerste concertgangers staan al te wachten voor de deur van Paradiso met uitgeprinte tickets in de hand. Ze zijn hier voor het uitverkochte concert van het Franse DJ kwartet 2C2 dat om 20.30u van start gaat in de grote zaal. Deze vroege vogels, die zich waarschijnlijk verzekerd willen weten van een goede sta- of zitplaats, mogen echter nog niet naar binnen. Dat geldt wel voor degenen die een kaartje hebben voor het dubbelconcert in de kleine zaal waar beduidend minder belangstelling voor is: The Internet en Kilo Kish. Maar dat zijn dan ook (nog) geen bekende of populaire acts, al zijn ze verbonden aan een collectief waarvoor dat wel geldt: Odd Future. The Internet leden Syd tha Kyd en Matt Martians (Sydney Bennett en Matthew Martin volgens de burgerlijke staat) maken namelijk deel uit van Odd Future, terwijl Kilo Kish (het alias van Lakisha Kimberly Robinson) op haar twee tot dusverre uitgebrachte mix-tapes assistentie kreeg van diverse OF members zoals Earl Sweatshirt, Tyler The Creator , Syd en Matt. De diverse afgeleiden en solo-activiteiten van Odd Future vind ik beduidend interessanter dan het ‘moederschip’ zelf. Zo had ik vorig jaar liever OF lid Frank Orange op Pukkelpop gezien – maar die moest helaas verstek laten gaan – dan OF – voluit OFWGKTA (Odd Future Wolf Gang Kill Them All) – dat er wél stond. En “Purple naked ladies”, het debuutalbum van The Internet, hoefde vorig jaar in mijn lijst van favoriete langspelers slechts één concurrent boven zich te dulden. The Internet en Kilo Kish hebben nu de handen ineengeslagen ten behoeve van een Europese tournee die vooral bestaat uit diverse data in Engeland, en verder alleen Brussel, Amsterdam en (als laatste) Parijs omspant. 

Om Kilo Kish, die het spits mag afbijten, de aanblik van een nagenoeg lege zaal te besparen, wordt de geplande aanvang wat naar achteren geschoven. Waarschijnlijk met de bedoeling om zo publiek te lokken dat binnenstroomt voor het C2C concert en in de aanloop daarvan ze een ‘bonusoptreden’ aan te bieden. Tegen de tijd dat de zaal voldoende is gevuld, en de Kilo Kish begeleidende dj Kitty Cash (Cachee Livingston) bij wijze van warming up er wat rap en hiphopplaatjes tegenaan heeft gegooid, maakt de 22-jarige artieste haar entree op het kleine podium. Onder haar krullenbol gaat een zachtaardig gezicht schuil, een smaakvol bloemetjespak en nette, hippe schoenen. Niet het prototype van een vrouwelijke rap / hiphop artiest. Ze gaat van start met “Navy”, een van de tracks, en naar mijn smaak het beste nummer, van haar eerste mix-tape “Homeschool”. Haar tweede release, “K+”, is nog niet zo lang uit, en net als zijn voorganger gratis te downloaden via haar website. “K+” heb ik pas een dag in ‘mijn bezit’ en op weg naar Amsterdam hoor ik de nummers pas voor het eerst. Op het eerste gehoor spreekt het me minder aan dan “Homeschool” waar de productionele invloed van The Internet er vanaf druipt. Het lome, jazzy “Navy” met zich gracieus ontvouwende synthesizerklanken in het refrein, had dan ook naadloos op “Purple naked ladies” gepast. De rap/zang van Kilo Kish is zoetvloeiend, relaxed en terughoudend, en de beats lenen zich er goed voor om zachtjes met het hoofd mee te bewegen.  

“Just say something! Anything!” spoort Kilo Kish een aantal toeschouwers aan die zij haar microfoon onder de neus drukt. De knul die al vanaf minuut één tegen het lage podium staat aangeplakt – en er in zijn merkbare bewondering voor de zangeres nog net niet tegenaan staat te rijden – hoeft zich geen seconde te bedenken. “I love you!” brult hij geestdriftig in de microfoon. Een vriend van hem springt de bühne op, gaat naast Kilo Kish staan en vereeuwigt zichzelf met haar met behulp van zijn mobiele telefoon. “I just gotta do this!” verklaar de jonge fan, om vervolgens nog een foto te maken. Overigens, na haar optreden, Kilo Kish staat dan pal naast me naar The Internet te kijken, wordt ze nog een paar keer door deze jongens en andere fans bestookt met verzoekjes om samen met hen te poseren voor een foto. Zoals gezegd heb ik “K+” pas één keer beluisterd dus ik ben er nog niet vertrouwd mee. “Trappin’” herken ik wel, maar het noemen van “Turquoise” en “Creepwave” doe ik op de gok. Kilo Kish beweegt subtiel ritmisch mee met de muziek en charmeert het publiek met haar innemende glimlach. De opgewonden knullen zullen vast de avond van hun leven hebben gehad. Talent heeft de rapper/zangeres zeker, en een doorbraak valt niet uit te sluiten, maar zelf vind ik het meer OK dan bijzonder.

Na een minuut of twintig aan ombouwpauze maken we verbinding met The Internet. “Weird-ass music”, zo omschreven Syd(ney) en Mat(thew) hun muziek ooit. Na beluistering van hun (debuut)plaat “Purple naked ladies” kwam ik tot de volgende lovende woorden: “…Lavalamp soul / hiphop voor de 21e eeuw; het is hoe de muziek zich lijkt te bewegen: ondoorgrondelijk, vloeiend en fascinerend. En heel erg van nu, eigenzinnig wijzend naar de toekomst...”. Het is een plaat die mij ook deed afvragen hoe ze dat live gingen vertalen. En zouden dan alleen de twee kernleden van The Internet dit voor elkaar gaan boksen? Het drumstel en een keyboard die al voorafgaande aan het optreden op de bühne zijn opgesteld, zijn een eerste, duidelijke hint. Uiteindelijk blijkt de live incarnatie van The Internet uit vijf leden te bestaan. Matt mag niet ontbreken natuurlijk, maar opvallend genoeg is hij degene die zich het meest op de vlakte houdt. Met muts op en jas aan, staat hij achter een keyboard waar hij meer voor de accenten lijkt te zorgen als aanvulling op het prominente toetsenwerk van Tay Walker die ook in zingend opzicht een aandacht opeisende rol vervult. Een drummer en een bassist zorgen voor een solide ritmische ondergrond en als laatste duikt Syd op in een Odd Future sweater die ze al snel uittrekt, gevolgd door haar kleurige gympen. Net als Kilo Kish is de op kousenvoeten optredende Syd vriendelijk, goedgemutst en ook even dankbaar als verbaasd dat er meer mensen zijn komen opdagen dan ze had verwacht. Het komt gemeend over.

Het is even voor ondergetekende wennen om de vaak gedraaide songs van “Purple naked ladies” in een ander jasje te horen. Natuurlijk, de songs zijn hetzelfde gebleven maar live gespeeld, met gebruikmaking van instrumenten die op plaat minder hoorbaar of als zodanig herkenbaar zijn, in combinatie met het wegvallen van experimentele studio-effecten (verknipte stemmen, bewust wiebelende, zwabberende geluiden) doen ze beduidend minder ‘weird-ass’ (hun woorden dus) aan dan verwacht. De liedjes zijn als het ware ‘ver-North Sea Jazz-st’. Want in deze vorm is de band geknipt voor het genoemde jazzevent, terwijl je ze op basis van het album eerder associeert met vooruitstrevende popfestivals à la Pukkelpop of Lowlands. Een beetje spijtig vind ik dat wel, aan de andere kant realiseer ik me dat ik nu ook naar alleen Syd en Matt had kunnen kijken: de een zingend, de ander alle muziek uit een knoppendoosje producerend, en dat is minder spannend om te zien. Ofschoon het ‘alien’ karakter van de songs hier op het podium een meer aardser vorm heeft aangenomen, tast dit de kwaliteit van de liedjes niet aan. Het valt te prijzen dat de band in de uitdaging van een ‘studio naar bühne’ transformatie van het songmateriaal een weg heeft gevonden die The Internet toegankelijker maakt maar nog voldoende eigenzinnigheid doet behouden. Vanavond staat in het teken van “Purple naked ladies”, dat beginnend met “They say” onder andere vertegenwoordigd wordt door “She dgaf”, “Cocaine”, “Gurl” en “Ode to a dream”, de laatste met Kilo Kish als gastvocalist, net als op de plaat. Keyboardspeler (en filmacademiestudent) Tay Walker krijgt met “Karma” – geen nummer van The Internet, maar van hemzelf – de gelegenheid om zichzelf als soulvolle soloartiest te profileren. De internetverbinding wordt na een klein uur verbroken, genoeg om de nieuwe smaak van het muzikale websurfen te hebben geproefd. Minder ‘odd futuristic’ dan verwacht maar nog steeds een interessant toekomstperspectief.  

Na een vruchteloze poging om mijn zoveelste T-shirt aan te schaffen – The Internet was al vóór de komst naar Amsterdam door de hele voorraad heen, en ironisch genoeg zijn ze ook niet na te bestellen via het internet – loop ik nog even het balkon op van de grote zaal waar het Franse DJ-collectief C2C voor een uitverkocht publiek zijn kunsten vertoont. Voor alle duidelijkheid: we hebben hier niet te maken met een stel draaiers van andermans platen maar met een kwartet dat voor eigen product gaat. En dat ‘product’ gaat erin als koek, getuige de publieksreacties. De vier Fransen, keurig naast elkaar opgesteld met ieder onder de neus een oplichtende draaitafel, gooien er een goed verteerbare mix van dansstijlen tegenaan – niks te extreems overigens – waarmee ze zichzelf al verzekerd hebben van een plekje op het affiche van het eerstvolgende Pinkpop festival. Mij waren ze tot dusverre onbekend maar ik begrijp wel waar ze hun Pinkpopinvitatie aan hebben verdiend. Ik gok met vrij grote waarschijnlijkheid dat er dan sprake zal zijn van een uitpuilende tent – oftewel de ‘Brand Bier Stage’ zoals het op Megaland is gedoopt – waarin het publiek een uur of wat wordt opgezweept door deze enthousiaste Fransozen.

Meer foto’s hier!

woensdag 20 maart 2013

Foals / Jagwar Ma - Amsterdam : Paradiso : zaterdag 16 maart 2013

Vijf jaar geleden zag ik Foals voor het eerst live op het eerste Polsslag festival in de Ethias Arena te Hasselt. Het festival heeft het na een tweede editie in 2009 niet overleefd, maar Foals is ‘still going strong’. Sterker nog: het is de band sindsdien alleen maar voor de wind gegaan, zowel in artistiek opzicht als qua publieke belangstelling. In thuisbasis Engeland sowieso, maar ook in Nederland. Van dat laatste word ik me eigenlijk pas goed bewust op deze avond dat de band in een al sinds weken uitverkocht Paradiso staat. Als trouw lezer van NME kan ik goed inschatten hoezeer een bepaalde ‘indie band’ in Engeland in trek is, maar aangezien ik geen luisteraar ben van 3FM of andere Nederlandse radiostations en ik de OOR nog slechts terloops lees, kan ik niet altijd goed inschatten hoe populair diezelfde band in Nederland is. Wat Foals betreft hoef ik me dat niet meer af te vragen, getuige de publieksreacties die de band in Paradiso teweeg weet te brengen. Het leidt op momenten tot bijna euforische taferelen, en daar word ik aangenaam door verrast. 

Over euforie gesproken: dat gevoel overspoelt me al bij het voorprogramma. Maar ik heb dan ook erg uitgekeken naar Jagwar Ma van wie ik hoge verwachtingen heb. Op de website van Paradiso stond pas één dag voor het optreden vermeld dat Jagwar Ma als support act was toegevoegd, maar voor mij kwam het niet als een verrassing omdat ik het weken eerder had vernomen via de Facebookpagina van de band. Daar was ik bewust op zoek gegaan naar zowel tourneedata als meer informatie over de band, getriggerd door een enthousiasme voor de band na hun eerste twee singles te hebben gehoord (en daarna gekocht), te weten “Come save me” en “The throw”. Wat ik al wist: Jagwar Ma is een Australisch duo bestaande uit de musicus / producer Jono Ma en Gabriel Winterfield. Live worden de met knoppen, toetsen, schuiven en een enkele keer met een gitaar in de weer zijnde Jono en zijn zingende, gitaar spelende en niet te vergeten dansende kompaan Gabriel bijgestaan door een langharige slungel op basgitaar. Laatstgenoemde, wiens naam me verder onbekend is, heeft soms niets te doen of doet alsof, en in het laatste nummer, “The throw”, gaat hij voor de meest verstandige keuze: basgitaar afgespen, in een houder plaatsen en daarna lekker en met overgave dansen op de muziek van Jagwar Ma. Want dat is wat de band met je doet: ze geven je zin om te gaan dansen. Een half uur lang, om precies te zijn, want zolang duurt het optreden. Meteen vanaf de aftrap is het raak met “What love?”, nota bene een B-kantje (van “Come save me”) dat doet denken aan zowel “Screamadelica” van Primal Scream – en dan vooral het gelijknamige nummer – als “W.F.L.” van Happy Mondays, met de vocale inbreng van The Charlatans’ zanger Tim Burgess. Dat plaatst het liedje qua sound in de periode ‘Madchester’, eind jaren tachtig, begin jaren negentig, en daar heb ik enkele goede muzikale herinneringen aan.    

Wat ik tot nog toe aan liedjes ken van Jagwar Ma, wordt ook gespeeld, maar goed, zoveel hebben ze nog niet uitgebracht. Beide singles worden gelukkig als ‘extended version’ uitgevoerd, dus over de volle lengte. De ingekorte radioversies zijn ook goed maar net als die lekker op stoom beginnen te komen en de luisteraar meenemen naar een house party / rave, begint de muziek uit te faden. Vanavond zijn we echter allemaal uitgenodigd om live deel te nemen aan deze party waar de songs alle ruimte krijgen om dat ‘dansen met je hoofd in de wolken’ gevoel op te wekken. Een mini-rave, als het ware, want zoals gezegd heeft de band maar dertig minuten speeltijd maar dat is voldoende om voor de volle 100% te overtuigen. Toegegeven, behalve die paar meisjes helemaal vooraan het podium die daadwerkelijk bewegen alsof ze door het Madchester virus zijn aangestoken en de band zelf, willen de voetjes in de volgepakte zaal nog niet bepaald van de vloer. Maar dat is slechts een kwestie van schroom want de aandacht heeft Jagwar Ma wel te pakken. Om me heen geen geroezemoes of uitgebreide gespreksvoering, altijd een goede graadmeter in de hoofdstad… Over hopelijk niet al te lange tijd zal Jagwar Ma met een album onder de arm op eigen kracht hier terugkeren, en dan houden ze vast een langer durend feestje waarop niemand meer kan of wil stilstaan.

Een half uur later dan gepland – maar dat gold al voor Jagwar Ma, en het lijkt eerder regel dan uitzondering te worden – betreedt gitarist Jimmy Smith het podium. Onder gejuich van het publiek begint hij met het inleidende “Prelude” terwijl daarna één voor één zijn bandcollega’s hun plek innemen. De meest enthousiaste kreten zijn weggelegd voor zanger / gitarist Yannis Philippakis. Achter de band is een langwerpig wit doek gespannen. Er wordt niets op geprojecteerd, het verandert alleen van kleur, afhankelijk van in welke gekleurde lampen het podium wordt gebaad. Geen uitgekiende lichtshow, films, dia’s of andere visuele stimuli dus maar dat heeft de band ook niet nodig. De meest ‘buitenissige’ momenten zijn de stagedive van Yannis met de gitaar nog om, drummer Jack Bevan die op zijn kruk gaat staan en de armen omhoog heft teneinde de toeschouwers aan te sporen, en een richting einde van de set center stage geplaatste drum waar Yannis zich op mag uitleven. Zoals eerder aangegeven, ben ik verrast door de reacties van het publiek. Opgewekte single “My number” komt al snel in beeld, mensen veren op, er wordt gesprongen, gedanst, en dat viel te verwachten. Een nog grotere ontlading vindt plaats tijdens “Balloons”. In het midden van de zaal ontstaat een ronde, door een deel van het publiek gecreëerde open ruimte, alsof zich daar iets of iemand bevindt waaromheen iedereen is gaan staan. Maar de plek blijft leeg totdat deze middels een vloeiende, gecoördineerde golfbeweging door het naar elkaar toe bewegende publiek wordt opgevuld, waarna iedereen aan het dansen slaat. Geen idee of dit iets nieuws is, hoe het heet of dat het een spontane actie is, maar het ziet er – zeker vanaf boven bekeken – intrigerend uit. Gedurende het hele optreden hangt er een golf van opwinding in de zaal, van het soort dat ik hier in Paradiso eerder zag bij ‘indie toppers’ Franz Ferdinand en Bloc Party.

Het songmateriaal is vanavond gelijk opgedeeld tussen nieuw (“Holy fire”) en oud (“Antidotes” en “Total life forever”). In de laatste categorie zijn songs van het debuutalbum niet alleen getalsmatig in het voordeel maar ze sluiten ook beter aan op de frisse toegankelijkheid die het gros van de liedjes op “Holy fire” karakteriseert. De muzikale kwaliteiten van de bandleden, in het bijzonder de hechte en stuwende ritmesectie Walter Gervers (bas) en de reeds genoemde Jack als ook de helemaal in zijn spel opgaande Jimmy, doen Foals boven zichzelf uitstijgen. Met drie albums op zak is het voor de band keuzes maken wat betreft de setlist maar gelet op de geestdriftige manier waarop het publiek zich uitleeft op wat wél aan bod komt, lijkt niemand een wellicht verwachte favoriet als “Cassius” te missen. Helaas moet ondergetekende wel wat missen, en dat zijn de toegiften – waaronder “Inhaler” – want de laatste trein huiswaarts houdt geen rekening met dit concert. Jammer, want dit is het beste Foals concert dat ik tot dusverre heb meegemaakt. Het is daarom ook zo wrang dat ik achteraf gezien tot het einde had kunnen blijven want vanwege een ‘verdacht pakketje’ op CS Utrecht blijkt mijn te halen trein (en alle andere treinen van en naar genoemd station) te zijn gecanceld en pas een minuut of veertig later begint het spoorverkeer pas weer op gang te komen. Na een langdradige rit met een intercity die als stoptrein wordt ingezet, twee aparte busritten, valse of gebrekkige communicatie en daarmee gepaard gaande onzekerheid of ik überhaupt wel thuis geraak, kom ik uiteindelijk rond half 3 ’s nachts tamelijk gaar aan op mijn plek van bestemming. Doch eenmaal thuis heb ik dankzij het meemaken van en de herinnering aan twee uitstekende concerten de reisperikelen al snel uit mijn hoofd verbannen en trek ik tevreden mijn verse Foals T-shirt aan. Wanneer ik twee dagen later verneem dat de band voor Pukkelpop 2013 is geboekt, kan ik een “Yes!” kreetje maar met moeite onderdrukken. Kan ik in augustus aanstaande alsnog “Inhaler”… eh… inhalen. En na wat ik in Paradiso heb gezien en gehoord, zal Foals’ ‘holy fire’ er dan geheid weer de vlam in de pan doen slaan. Een brandalarm om naar uit te kijken. 

Setlist Foals: Prelude * Olympic airways * Miami * My number * Out of the woods * Blue blood * Milk & black spiders * Balloons * Late night * Providence * Spanish Sahara * Red socks pugie * Electric bloom * (toegift) Moon * Inhaler * Two steps, twice

Meer foto’s hier en een filmpje daar!