zondag 22 januari 2012

Echo And The Bunnymen / Coves - Amsterdam : Paradiso : zaterdag 21 januari 2012


Ooit was het integraal spelen van ‘klassieke’ albums door de makers ervan een noviteit, maar in de loop der jaren is het een bijna vertrouwd onderdeel geworden van de concertagenda. Zeker voor bands die hun topjaren al lang en breed achter zich hebben liggen, is het een doorgaans lucratieve manier geworden om zichzelf weer in de schijnwerpers te zetten en tegelijkertijd het publiek, meestal behorend tot de oudere jongeren of een tandje hoger, een nostalgietrip te bezorgen. De afgelopen jaren heb ik er  dankbaar gebruik van gemaakt, met uitvoeringen van onder andere de eerste twee albums van Buzzcocks, Killing Joke, Joy Division en “Love” van The Cult. Vanavond is het de beurt aan Echo And The Bunnymen die in een uitverkocht Paradiso hun debuut “Crocodiles” (1980) en de magistrale opvolger “Heaven up here” (1981) ten gehore brengen. Jammer genoeg niet in de originele bezetting wat overigens ook niet mogelijk was geweest aangezien drummer Pete De Freitas in 1989 omkwam tijdens een motorongeluk. En oud-bassist Les Pattinson maakt al jaren liever boten. Gelukkig heb ik ze in de jaren tachtig nog in de oorspronkelijke line-up mogen meemaken. E&TB is anno 2012 op de planken uitgegroeid tot een sextet, met zanger en frontman Ian McCulloch en gitarist Will Sergeant als enige originele bandleden.


Voordat de tijdmachine in werking wordt gesteld, blijven we nog even in het heden met een voorprogramma namens Coves, die een half uur later dan aangekondigd – dat belooft niet veel goeds – h
un opwachting maken. Coves is een duo bestaande uit vocalist Beck Wood (lang haar, tamboerijn, heeft iets 60er jaren over zich) en zingende gitarist John Ridgard die graag een ‘twang’ uit zijn instrument mag halen . De rest van de muziek komt uit een doosje. Het doet me nog het meest denken aan Raveonettes waar ze derhalve een geschikte support act voor zouden zijn geweest. Of ze de status van support act gaan overstijgen is de vraag, want echt opmerkelijk is het allemaal niet. “Cast a shadow” is bijvoorbeeld een aardige song, maar het wil uiteindelijk niet beklijven.

Ondanks het te laat gestarte voorprogramma, beginnen E&TB met slechts tien minuten vertraging. Het licht wordt gedimd, de introtape wordt gestart en één voor één komen de bandleden de bühne op, Ian uiteraard als laatste. Als backdrop is, wat voor de hand had gelegen, niet gekozen voor de albumhoezen van de te spelen twee platen. In plaats daarvan bestaat de aankleding uit camouflagenetten, precies zoals de band dat ruim dertig jaar geleden deed. De belichting is spaarzaam: zo blijft Ian gedurende het hele concert vaak niet meer dan een zwarte silhouet. Heel af en toe verschijnt ter hoogte van zijn gezicht een rood lichtpuntje van een aangestoken sigaret, want op het podium geldt blijkbaar geen rookverbod.  Ian blijft achter zijn microfoon staan en maakt tussen de nummers door vaker niet dan wel verstaanbare opmerkingen. Ik krijg in ieder geval mee dat hij oprecht blij is weer terug te zijn in Paradiso, en zo is ook zijn dank gericht aan het publiek dat “The disease” van ritmisch geklap voorziet. Qua show valt er weinig te beleven maar dat geeft niets, want de concerten moeten het van de songs hebben en die hebben zich al lang en breed bewezen. Ze mogen dan wel drie decennia oud zijn, maar voor mij zijn ze tijdloos gebleven.


Debuutalbum “Crocodiles” wordt zonder oponthoud uitgevoerd. Geen onnodig rekken of andere fratsen, en trouw aan de plaatversies zoals iedereen ze kent. Alleen in “Villiers terrace” neemt de band een kort uitstapje naar “Roadhouse blues” van The Doors, als een soort eerbetoon aan een van hun invloeden. Single “Rescue” wordt met veel gejuich onthaald, zelf kick ik nog het meest op “Monkeys” en “Crocodiles”. Overigens wordt de samenstelling van het oorspronkelijke album gehandhaafd, want op sommige latere uitgaven is “Do it clean” opgenomen, dat dus vanavond niet wordt gespeeld. Hoe dan ook, ik geniet met volle teugen. Nadat de plaat met “Happy death men” is geëindigd, kondigt Ian aan dat “Heaven up here” gaat worden gespeeld… en vervolgens marcheert de band het podium af! Wat volgt is een kwartier durende pauze, kennelijk nodig omdat “Heaven up here” wat technische aanpassingen in de setup vergt. Ik zie een paar roadies wat andere gitaren neerzetten, iets met de setlist doen, een handdoek of fles water verversen, en begin me af te vragen of dit onverwachte intermezzo, wat de vaart uit het concert haalt en de roes doet oplossen in vol zaallicht, wel echt nodig is. Of zouden vijftigers Ian en Will het soms fysiek niet meer trekken om zo’n twee uur non-stop op te treden?  Het zal niet het enige vraagtekens oproepende moment van de avond blijken te zijn…

Hoogtepunt van new wave klassieker “Heaven up here” is “Over the wall”, waarvan de titel door sommigen al driftig wordt geschreeuwd voordat het goed en wel begonnen is. Het is dan ook een van hun beste nummers, zo niet hét beste wat ooit uit E&TB is voortgekomen. Imponerend, mysterieus, overweldigend. Ik zal het zelf meer als tien jaar geleden voor het laatst live gehoord hebben. Eveneens sterk is “Show of strenght” en “All my colours”, ook wel “Zimbo” geheten, wordt met enthousiast gejoel onthaald. Maar na de uitvoering van laatstgenoemde gebeurt er iets merkwaardigs: de band verlaat opnieuw het podium. Weer een technische dan wel plaspauze? Hoe dan ook is de timing vreemd, want “Heaven up here” telt nog drie nummers: “No dark things”, “Turquoise days” en “All I want”. Komen die dan als toegift aan bod? Het antwoord stelt teleur: ze worden simpelweg genegeerd en overgeslagen. Naar het waarom kan alleen gegist worden, maar als je een album integraal gaat uitvoeren, dan verwacht ik dat het van A tot Z wordt gespeeld, en niet van A tot P. De band komt weliswaar terug, tweemaal zelfs, maar de toegiften vallen onder de categorie ‘hits’ en hebben verder geen relatie tot “Crocodiles” en “Heaven up here”. Dan zouden “Do it clean”, “Read it in books” en “The puppet” toch logischer zijn geweest. En zo eindigt de avond toch een beetje verwarrend en met een kleine teleurstelling, wat overigens niet wegneemt dat het over de gehele linie erg de moeite waard is geweest en ik het niet had willen missen. En ach, vierde album “Ocean rain” (1985) is enkele jaren geleden ook al eens in zijn geheel gespeeld, zij het incidentele keren, dus als ze die in de toekomst nou op tournee nemen, dan wil ik die missers van vanavond best door de vingers zien.


Setlist: Going up * Stars are stars * Pride * Monkeys * Crocodiles * Rescue * Villiers Terrace *  Pictures on my wall * All that jazz * Happy death men * Show of strength * With a hip * Over the wall * It was a pleasure * A promise * The disease * All my colours * (toegift 1) The killing moon * The cutter * (toegift 2) Nothing lasts forever * Lips like sugar

Meer foto’s !

zaterdag 21 januari 2012

Wild Palms - Heerlen : Nieuwe Nor : vrijdag 20 januari 2012

Voor mijn eerste concert van dit jaar hoef ik eens niet de provinciegrenzen te overschrijden, en dat is wel zo prettig. Niet dat er in Limburg niks te beleven valt, maar het betreft hier een nieuw, ‘hip’ Brits indie bandje en daarvoor ben ik over het algemeen aangewezen op zalen buiten de provincie zoals de Effenaar, Doornroosje of Paradiso. Een omhoog gestoken duim zodoende voor de Nieuwe Nor die het aandurft om Wild Palms, de band in kwestie, naar Heerlen te laten komen, in het kader van een Europese tournee waarbij Heerlen het spits afbijt. De boeking is een risico want de band is niet bepaald bekend, ze hebben geen hit of iets wat daarop lijkt op hun naam staan en van een hype is evenmin sprake. Eerder het tegendeel, want hun in maart jongstleden verschenen debuutalbum “ Until spring” kreeg hooguit redelijke, veelal matige kritieken terwijl het toonaangevende NME niet verder kwam dan een ‘5’ (op een schaal van 10) en sindsdien geen enkele aandacht meer aan de band schonk. “We’re not in music to be a fad band”, heeft zanger Lou Hill zich in een interview laten ontvallen, dus die kan er niet wakker van hebben gelegen. En dan zal het hem evenmin boeien dat ondergetekende op zijn weblog het album typeerde als: “Until spring” luistert als geheel best lekker weg, maar het heeft toch wat te lijden onder het gemis aan individuele afmakers.”

Oorspronkelijk zou Wild Palms een dag eerder hebben opgetreden, maar een boekingsfout heeft ervoor gezorgd dat ze een dag later in de Nieuwe Nor staan. Misschien maar goed ook, want nu zijn ze  onderdeel geworden van het festival “Booch! Binnen!” wat op basis van die vlaggennaam wellicht voor meer bezoekers zorgt. Bovendien is het weekend begonnen, wat mensen er eerder toe beweegt erop uit te gaan. Ik heb er namelijk een hard hoofd in dat de band op eigen kracht veel publiek had getrokken. Qua drukte is het vanavond zoals ik van tevoren had verwacht. Wanneer ik de Nieuwe Nor binnenkom,  staat driekwart van de band rondom de tafel tegenover de garderobe waarop hun merchandise ligt uitgestald. Aan de muur hangen goedkoop ogende T-shirts die niet tot aanschaf uitnodigen, terwijl ze online wel mooie designs aanbieden. Volgens de website van de Nieuwe Nor staat Wild Palms gepland van 21.00 u tot 22.00 u. De praktijk is helaas anders want pas rond 21.20 u gaat het concert van start om vervolgens om 21.55 u te eindigen. Gelukkig wordt de ingeperkte speeltijd goed benut.

De sound van Wild Palms, in ieder geval op plaat, is een amalgaam van andere Britse indie bands. Het wil per song ook wel eens wisselen. De ene keer hoor ik Manic Street Preachers voorbijkomen, dan galmen de gitaren volgens U2 recept, “Hé, daar hebben we Wild Beasts”, en vervolgens wuiven de palmen van postpunk naar shoegaze. Muzikale gevarieerdheid valt te prijzen maar soms kan het indicatief zijn dat de te volgen koers nog niet is bepaald. Zet hoekige debuutsingle “Over time” naast opvolger “To the lighthouse”, en je denkt met twee verschillende bands te maken te hebben.  Vanavond is op de bühne echter geen sprake van enige vorm van stuurloosheid. De setlist is een coherent geheel, en de nummers sluiten beter op elkaar aan, ook de paar nieuwe songs – titels mij nog onbekend – die ten gehore worden gebracht. Het concert is van dien aard dat het de vraag oproept waarom Wild Palms nog niet op London Calling te zien is geweest, en op Pukkelpop – in de Club – zouden ze evenmin misstaan. De band opent overtuigend met het al genoemde “To the lighthouse”, waarin Lou Hills voor het eerst zijn falsetstem opzet en gitarist Darrell Hawkins – met toffe 50s style creepers en knalrode sokken, een belangrijk modedetail! – de snaren laat fonkelen en op een gegeven moment het shoegazepedaal indrukt. Wie ook iets indrukt, is ondergetekende, en wel de on/off toets van zijn fotocamera, om vervolgens – niet voor de eerste keer trouwens – te worden geconfronteerd met de melding ‘vervang de batterijen’. Weet u meteen waarom de kiekjes van dit optreden niet optimaal zijn…


Zoals gezegd is het na een dik half uur al gedaan –  de toegankelijke single “Delight in temptation” mag als afsluiter dienen – en behalve die batterijenkwestie valt er nog een andere minpunt te noteren: de band heeft mijn favoriete nummer “Pale fire” niet gespeeld, en dat in de hoop en overtuiging dat uitgerekend die song niet zou ontbreken. Alle reden dus om mijn ‘beklag’ te doen bij de band die zich na afloop wederom collectief bij de merchandise heeft verzameld. Excuses worden geboden, uitleg wordt gegeven – het nummer was te langzaam om binnen de rest van de setlist te passen, verklaart de aimabele, boomlange bassist Gareth Jones (geen familie van de gelijknamige producer die ook Wild Palms voor zijn rekening nam!)  – en ik krijg wat merchandise voor niets toegeschoven. Er wordt nog meer gebabbeld, ook mijn drankgenoten knopen een gesprekje aan en mijn uitgevoerde ingeving om tenslotte met zijn allen op de foto  te gaan – met behulp van eerder genoemd haperend toestel en een geduldige garderobemedewerker – vormt de slagroom op de taart. Tegen die tijd zijn we al de zaal uit gevlucht waar een jeugdig ogend dubstepcollectief van start is gegaan. Doch dat is slechts bijzaak want het kan het gevoel van een goed begin van een nieuw concertjaar niet wegnemen.


Meer foto’s hier!

zaterdag 31 december 2011

JAARLIJSTJES 2011

De muzikale jaarlijstjes. De ene keer is het makkelijk, de andere keer een stuk moeilijker. De lijstaanvoerders heb ik vaak al gauw in mijn hoofd zitten, maar hoe meer je naar ‘beneden’ gaat in de ranglijst wordt het een stuk lastiger. Wat maakt  bijvoorbeeld nummer 6 beter dan nummer 7? Of 8 slechter dan 5? Rationeel gezien is het niet eenvoudig te beredeneren, dus moet ik maar op het gevoel afgaan. Maar wat uiteraard ook van belang was: welke cd’s koos ik het vaakst op mijn iPod? Dit jaar was het probleem niet zozeer dat ik moeite had om de volgorde onder de nummer één te bepalen, als wel het bepalen wie als winnaar uit de bus moest komen. Om mezelf hoofdpijn en spijt achteraf te besparen, heb ik gekozen voor de makkelijkste oplossing: een combinatie van ex aequo en creatief boekhouden, om het zomaar te zeggen. Althans bij de singles en de concerten, want daar zag ik mezelf geconfronteerd met onmogelijke keuzes.

CD’s

01 PJ HARVEY – Let England shake
02 ICEAGE – New brigade
03 THEE OH SEES – Carrion crawler / The dream
04 THE VACCINES – What did you expect from the vaccines?
05 UNKNOWN MORTAL ORCHESTRA – Unknown mortal orchestra
06 VERONICA FALLS – Veronica falls
07 LOWLINE – Lowline
08 FRIENDLY FIRES – Pala
09 KASABIAN – Velociraptor!
10 THE VIEW – Bread & circuses
11 THE RAPTURE – In the grace of your love
12 ERLAND & THE CARNIVAL – Nightingales
13 S.C.U.M. – Again into eyes
14 THE HORRORS – Skying
15 AMY WINEHOUSE – Lioness: hidden treasures
16 THE STROKES – Angles
17 ARCTIC MONKEYS – Suck it and see
18 THE CROOKES – Chasing ghosts
19 EEFJE DE VISSER – De koek
20 ATARI TEENAGE RIOT – Is this hyperreal?

Met terugwerkende kracht


01 THE JESUS AND MARY CHAIN – Psychocandy
02 NIRVANA – Nevermind
03 POP WILL AT ITSELF – Now for a feast
04 PRIMAL SCREAM – Screamadelica
05 THE SLITS – The John Peel sessions

Singles



01 Ex aequo : S.C.U.M. – Amber hands / SPECTRALS – Get a grip
02 FRIENDLY FIRES – Live those days tonight
03 THE VACCINES – If you wanna
04 S.C.U.M. – Whitechapel
05 FIXERS – Crystals (Here comes 2001 so let’s all head for the sun EP)
06 AZEALIA BANKS – 212
07 LANA DEL REY – Video games
08 NOEL GALLAGHER’S HIGH FLYING BIRDS – AKA…what a life!
09 YOUNG BOYS – Bring ‘em down
10 ISLINGTON BOYS CLUB – Pristine
11 HERCULES & LOVE AFFAIR – My house
12 BEADY EYE – Millionaire
13 CULTS – Go outside
14 PJ HARVEY – The words that maketh murder
15 MILES KANE – Come closer EP
16 THE LUCID DREAM – Love in my veins
17 DOG IS DEAD – Your childhood EP
18 YOUNGHUSBAND – Carousel
19 EXITMUSIC – From silence EP
20 BETH DITTO – EP

Concerten

Beste afscheidsconcert van 2011:
01 THE MUSIC – Leeds : O2 Academy : zaterdag 06 augustus 2011


Beste integraal uitgevoerd albumconcert van 2011:
01 ‘CLOSER’ door PETER HOOK & THE LIGHT – Eindhoven : Effenaar : dinsdag 20 december 2011


Best of the rest van 2011:
01 JANELLE MONÁE – Rotterdam : Ahoy : vrijdag 08 juli 2011
02 SEEFEEL – Amsterdam : Paradiso : zaterdag 26 maart 2011
03 THE SPECIALS – Brussel : Ancienne Belgique : woensdag 28 september 2011
04 PATTI SMITH – Hasselt : Ethias Arena : zondag 30 oktober 2011
05 DUM DUM GIRLS – Rotterdam : Rotown : zaterdag 09 april 2011
06 THE CORAL – Rotterdam : Stadsschouwburg : zaterdag 09 april 2011
07 THE RAPTURE – Amsterdam : Paradiso : vrijdag 11 november 2011
08 LES SAVY FAV – Rotterdam : Zuiderpark : zondag 03 juli 2011
09 CHAMELEONS VOX – Heerlen : Nieuwe Nor : zaterdag 29 januari 2011
10 KINGS OF LEON – Landgraaf : Megaland : zondag 12 juni 2011
11 PJ HARVEY – Amsterdam : Paradiso : maandag 30 mei 2011
12 NEW ORDER – Brussel : Ancienne Belgique : maandag 17 oktober 2011
13 THE VIEW – Amsterdam : Paradiso : vrijdag 20 mei 2011
14 MILES KANE – Amsterdam : Paradiso : maandag 21 maart 2011
15 THE VACCINES – Rotterdam : Zuiderpark : zondag 03 juli 2011
16 CAGE THE ELEPHANT – Landgraaf : Megaland :  zondag 12 juni 2011
17 THE CROOKES – Sittard : Fenix : dinsdag 10 mei 2011
18 PRIMAL SCREAM – Amsterdam : Paradiso : maandag 05 september 2011
19 COLDPLAY – Landgraaf : Megaland : zaterdag 11 juni 2011
20 VERONICA FALLS – Amsterdam : Paradiso : vrijdag 11 november 2011




woensdag 28 december 2011

December 2011

CD’s

THEE OH SEES – Carrion crawler / The dream

Het aantal singles en albums dat de in San Francisco residerende psychedelische noise / garagerockers Thee Oh Sees tot op heden hebben uitgebracht, is omvangrijk maar toch konden ze me niet verleiden tot een aanschaf. Daar is nu verandering in gekomen maar “Carrion crawler / The dream”, oorspronkelijk bedoeld als twee afzonderlijke EP’s maar uiteindelijk samengevoegd tot een LP, is dan ook zo’n plaat waar je niet omheen kunt. Voor garagerockbegrippen duren diverse nummers vrij lang, maar ze worden nimmer langdradig. Sterker nog: je wilt er van op en neer springen, over de grond rollen, luchtgitaar –of drum van spelen, kortom: door het dolle heen gaan. Precies wat een goede freakbeatplaat teweeg moet brengen. Neem bijvoorbeeld die “Lucifer Sam” / “Interstellar overdrive” gitaar op opener “Carrion crawler”, het orgastische “Contraption / Soul desert”, het stuwende, af en toe furieus uitbarstende “The dream” of de instrumentale Krautgaragerocker “Chem-farmer”. Een ‘must have’ voor liefhebbers van het genre en iedereen daarbuiten.

AMY WINEHOUSE – Lioness : hidden treasures
Een album uitbrengen (niet lang) volgend op de dood van een artiest met niet eerder uitgebracht materiaal van de overledene associeer ik over het algemeen met lijkenpikkerij. Even een snel financieel slaatje slaan over de dood van een ander, met als extra verdachtmaking een releasedatum die in de aanloop naar Kerstmis is geprikt. Geldelijke motieven zullen ongetwijfeld een rol hebben gespeeld, maar gezien de artistieke kwaliteit van het gebodene mag je als muziekliefhebber blij zijn dat deze plaat er is gekomen. Niet dat “Lioness” foutloos is, maar er staan evenmin halfbakken songs, ongewenste restjes of overbodige remixes op. Wat het album al de moeite waard maakt zijn de charmante reggaetrack “Our day will come”, de geslaagde (postume) collaboratie met Nas op “Like smoke”, en het jazzy duo “Half time” en “Best friends, right?” Ook de originele (cover)versie van “Valerie” mag er zijn, eigenlijk beter dan het nummer dat uiteindelijk werd uitgebracht. Of al deze songs het licht hadden gezien indien Amy nog had geleefd kan niemand weten, maar deze plaat maakt wederom duidelijk dat een uniek talent is heengegaan.

WEEKEND – Red
Alsof één deprimerend weekend nog niet genoeg was met de release van het eind 2010 verschenen debuutalbum “Sports”, komt het trio uit San Francisco nu op de proppen met een EP die al net zo min overloopt met het soort vreugde die je normaliter associeert met het weekeinde. “On my own, in the back, thought of death, made me laugh” zingt bassist / vocalist Shaun Durkan  in “Sweet sixteen”, dat qua sound en vrolijkheid op gelijke hoogte staat met “Faith” van The Cure en Joy Division met een kater. “Your own nothing” is als een verstikkende deken, en gelukkig breekt er een beetje licht door in het aan shoegaze appellerende “Hazel” en de liefdesverklaring aan golfers (?) “Golfers”. Maar de algehele teneur van “Red” – “Black” was een betere titel geweest – neigt je ertoe om na beluistering een opbeurend discoplaatje op te zetten. Voor het échte weekendgevoel.

Singles

S.C.U.M. - Whitechapel

Een terechte singlekeuze want na “Amber hands” is dit het tweede beste nummer op album “Again into eyes”. Majestueus glijdende synthesizerklanken, een straffe beat, een ‘groovende’ bas, het lijkt wel Simple Minds anno ’80-’81. Schitterend!

THE LUCID DREAM – Love in my veins
De eerste single sinds de prima, in 2010 verschenen “In your eyes” EP. De jaren zestig, psychedelica, noise en Spacemen 3 komen samen op een naar het debuutalbum (wanneer, jongens, wanneer?!) doen verlangend plaatje. Tot die tijd draai ik “Love in my veins” nog maar eens.

OUTFIT – Two islands
Nieuwe band met potentieel, afkomstig uit Liverpool. “Two islands” is voor zover ik weet hun debuutsingle, een met zorg gemaakte ritmische popsong die toegankelijk is en zich tegelijkertijd voortbeweegt over een schurende onderlaag van zachtjes brommende, beetje dreigende gitaren, wat deze single een scherp, intrigerend randje meegeeft. Hier wil ik wel meer van horen.

THE SOFT MOON – Total decay
Op het debuutalbum van The Soft Moon waren omschrijvingen als ‘beklemmend’, ‘kil’ en ‘gespannen’ van toepassing, en muzikaal dezelfde bloedgroep delend met cold / dark wave. Alleen al de titel van deze EP (met vier nummers) is een duidelijke hint dat de sfeer er niet vrolijker op is geworden. En dat bewijzen de songs, die zo op een 4AD plaat rond begin jaren tachtig hadden kunnen worden geperst, of zich anders wel naast The Cure circa “Pornography” zouden nestelen.

ZULU WINTER – Never leave
Kwintet uit Londen dat debuteert met een single die iets wegheeft van een niet gladgestreken Coldplay vermengd met Friendly Fires anno nu (“Pala” dus). Het management dat zich ontfermde over Kaiser Chiefs, White Lies en The Vaccines, heeft zich nu op Zulu Winter gestort. En alhoewel in het verleden behaalde successen geen garantie zijn voor de toekomst, stemmen de eerste vooruitzichten positief.

DOG IS DEAD – Hands down
Ik blijf het een stupide groepsnaam vinden, zeker voor een band die bepaald geen doodse indruk maakt. Deze wel degelijk levende hond snuffelt in “Hands down” aan de konten van Bombay Bicycle Club en Local Natives, en herkent in de gecombineerde geur iets waar ze zich zowel een beeld als een geluid bij kunnen vormen.

THE LUCID DREAM – Heartbreak girl
Dit viertal uit Carlisle kan al sinds hun eerste (split) release op mijn warme belangstelling rekenen.  En nog steeds, dankzij “Heartbreak girl”, dat staat voor twee minuten en zes seconden aan sixties garage pop, van tijd tot tijd versnellend waarbij ze dan ook maar meteen de gitaren laten knallen.

BY THE SEA – Waltz away
Sextet uit Wirral (Liverpool), tevens de geboorteplek van The Coral. Je ontkomt er niet aan om beide bands met elkaar te vergelijken want als in “Waltz away” opeens de stem van James Skelly zou opduiken, zou niemand er raar van opkijken. Nu nog het songschrijverstalent van James. Het kabbelt wat voort, maar naarmate het liedje vordert, wordt dat grotendeels goedgemaakt.

DZ DEATHRAYS – Gebbie St.
Gebbie Street. Zou dat in Australië liggen? Want daar komen de twee jongeheren die deze band bemensen (op basgitaar en drumstel) namelijk vandaan. Ik speculeer dat het duo elkaar gevonden heeft in een gezamenlijke liefde voor het dit jaar weer uit de dood herrezen Death From Above 1979. Dit lijkt me typisch zo’n band die je live moet zien om hun volle energieke glorie te kunnen ervaren. Deze eerste single is daar een indicatie van.

NIKI & THE DOVE – The fox
Geen Niki, geen duif maar wel zangeres Malin Dahlström en muziekmaker Gustaf Karlöf uit Zweden. Samen zijn ze verantwoordelijk voor electropop, maar niet zoals andere vrouw / man duo’s in hetzelfde genre zoals La Roux en Goldfrapp dat doen. Er zit een interessante ‘twist’ in. “The fox” is derhalve à la Rivella: een beetje vreemd maar wel lekker.

SPEAK & THE SPELLS – She’s dead
Horrorgaragerock van een jong trio uit Londen dat wellicht liever had gezien dat The Horrors zich niet muzikaal hadden ontwikkeld na “Strange house”. “Echter, wij kunnen nu mooi in dat achtergelaten ‘gat’ springen”, zal S&TS hebben gedacht. De vraag is of iemand daar echt op zit te wachten.

BEATY HEART – 2Good
Geen idee wie er achter Beaty Heart schuilgaat of waar hij / zij / ze vandaan komen, maar naar dergelijke informatie ga ik meestal pas op zoek wanneer de muziek daar aanleiding toe geeft. “2Good” is helaas niet de kwalificatie die ik aan dit nogal rommelige ‘chillout wave’ nummer kan geven, zeer waarschijnlijk geïnspireerd door Animal Collective maar niet met dezelfde kwalitatieve inspiratie van laatstgenoemde.

BEING THERE – The radio
Of ze zich vernoemd hebben naar de gelijknamige, ‘must see’ film met een glansrol voor Peter Sellers weet ik niet, maar als dat zo is, dan is het een weinig opzienbarend eerbetoon. De groepsnaam kan beter letterlijk genomen worden: er zijn, en meer niet. Dus zonder impact te maken. Dat gaat je ook niet lukken met dit Pains Of Being Pure At Heart-achtig niemendalletje.

dinsdag 27 december 2011

Closer (a Joy Division tribute by Peter Hook) - Eindhoven : Effenaar : dinsdag 20 december 2011

Nadat Peter Hook And The Light in mei jl. de Effenaar  aandeden voor hun enige concert op Nederlandse bodem dat in het teken stond van de integrale uitvoering van Joy Divisions debuutalbum “Unknown pleasures”, is het een half jaar later de beurt aan “Closer”, volgens hetzelfde recept. Hoe ik in de aanloop van het eerstgenoemde optreden aankeek tegen het voornemen van Hook om het album op tournee te nemen en wat ik er uiteindelijk van vond, kun je hier (terug)lezen. In het kort: de nieuwsgierigheid en de uiteindelijke uitvoering won het van de aanvankelijke scepsis. Twijfels zijn er zodoende vanavond niet meer, alleen het verheugende vooruitzicht op het kortstondig tot leven wekken van “Closer”, hopelijk gevolgd door een aantal extra, niet eerder gespeelde nummers. Dat de band een grote verrassing in petto heeft, weten we dan nog niet. De kritiek op Hook mag dan inmiddels zo goed als verstomd zijn, maar dat neemt niet weg dat de goede man me vanavond toch even de wenkbrauwen doet fronsen. Als backdrop is logischerwijs gekozen voor een uitvergroting van de “Closer” hoes. De afbeelding op de voorzijde, een foto van de Appiani familietombe met een tafereel van rouwenden aan een sterfbed, met daarboven de albumtitel, is niet alleen welhaast iconisch te noemen maar krijgt in relatie tot de tragische zelfdoding van Ian Curtis een diepere betekenis. Dus om daar nou ‘Manchester, England’ onder te zetten, alsof het een of ander souvenir van de stad betreft, getuigt van weinig goede smaak en op zijn minst een verkeerd inschattingsvermogen.

De integrale uitvoering van “Unknown pleasures” werd voorafgegaan door een introductiefilm die het resultaat leek van een middagje huisvlijt aan de keukentafel, dus gelukkig wordt ons deze keer dat bespaard. Ditmaal krijgen we een voorprogramma waar wel goed over is nagedacht en bovendien opmerkelijk van opzet is. Het bijzondere aspect van het optreden is namelijk dat men erin geslaagd is om dezelfde support act aan te kunnen bieden die 31 jaar geleden als voorprogramma fungeerde voor Joy Division in de Effenaar. Het toeval wil dat Minny Pops, want daarover heb ik het, na decennia weer de koppen bij elkaar hebben gestoken en dus in de gelegenheid zijn om in zekere zin een stukje geschiedenis te herhalen. Minny Pops heeft in het verleden enkele malen samen met Joy Division opgetreden, zowel in Nederland als Engeland, en tevens met New Order. Ook brachten ze platen uit op het Factory label. Nu zijn ze dus jaren later weer gevraagd om support act te zijn, en daar wil de band Peter Hook voor bedanken.

Minny Pops treedt aan met oprichter en boegbeeld Wally van Middendorp, de enige constante van het gezelschap. De band kende in zijn bestaan vele bezettingswisselingen, en ten behoeve van de reünie kon Wally niet op alle oud-leden een beroep doen omdat ze naar zijn zeggen zijn verdwenen, overleden of niet durfden. Niettemin is er uit het verleden een greep gedaan dat heeft geresulteerd in lid van het eerste uur Wim Dekker op keyboards en de ietwat op Nico Dijkshoorn gelijkende Pieter Mulder op bas.  Het nieuwste Minny Pops bandlid betreft Mark Ritsema op gitaar die zijn sporen onder meer verdiende in de Rotterdamse new wave formatie Spasmodique. De vier heren zien eruit als een stel (hoog)leraren met de nerdy, bewust houterig, staccato dansende en tussen de nummers door op zakelijk informerende toon pratende Wally als letterlijk en figuurlijk middelpunt. Er ging vroeger wel eens iets mis tijdens optredens, vertelt Wally op droge toon, maar ook tegenwoordig wil dat gebeuren. Maar, zegt Wally, hij heeft geleerd daar om te kunnen lachen. Doch dat doet Wally juist niet, het blijft stil, en dat brengt het publiek juist ertoe om in de lach te schieten. Waarop Wally, die zich opeens van de onbedoeld komische situatie bewust wordt, alsnog begint te lachen. Muzikaal gezien is het een interessant optreden dat het eigenzinnige karakter van de band onderstreept. Het is afstandelijk, kil, mechanisch bijna, maar het intrigeert wel. Meer no wave dan new wave; klinische, experimentele anti-pop met een nuchter Nederlands hart. Voor een band die al zo lang niet heeft opgetreden, klinkt Minny Pops behoorlijk fris. En wanneer er even iets mis gaat, maakt dat deze band met zijn zakelijke uitstraling alleen maar menselijk. Kortom: welkom terug, Minny Pops! 


En ook welkom terug dus, Peter Hook en zijn band The Light, met daarin zijn zoon Jack op – hoe kan het ook anders – basgitaar. Nadat DJ ‘Dance To The Radio’ (hoe toepasselijk!) het publiek heeft warmgedraaid met punk- en new wave plaatjes van weleer – tof om weer eens Basement 5 te horen –
start een introtape met Kraftwerks “Trance Europe Express” die overgaat in het tromgeroffel waarmee eerste song (en aldus) “Closer” openingsnummer “Atrocity exhibition” van start gaat. Applaus en gejuich klinkt wanneer Peter Hook het podium oploopt, gekleed in een zwart T-shirt met de hoes van “Unknown pleasures” en daaronder… eh… ‘Manchester, England’. Net zoals dat het geval was bij het integraal spelen van laatstgenoemde plaat afgelopen mei, wordt “Closer” van begin tot eind door middel van aan de plaatversie getrouwe uitvoeringen geëerd. Zoals iedereen het kent (en koestert), zo wordt het dus ook gespeeld. En dat is genieten, want de songs zijn allemaal van zichzelf al ‘af’ dus daar hoeft niets meer aan te gebeuren. In veertig minuten tijd trekt “Closer” dan ook in perfecte nabootsingen voorbij, een aaneenschakeling van nummers die het hart sneller doen kloppen. Peter Hook maakt gebruik van een naast de monitor gelegde klapper met songteksten maar dat zij hem vergeven. Net als het feit dat hij niet dezelfde emotionele lading aan die teksten kan geven, om de doodeenvoudige reden dat dit nu eenmaal niet mogelijk is. De woorden zijn immers zo verbonden aan de persoonlijkheid die Ian Curtis was en zijn (geuite) gevoelens als angst, frustratie, woede, eenzaamheid en berusting dat Peter Hook ze alleen maar zo goed als mogelijk kan zingen en laten inpassen binnen elk nummer. Een taak waar hij niet in faalt.

Als de laatste klanken van het elegante, melancholische “Decades” zijn verstomd, verlaat de band onder applaus het podium. Wat zouden ze als toegift gaan spelen, denk ik bij mezelf, een vraag die al tot de nodige speculaties leidde. Het antwoord is niet alleen uitermate verrassend maar ook een vroeg kerstcadeau. Peter Hook vertelt dat zoon Jack met het briljante idee op de proppen kwam om als toegift de integrale setlist te spelen van het Joy Division concert zoals dat in de Effenaar op 18 januari 1980 ten gehore werd gebracht. Een golf van opwinding gaat door me heen, te mooi om waar te zijn, maar het gebeurt echt. En een mooi voorbeeld van waar voor je geld krijgen, want we krijgen feitelijk twee concerten op rij, waarin zo’n beetje de hele Joy Division songcatalogus aan bod komt en we zodoende mogen spreken van een unieke avond. Voor één bezoeker geldt dat laatste nog net iets meer, want die krijgt na de tweede toegift – de eerste toegift heeft dan al langer geduurd dan de “Closer” uitvoering! – van een topless Peter Hook diens bezwete T-shirt overhandigd. Een mooi aandenken, maar dat geldt voor dit fantastische concert in zijn totaliteit waar ik met veel genoegen aan zal blijven terugdenken. ‘Closer’ bij het niet meer bestaande origineel kun je namelijk vooralsnog niet meer komen…


Setlist: Atrocity exhibition * Isolation * Passover * Colony * A means to an end * Heart and soul * Twenty four hours * The eternal * Decades * (toegift) Love will tear us apart * Digital * New dawn fades * Colony * These days * Ice age * Dead souls * Disorder * Day of the lords * Auto-suggestion * Shadowplay * She’s lost control * Transmission * (2e toegift) Warsaw * Ceremony

Meer foto’s hier!


zondag 25 december 2011

Cloud Control - Eindhoven : Effenaar : vrijdag 25 november 2011

Als het aan de Chinese overheid ligt, zitten de weersverwachtingen er over drie jaar nooit meer naast.  Nog voor 2015 wil Peking exact kunnen bepalen waar en wanneer hoeveel regen naar beneden komt. China wil met vliegtuigen en raketten chemicaliën op wolken strooien zodat ze meer regen loslaten. Kortom: Cloud Control. En laat dat nu ook de naam wezen van een kwartet uit Australië, uit de buurt van Sydney om precies te zijn. De bandnaam was er jaren eerder dan het plan van de Chinezen, want het kwartet is al actief sinds 2007.  Ik maakte begin 2011 kennis met de band, via hun debuutalbum “Bliss release” dat een jaar eerder uitkwam in hun thuisland. Toen de kans zich voordeed om Cloud Control in levende lijve op Nederlandse bodem te aanschouwen, viste ik door omstandigheden twee achtereenvolgende keren achter het net. Volgens het principe driemaal is scheepsrecht ben ik ditmaal wel van de partij, met de band als support act van The Drums in de Effenaar te Eindhoven.

Aangezien ze ‘slechts’ het voorprogramma zijn, staat Cloud Control maar een half uur speeltijd ter beschikking. Niet lang, maar lang genoeg om te laten horen en zien waar ze voor staan en aan te tonen waarom ze als beloftevol worden aangemerkt. Een belofte die ze wat mij betreft hebben ingelost. De sound van de band is samengesteld uit delen folk, pop, indie- en psychedelische rock. Het is geen unieke combinatie – want wat is dat heden ten dage nog wel eigenlijk? – maar het gaat er om hoe een band die bestanddelen mengt en of dat tot opvallende resultaten leidt. Dat zit bij Cloud Control wel snor. Singles “There’s nothing in the water we can’t fight” en “Gold canary” als ook het afsluitende hoogtepunt “Ghost story”, die allemaal bewust of onbewust iets van Fleet Foxes in zich meedragen, zijn daar goede voorbeelden van. En feitelijk geldt dat voor de rest van de nummers ook – allemaal afkomstig van “Bliss release” trouwens – want in dertig minuten tijd laat de band geen enkele steek vallen. De band klinkt hecht en gedegen, en de liedjes hebben veel baat bij de harmonieuze samenzang van gitarist Alister Wright en toetsenist Heidi Lenffer, die ook sierlijk een tamboerijn weet te hanteren. Ín de al genoemde finale “Ghost story” mag bassist Jeremy Kelshaw zich uitleven op een snare drum, daarmee dit naar meer smakende concert tot een goed einde meppend. Of het de Chinezen gaat lukken om de wolken onder controle te krijgen valt nog te bezien, maar Cloud Control kan in ieder geval als een geslaagde missie worden beschouwd.

Setlist: Meditation song # 2 (why, oh why) * Death cloud * My fear # 2 * Gold canary * There’s nothing in the water we can’t fight * Ghost story

Meer foto’s hier!

vrijdag 23 december 2011

November 2011

CD’s

VERONICA FALLS – Veronica Falls

Eén van de weinige hoogtepunten van het laatstleden London Calling festival was Veronica Falls, een kwartet uit Londen, makers van een van mijn favoriete singles van 2010, namelijk “Beachy head”. Dit pakkende ‘C86 garage indiepop’ nummer (over zelfmoord…) met spookachtig koortje is nu ook te vinden op de debuutplaat van deze band. De C86 invloed (denk in de richting van The Pastels en The Vaselines) is onmiskenbaar maar er waait toch een frisse wind doorheen, net zoals dat het geval was bij het debuut van The Pains Of Being Pure At Heart. Ook niet onbelangrijk: ze weten hoe je een liedje moeten schrijven, en de samenwerkende vocalen van gitaristen Roxanne Clifford en James Hoare zijn een belangrijke, positieve schakel in het geheel. “Beachy head” blijft top, maar ook niet te versmaden zijn het jakkerende, een klein beetje aan Sonic Youth doen denkende “Come on over”, “Right side of my brain”, “Found love in a graveyard” en “The fountain”.  Een vroege tip voor Pukkelpop.

SPECTRALS – Bad penny
Na het smaakmakende “Extended play” (2010) volgt een jaar later het debuutalbum van Louis Jones alias Spectrals, een begintwintiger uit Leeds die zijn op Alex Turner gelijkende stem koppelt aan liedjes die welhaast het resultaat moeten zijn van het veelvuldig draaien van Smiths plaatjes. Openingstrack “Get a grip” is een van mijn meest favoriete songs / singles van het jaar, dus dat begint al goed. Ondanks dat dit vroege hoogtepunt daarna niet wordt geëvenaard, en iets meer variatie welkom was geweest, is dit toch een plaat die dankzij enkele pieken het koesteren waard is. Zoals de zoete melancholie van “You don’t have to tell me”, de droeve schoonheid die van “Many happy returns” afdruipt, het opgewekte “Doing time” en “Luck is there to be pushed” waarbij je elk moment verwacht dat de stem van Morrissey opduikt.

NOEL GALLAGHER’S HIGH FLYING BIRDS – Noel Gallagher’s High Flying Birds
Dat leven na Oasis mogelijk is bewees eerder dit jaar Beady Eye, feitelijk de laatste incarnatie van Oasis minus Noel Gallagher. Deze keer is het de beurt aan laatstgenoemde en net als bij zijn ex-collega’s is in de liedjes de echo van Oasis nooit ver weg, en dat is nog zwak uitgedrukt. Dat is niet verwonderlijk als je bedenkt dat de meeste songs zijn geschreven toen de band nog bestond en er in eerste instantie ook voor bedoeld waren. Het uptempo, dansbare “AKA… what a life!”, de monumentale opener “Everybody’s on the run” en slotakkoord “Stop the clocks” springen er wat mij betreft uit. Zijn nieuwe bandnaam wordt eer aan gedaan want Noel toont zich een hoogvlieger. Risico’s worden dan wel niet genomen, maar daar staat tegenover dat de (vrijwel allemaal medium tempo) liedjes van ambachtelijke kwaliteit zijn.  Hier en daar voel je aan dat een song meer baat had gehad met de stem van Liam,  wat tevens doet beseffen dat er nog minstens één sterk album in Oasis had gezeten, zo niet meer.

COLDPLAY – Mylo xyloto
Op Pinkpop had ik mijn geloof in Coldplay weer even hervonden, mede dankzij de toen gespeelde nieuwe songs, single “Every teardrop is a waterfall” en “Major minus” als ook de onderdompeling in een gevoel van collectieve opwinding en kickend op ‘golden oldies’ van de eerste twee albums en de geslaagde songs van de mindere opvolgers. Zal “Mylo xyloto” erin slagen me verder over de streep te trekken? Ja, een beetje wel, al is dit een plaat die lijkt te zijn gemaakt voor stadions, megahallen en voetbalvelden en daar het meest tot zijn recht zal komen. Coldplay consolideert hier hun populaire sound, die qua ambitie en soms ook muzikaal bij U2 aanhaakt. “Hurts like heaven”, “Paradise”, “Charlie Brown”, “Don’t let it break your heart”: het zijn stuk voor stuk grootse, tot meebrullen uitnodigende liedjes. Niet slecht, want Coldplay is goed geworden in wat ze doen, maar naar verrassingen, avontuur of scherpe randjes is het vergeefs zoeken. De tweede helft van het album, na “Major minus”, is bovendien een stuk minder, met het tenenkrommende elektronische popliedje “Princess of China” (featuring Rihanna) als dieptepunt.

DIRTY BEACHES – Badlands
“Badlands” is een plaat waar ik pas relatief laat op ben gestuit, want het album zag al in maart van dit jaar het licht. Beter laat dan nooit, is hier het devies, want dit is een intrigerend album. Achter de naam Dirty Beaches gaat ene Alex Zhang-Huntai uit Montreal schuil, een jongeman met Taiwanese wortels, al valt dat laatste nergens aan af te horen. Wat je wel hoort is een soort van lo-fi rockabilly / surfmuziek soundtrack voor een film noir. In “Sweet 17” koppelt Alex Suicide aan The Cramps, net als in “Speedway king” die een beat heeft gelijkend op een paar kilometer verderop hun werk doende heipalen. “A hundred highways” leent van “I will follow him”, in “Lord knows best” doemt een zichzelf herhalende melancholische pianoriedel op, en de sfeer van de plaat komt overeen met de rondwarende spoken van Link Wray en Buddy Holly in het verlaten Heartbreak Hotel in hartje Badlands.

JAMES BLAKE – Enough thunder
Zeven nieuwe nummers, dus iets tussen een EP en een mini-album, door een van de muzikale verrassingen van 2011. Jammer dat de verrassing er met deze plaat wel een beetje vanaf is. Misschien kan “Enough thunder” het beste als een soort tussendoortje worden beschouwd, want de combinatie van pianoballades, minimalistische, verhaspelde elektronica en vervormde stemmen levert hier niets op dat kan tippen aan ’s mans beste werk. Enough thunder? Eerder een schrijnend gebrek eraan.

Singles

LANA DEL REY – Video games

Ja, ik weet het, een rijkelijk late vermelding van een van dé meest opmerkelijke songs / YouTube fenomenen die in 2011 het licht zagen. Maar goed, het duurde even voordat ik (bij toeval) op een fysieke cd-single stuitte, u weet wel, zo’n ding dat ze in Nederland niet meer verkopen.  Lana Del Rey: een naam die klinkt als een Hollywoodster uit de jaren 40 / 50, en een song vol majestueuze grandeur die helemaal bij dat tijdsbeeld past… eh… als je even de hedendaagse titel buiten beschouwing laat en het feit dat Lana eigenlijk Lizzie Grant heet.

REAL ESTATE – It’s real
Lekker plaatje van dit kwintet uit New Jersey dat de luisteraar meeneemt op een zacht bedje van gitaren zoals Johnny Marr op een frisse lentedag tijdens zijn dienstverband in The Smiths ze zou hebben kunnen gespeeld. Het lijkt een aangename dagdroom maar zoals de makers dezes zelf al aangeven: “it’s real.”

ARCTIC MONKEYS – Suck it and see
Het titelnummer van het vierde Arctic Monkeys album nu als single uitgebracht en waarom ook niet? Een goede keuze, dit aangename, vrij subtiele gitaarpopnummer waar geen speld tussen te krijgen valt. De Josh Homme vast trots makende ommezijde “Evil twin” is erg de moeite waard, daarmee de status van B-kant niet waard want ruim overstijgend.

XRAY EYEBALLS – Sundae
Een dikke twee minuten stuiteren XRay Eyeballs op en neer, op de maat van een garagepunkrock song dat in elkaar is gesleuteld met onderdelen Ramones, Buzzcocks en meer recenter The Vaccines in de versnelling. Niks nieuws, wel leuk.

NOEL GALLAGHER’S HIGH FLYING BIRDS – If I had a gun
Als ik een pistool had, dan zou ik het richten op degene die dit nummer tot single heeft gekozen – al was het Noel zelf – want het debuutalbum (zie hierboven) bevat een aantal te prefereren liedjes. Maar ja, dat is eerlijk gezegd een kwestie van voorkeuren. Waar iedereen het waarschijnlijk wel over eens zal zijn: de B-kant is een countryachtig niemandalletje.

UV PØP – Just a game
Heruitgave van een single die oorspronkelijk het licht zag in 1982, en werd geproduceerd door Cabaret Voltaire, wat er ook wel een beetje aan is af te horen. UV PØP is het geesteskind van John K. White dat weer tot leven is gewekt, nadat de band er in 1997 de brui aan had gegeven. Sax, bas, een dun gitaartje en een drummachine verzorgen een treinachtig ritme voor de vervormde vocalen van John.